Ik heb het een beetje druk gehad de laatste maanden. Te druk om te bloggen. Te druk om te beslissen of ik een nieuwe camera aan wilde schaffen, te druk om heel geïnspireerd te koken. Maar gelukkig krijg ik langzaamaan iets meer tijd. En zo zat ik dus deze week ineens een paar uur achter elkaar naar wat programma’s op 24Kitchen te kijken.
Annabel Langbein kwam voorbij. Ze maakte mueslirepen die er zo verschrikkelijk lekker uitzagen, dat ik zelf ook weer de keuken in ging om ze (na) te maken. Ik denk niet dat ze super gezond zijn, maar ze lijken me in ieder geval voedzamer dan die repen die je in de winkel kunt kopen. Ik maakte er gelijk een heleboel. En snackte ze vervolgens binnen drie dagen op.
Inmiddels heb ik een quotum: ik mag er iedere morgen eentje, ter vervanging van mijn gebruikelijke ontbijt: een bak yoghurt met zelfgemengde muesli. En als ik me uitermate hard heb ingespannen, mag ik er ook wel eentje. Zouden stofzuigen, iets opruimen, het bed opmaken, boodschappen doen, de post uit de brievenbus pakken, de planten water geven of een stukje schrijven daar ook onder vallen? Vast wel, toch?
Mueslirepen
In principe kun je de repen maken met alle noten en zaden die je in huis hebt. Wat ik zo lekker vind aan het recept van Annabel Langbein, is dat ze pindakaas aan de repen toevoegt, wat de smaak nog noteriger (en boteriger) maakt. Dit is niet precies haar recept, maar wat ik er van maakte. Ik bewaar mijn repen in een afgesloten bakje in de koelkast, omdat ze zo steviger blijven. Gebruik je meer suiker, dan zullen ze iets harder worden en kun je ze ook buiten de koelkast bewaren.
Voor ongeveer 20 repen:
- 200 gram haver
- 100 gram sesam
- 100 gram geschaafde amandel
- 100 gram zonnebloempitten
- 50 gram pompoenpitten
- 25 gram grof gehakte pecannoten
- 140 gram boter
- 100 gram honing
- 100 gram pindakaas
- 60 gram suiker
- 100 gram rozijnen
- 50 gram cranberry’s
Verwarm de oven voor op 180 graden. Bekleed een bakplaat met bakpapier en meng hierop alle noten en zaden. Zet 15 minuten in de voorverwarmde oven, roer tussendoor een keer om.
Zet ondertussen een steelpan op het vuur met daarin de boter, honing, suiker en pindakaas. Laat smelten en kook nog 5 minuten op middelhoog vuur.
Haal de noten- zadenmix uit de oven en meng in een grote kom met de rozijnen en cranberry’s. Schenk hier de verwarmde pindakaas-boter-honing-karamel door en schep goed door elkaar tot alle noten en zaden bedekt zijn met een laagje van het ‘plaksel’.
Maak met een spatel een grote plak van de muesli die je stevig aandrukt op bakpapier van ongeveer 1 cm dik. Bedenk van tevoren al hoe je dit over gaat brengen naar de koelkast (ik gebruik een pizzaschep, heb je die niet, dan kun je het in een passende schaal of bakplaat leggen of in kleine plakken maken die je gemakkelijk met de hand in de koelkast kan leggen). Laat ongeveer 4 uur opstijven in de koelkast. Snijd in gelijke repen van ongeveer 3×8 cm.




Een jaar geleden blikte ik uitgebreid met foto’s terug op twaalf maanden vol mooie reizen, bijzondere uitdagingen en heerlijk eten. Vandaag zou ik dat weer kunnen doen, want ook 2012 was een geweldig, leerzaam jaar. Maar ik hou het kort dit keer…
In augustus rondde ik mijn opdrachtenjaar af. Daarna vond ik nieuwe uitdagingen buiten mijn blog en bleef ik de dingen doen die ik daarvoor ook al graag deed: lekker eten, koken, mooie bestemmingen ontdekken en van het leven genieten.
2012 was weer een prachtig jaar. Hopelijk was dat het voor jullie ook. Ik wens iedereen hele fijne feestdagen (zonder kerststress), en een liefdevol 2013!

Soms open ik bewust de spambox van mijn e-mailaccount. Als ik weer eens wil lachen om die onnozele en vaak slecht vertaalde berichten. Over het bestellen van Viagra of het vergroten van wat lichaamsdelen door middel van instant boosters. Of om die berichtjes die zogenaamd van mijn bank komen, waarin ik gevraagd word om mijn gegevens te mailen.
Niet alleen mijn mail, maar ook mijn blog heeft een spamfilter. Reacties op mijn artikelen in het Chinees of berichten als: “It’s funny goodluck do need prescription imitrex October 1, 2008. Later, the provider became aware that the patient was covered by other insurance. The other” halen dus (normaal gesproken) nooit mijn site. (Toch ben ik wel benieuwd naar de werking van imitrex, maar niet zo erg dat ik nog even op de link klik die bij het bericht zit.)
Daarnaast krijg ik ook subtielere vormen van lastpost. Of ik misschien eens naar dat en dat event wil komen (en daar natuurlijk lovend over wil schrijven). Of ik op mijn site iets wil vertellen over een nieuw product. Of ik misschien eens iets kan promoten. En heel soms zelfs: of ik tegen een vergoeding een week lang een bepaald bericht op mijn site wil plaatsen.
Blijkbaar is mijn blog interessant voor adverteerders. Meestal beantwoord ik zo’n bericht met een glimlach en laat ik weten dat ik van bloggen niet hoef te leven. Ik vertel lezers graag waar ik van houd, maar daartoe hoef ik niet aangezet te worden door een andere partij.
Toch maak ik nu een uitzondering…
Philippine, aka Liefde voor Lekkers, mailde me een tijdje terug. Haar vraag was heel simpel: of ik misschien kookboeken wilde ontvangen van de uitgever waarvoor ze werkt. En of ik daar dan misschien ook over wilde schrijven. En later: of ik dan mijn lezers op wilde roepen om op dat kookboek te stemmen, als ik het wat vond.
Omdat Philippine altijd zo ontzettend lief en enthousiast is, besloot ik ja te zeggen. En dus ga ik jullie nu vertellen dat Veg! een ontzettend mooi en fijn kookboek is. Niet omdat Philippine ontzettend lief en enthousiast is óf omdat ik zomaar een mooie kookboek kreeg, maar gewoon omdat het echt zo is.
De illustraties zijn mooi, de ingrediënten vaak verrassend, de receptomschrijving is helder. Veg! is niet alleen een boek voor de weekendmaaltijden, maar ook één voor de doordeweekse snelle hap. Veg! is een blijvertje. En had ik al gezegd dat Veg! ook nog eens genomineerd is voor de Kookboek van het Jaarverkiezing?
Winterfritatta uit Veg!
Bijgerecht voor 4 personen:
- 3 eetlepels olijfolie
- 500 gram wintergroenten in blokjes van ongeveer 1,5 x 1,5 cm. Ik gebruikte:
- 1 bietje
- 1 rode ui
- kwart winterwortel
- stuk pompoen
- 2 sjalotten
- stuk knolselderij - halve teen knoflook, geperst
- 6 eieren (M)
- handjevol kruiden (ik gebruikte bieslook en platte peterselie)
- 20 gram Parmezaanse kaas, geraspt
- 30 gram zachte geitenkaas
- peper en zout
Verwarm de oven voor op 180 graden (hete lucht). Doe alle groente (in blokjes) met de knoflook in een schaal (van ongeveer 20x 20 cm) en vermeng met de olie. Gaar dit in ongeveer 40 minuten in de oven. Schep regelmatig door.
Meng ondertussen de eieren met de kruiden, peper, zout en de Parmezaanse kaas. Schenk dit over de groenten en zet nog eens 20 minuten in de oven. Haal uit de oven. Zet de oven op de grillstand. Bestrooi de fritatta met de geitenkaas en zet nog 5 minuten in de oven. Serveer met een groene salade en wat pijnboompitten.


M’n foto’s blijven nog even ruk. Ik heb nog geen nieuwe camera aangeschaft en weet nog steeds niet of die er wel gaat komen…
Ik weet het, het klinkt als een slechte smoes: ik heb het een beetje druk, maar ik ben je niet vergeten. Nee, echt niet. Ik denk minstens een paar keer per dag aan je. Ik weet dat ik je verwaarloosd heb. Daar voel ik me best een beetje schuldig over.
Het is niet dat ik je niet meer leuk vind, ik ben juist heel erg blij met je. Ik kom nog regelmatig bij je kijken. Even een idee opdoen voor wat ik moet gaan koken. Alleen nieuwe recepten fotograferen en opschrijven, je aanvullen, verrijken, ik kom er even niet aan toe.
Er zijn andere interessante dingen in mijn leven gekomen: een hele leuke en leerzame baan er bovenop, sportieve uitdagingen, nieuwe hobby’s, mooie reizen die ik ga maken. Maar niets vervangt natuurlijk jou.
Ik ben je niet vergeten, ik denk echt heel vaak aan je. Als ik weer gehaast en ongeïnspireerd door de supermarkt loop. Dan kijk ik nog even naar wat oud, maar natuurlijk ook prima, werk.
Ik kom zeker bij je terug, maar niet meer zo vaak als een jaar geleden, toen ik net met je begon. Maar ik ben je niet vergeten. Echt niet.
Tot snel?
Afgelopen zondag. Voetbal op tv. Een klassieker.
Ik sloot mezelf op in de keuken. Om aanwijzingen, vloeken en aanmoedigen even niet bij te wonen.
Twee helften en de rust (niet de pauze, zoals ik dat eerst noemde) later kwam ik er weer uit. Met mijn eigen klassieker…
Sinaasappel-maanzaadcake
Het was lang geleden dat ik deze cake maakte. Hij komt uit het tweede Delicious. magazine ooit. Januari 2007, de tijd dat ik nog een Word-document op de computer had met daarin de namen van lievelingsrecepten en paginanummers van de boeken waar die recepten in stonden.
Deze cake lukt altijd en is ontzettend gemakkelijk te maken. De maanzaadjes geven echt wat extra smaak en de sinaasappel maakt de cake fris en kruidig. Controleer wel even je gebit na het eten, want die zaadjes…
Voor een cake van 24-26 cm (12 personen):
- 30 gram maanzaad
- 125 ml melk
- 180 gram zachte, ongezouten boter
- 220 gram fijne kristalsuiker
- 1 tl vanille-extract
- 3 eieren (M)
- rasp van 2 sinaasappelschillen
- 125 ml verse sinaasappelsap
- 375 gram bloem
- 2 theelepels bakpoeder
Siroop:
- 100 ml verse sinaasappelsap
- 45 gram fijne kristalsuiker
- 20 gram ongezouten roomboter
- rasp van 1 sinaasappelschil
Verwarm de oven voor op 180 graden (hete lucht). Vet een springvorm in en bekleed de bodem met bakpapier. Roer het maanzaad door de melk en laat een kwartier staan. Klop de boter met de suiker en de vanille tot het mengsel licht en romig is. Voeg de eieren één voor één toe en klop tussendoor telkens net zo lang tot het ei door het mengsel is opgenomen. Spatel de rasp van de sinaasappel, de sap en de melk met het maanzaad door het het deeg. Spatel nu ook het (gezeefde) bakpoeder en bloem door het mengsel. Doe dit voorzichtig, zodat het mengsel luchtig blijft, maar zorg er wel voor dat de natte ingrediënten door de droge opgenomen zijn en je geen bloem meer ziet.
Schenk het deeg in de springvorm en bak in 40 minuten af in het midden van de oven.
Maak aan het einde van de baktijd de siroop. Doe hiervoor de ingrediënten samen in een pan op middelhoog vuur. Verwarm tot de suiker is opgenomen en de boter is gesmolten. Laat op laag vuur nog vijf minuten staan, zodat de siroop iets dikker wordt.
Haal de cake uit de oven. Laat afkoelen op een rooster. Haal de cake uit de springvorm en schenk hier de (nog warme) siroop over.



Als ik naar een andere stad ga, laat ik mijn restaurantkeuzes zelden aan het toeval over. Ik lees dagenlang allerlei recensies op websites en fora en markeer op een kaart alle plekken die mij de moeite waard lijken. Dat klinkt niet echt spontaan en verrassend, zeker? Maar toch, ik markeer er vaak zó veel dat ik alsnog veel keuzes heb, waardoor een bezoek aan zo’n restaurant toch nog heel spontaan en verrassend kan zijn.
Vorige week was ik in Praag. Eerst weer een paar dagen voor mijn werk en daarna bij een vriendin, die vier jaar geleden besloot daar te gaan wonen. Ik laat me door haar graag verrassen op eetgebied en vertrouw blind op haar keuzes. Iemand die in Zuid-Afrika opgeleid is tot chef kok, zal het vast wel weten, denk ik dan.
Toen ze me maanden terug vertelde over Sansho, een klein restaurant in Praag waar gekookt wordt met ingrediënten van de eigen boerderij, en ze me vroeg of ze een reservering kon maken voor het weekend dat ik er was, aarzelde ik dus ook niet om ja te zeggen. Na een Vietnamese lunch (typisch Tsjechisch eten verdraag ik helaas nog niet zo goed), was afgelopen zaterdagavond de Maleise (Maleisische?) keuken van Sansho aan de beurt.
Ik schrijf eigenlijk nooit echte restaurantreviews. Ik vertel weleens waar ik geweest ben, maar laat dan de details van mijn mening over individuele gerechten, sfeer en bediening grotendeels achterwege. Ik laat dat lekker aan Carla of Elizabeth over, die, ontzettend knap, alle details van hun bezoek kunnen herinneren (of noteren?).
Maar toch, voor Sansho maak ik een uitzondering. Mocht je ooit naar de Tsjechische hoofdstad gaan en een alternatief zoeken voor zware Tsjechische kost en goedkope pivo of Slivovitz, dan is Sansho een gigantische aanrader, die ik jullie niet wil onthouden.
Sansho, Praag








Een simpele aankleding: witte muren, houten tafels, een klein bloemetje, geen muziek. Als je mazzel hebt, zit je aan de langere tafel, waar een ander gezelschap ook plaatsneemt, bijvoorbeeld Amerikanen die alles ‘terrific’ en ‘wonderful’ vinden en waar je ook uitzicht op de kleine, halfopen keuken hebt. De bezoekers zijn vooral expats, want helaas, voor de gemiddelde Tsjech is dit restaurant duur. De bediening is vriendelijk en spreekt perfect Engels. Wijn werd altijd op tijd bijgeschonken en de kannen water opnieuw gevuld, iedere gang werd begeleid door een uitleg van ingrediënten en bereidingen, het tempo van de verschillende gangen was prima.
Het menu bestaat uit 5 of 6 gangen, opgediend op schalen per tafel met wat extra bordjes erbij, zodat je van alles iets kunt proeven. Daarnaast staat er een kan water, met daarin niet alleen het standaard takje munt, maar ook een reep komkommer (en die proef je!). Je kunt cocktails bestellen met gin en komkommer of iets lekkers met gember, maar ook aan wijn is gedacht: die kaart is ruim voldoende en de prijzen zijn aardig voor Nederlandse begrippen. Als je bij aanvang laat weten wat je niet eet of waar je allergisch voor bent, dan wordt daar rekening mee gehouden in de keuken.
Alle gerechten waren ongelofelijk goed klaargemaakt. We startten met zalm met gember, roze peper en sesam. Daarna volgde een broodje gefrituurde soft shell crab met wasabisaus. En toen ik al helemaal lyrisch was, stond daarna ook nog eens de varkensbuikspek (van eigen boerderij natuurlijk) met watermeloen op het menu. Eén van de lekkerste dingen die ik ooit at, de perfecte combinatie van hartig en zoet, een knapperig korstje en het zachte vlees.
Daarna volgde een Aziatische versie van een burito met rode paprika, avocado en makreel. En ook de steak tartaar (ja, met rauw ei, maar ook weer Aziatisch gekruid) was heerlijk, het portie wellicht wat groot, want het hoofdgerecht moest nog komen. Dat waren twee schalen gestoofd vlees, waaronder een twaalf uur lang gegaarde super zachte rendang met daarnaast een salade van groene papaya.
Omdat alles zo goed bereid was, werd ik toch wel nieuwsgierig naar de nagerechten. Waar ik normaal gesproken gemakkelijk nee kan zeggen tegen een toetje, ‘moest’ ik hier wel iets bestellen. Een sticky toffee pudding, die ongelofelijk sticky en stevig leek, maar stiekem heel luchtig en lekker was, ging er nog net in.
De rekening was 60 euro per persoon, inclusief de gedeelde twee flessen wijn, drie kannen water en mijn dessert. We betaalden en strompelden naar de bushalte. Thuis stortte ik op bed in slaap. Rond 4 uur werd ik wakker. Mijn lijf rommelde wat. Misschien waren mijn ogen toch groter dan mijn maag geweest?
Ik wil binnenkort terug naar Praag, het liefst eigenlijk zo snel mogelijk. Niet alleen om mijn vriendin weer te zien, maar vooral omdat ik benieuwd ben naar de andere gerechten van Sansho. Of om gewoon weer precies hetzelfde te eten als toen.
Sansho, gesloten op zondag en maandag, Petrská 25, Praag (1), +420 222 317 425 (website)
PS: voorlopig moeten jullie het met vage IPhone foto’s doen, mijn Nikon camera is helaas kwijtgeraakt tijdens Praagtrip.
Wij zijn niet zo groot behuisd. Het voordeel daarvan is dat we altijd erg opgeruimd zijn. Teveel spullen bewaren kan gewoon niet, dus regelmatig check ik mijn kledingkast, keukenkastjes en rijen boeken om te kijken wat ik écht nog wil bewaren. Wat ik niet meer wil hebben ging steevast in de kledingbak voor het Leger of kwam terecht bij een kennis die ermee op de rommelmarkt ging staan.
Laatst hoorde ik van de Ruilwinkel, die hebben we in onze stad. Het idee is simpel: je brengt er spullen naartoe, daar krijg je punten voor en van die punten ‘koop’ je weer andere dingen in de ruilwinkel. Met een tas vol glazen ging ik er naartoe. Nieuwe oude dingen had ik niet nodig, maar ik zou zo in ieder geval weer wat ruimte creëren in onze overvolle kastjes. Het was druk bij de Ruilwinkel en nadat ik een tijdje in de rij had gestaan bij de afgiftebalie, bleek dat ik me moest registreren alvoor ik spullen in kon leveren. Maar ja, een legitimatiebewijs had ik niet meegenomen en dus ging ik met mijn tasje vol weer naar huis.
Onderweg naar huis kwam ik een collega tegen. Nog een beetje beduusd van de grootte van de ruilwinkel, de levendige handel die er plaatsvond, de vele vrijwilligers en het vergeten van mijn paspoort, vertelde ik haar over mijn ruilwinkelavontuur. Zelf was ze er ook al eens geweest en “voor slechts twee punten had ze er het meest geweldige kookboek ooit gescoord, iets met Aziatische gerechten”.
De volgende dag nam ze het mee naar het werk. En ja, het was prachtig. Ik mocht het even lenen en maakte in één week al drie recepten uit het boek klaar. Ze waren allemaal even heerlijk. Mijn favoriet tot nu toe: de ijsbergsalade met kip en pinda’s. Savoring Southeast Asia van Joyce Jue.
Er staat nu een grote tas klaar in huis. En telkens als ik denk: zou ik dit willen ruilen voor een mooi kookboek, dan gaat dat weer in die tas. En dan ga ik binnenkort weer terug naar de ruilwinkel. Mét mijn paspoort.
Goi Ga (salade van kip en ijsbergsla)
Dressing:
- kwart rode peper, fijngesneden
- halve teen knoflook, fijngesneden
- theelepel fijne kristalsuiker
- 2 eetlepels verse limoensap
- 1 eetlepel vissaus
- 1 eetlepel rijstazijn
Salade:
- 1 kipfilet
- 100 gram, in repen gesneden ijsbergsla
- halve winterwortel, in reepjes gesneden
- 1/3 komkommer, in reepjes, zaadje verwijderd
- 3 eetlepels fijngesneden munt
- 3 eetlepels fijngesneden koriander
- 3 eetlepels gehakte pinda’s
Meng de ingrediënten van de dressing in een kommetje. Zet weg in de koelkast tot gebruik.
Leg de kipfilet in een pan. Vul met water tot de kipfilet net onder water staat. Zet op middelhoog vuur en laat in ongeveer 20 minuten gaar worden. Haal van het vuur af. Haal de kipfilet uit het water en laat goed afkoelen.
Scheur de kipfilet in repen. Meng met de andere ingrediënten van de salade en besprenkel met de dressing.

Een cadeau van mijn zus, verlaat, nog voor mijn verjaardag. ‘Smaakmaakster, het kookboek’, een herinnering aan mijn uitdagingenjaar, misschien een aanzet tot een echt kookboek, ooit. Wat een super mooie en lieve verrassing!


Gisteren maakte ik het fornuis schoon. Niet omdat ik allerlei heerlijkheden gemaakt had en daarbij had gemorst of gespetterd, niet omdat ik weer eens uitgebreid gekookt had en dus ook had gekliederd, nee…
Ik maakte het fornuis schoon, omdat er stof op lag.
Eerder vertelde ik het al: er wordt de laatste tijd maar weinig gekookt bij ons thuis. We hebben het druk, zijn veel van huis, eten regelmatig buiten de deur en willen dan thuis even he-le-maal niets.
En als ik dan toch iets maak, dan moet het zo simpel mogelijk zijn.
Couscous met kipfilet en granaatappel en kruiden
Voor 2 personen:
- 200 gram kipfilet in reepjes
- eetlepel olijfolie
- halve theelepel paprikapoeder
- kwart theelepel kerriepoeder
- snuf kaneel
- snuf komijn
- 200 gram couscous
- snuf peper en zout
- 2 eetlepels olijfolie
- half blokje groentebouillon opgelost in kokend water
- pitten van een halve granaatapppel
- 2 eetlepels peterselie, fijngesneden
- 2 eetlepels koriander, fijngesneden
- 2 eetlepels munt, fijngesneden
Meng de kipfilet met de olie en de specerijen in een kom. Laat minstens een half uur marineren.
Doe de couscous in een schaal, meng met olie, peper en zout. Schenk de bouillon over de couscous tot de couscous net onder water staat. Dek af met folie en laat 5 minuten rusten.
Bak de kipfilet in een koekenpan in een paar minuten, tot het net gaar is.
Roer de couscous door met een vork. Voeg de kruiden, de granaatappelpitten en de gebakken kip toe. Breng eventueel op smaak met meer peper en zout.

Twee weken geleden stond er een artikel over mijn uitdagingenjaar in de Provinciale Zeeuwse Courant. De PZC wordt in Zeeland door héél veel mensen gelezen, dus ik kreeg een hoop reacties. De groenteboer had me herkend, de slager vond het leuk dat hij genoemd werd, vroegere buren mailden me en familieleden die ik wilde verrassen, schrokken zich lam, zo op de vroege morgen tijdens het openen van de krant. “Mooi stuk!”, “Leuke foto’s!”
Voor de mensen die het nog niet gelezen hebben…
“Alsof het nooit meer over stamppot mag gaan”
Met dank aan René Schrier, verslaggever van de Provinciale Zeeuwse Courant en Lex de Meester, fotograaf van de PZC.
Eerder schreef ik al dat vooral ík (en niet anderen) vond dat ik niet over stamppot zou mogen schrijven ;-).

