Gisteravond was in Amsterdam de UndergroundBoerenKerstNachtMarkt. Een paar weken geleden kwam er voor het eerst iets over voorbij op Twitter. In geheimzinnige taal, want dat underground betekent dus dat het een beetje stiekem en heel spannend is. Toen ik hoorde dat het op deze kerstmarkt vooral zou draaien om de niet-commerciële thuisproducent én toen ik zag dat AL mijn blog- en twittervrienden hierheen zouden gaan, dacht ik: daar MOET ik bij zijn. En dus riep ik vol enthousiasme dat ik er ook zou zijn, op die mega geheimzinnige locatie in de hoofdstad, die pas gisteren, ook weer via Twitter (#UBKNM), bekend werd gemaakt.
Eigenlijk wist ik wel dat de UBKNM helemaal niet meer in mijn agenda paste. Omdat ik deze week ook al drie avonden extra moest werken, omdat ik vrijdag een pittig feestje had en omdat ook de komende week weer druk wordt. Maar ik wilde zo graag al die lekkere dingen zoals eggnogijs, jelly’s, punch en pasteitjes proeven en ik wilde ook zo graag mijn medebloggers ontmoeten. En dus deed het wel een beetje pijn toen ik gisterenmorgen besloot dat een ritje naar Amsterdam op een zeer brakke dag, in een druk weekend en tussen twee drukke werkweken geen goed idee was…
Ik zocht een vervangende activiteit in de buurt. Omdat ik ondanks mijn brakheid toch wel goed wilde eten of koken, maar dan dus zonder 4 uur autorijden. Het werd de voltooiing van uitdaging 22: een volledig Zeeuwse vegetarische maaltijd bereiden. Een opdracht die collega Rob me gaf, eentje waar ik weer een heleboel van kon leren. In de buurt zijn namelijk zoveel mooie producten te vinden: groente, zuivel, fruit, meel, kaas, vlees. En het is allemaal te halen bij de ‘thuis’producerende boer, kweker, slager of molenaar.
Na een anti-katerontbijt bij de Surinaamse broodjeskar volgde een bezoek aan Walcheren. Op aanraden van Nell bezocht ik ‘t Hof Welgelegen. In de buurt daarvan ligt ook Kaasboerderij Schellach waar ik nooit geweest was. Bij beide zaken werkten lieve mensen die me graag meer uitleg gaven over de producten en de herkomst daarvan. Ik kocht een heleboel ingrediënten waar een maaltijd van te maken was: Zeeuwse bloem, boter, hangop, seizoensgroentes zoals kool, pastinaak en pompoen, honing, appelsap, wijn, appels, jam, eieren, brood, kaas en crackers.




Ik maakte een stamppot met groene (savooi)kool en geitenkaas en een toetje van flensjes met hangop en Zeeuwse bramenjam. Met de groentes die over zijn, maak ik vandaag een ovenschotel. Mijn eigen UBKNM was dus niet heel nachtelijk. Er was ook geen kerstsfeer bij de bezochte winkels. En het was dus ook niet heel underground, spannend, geheim of stiekem. Maar wel heel leerzaam en rustgevend. En jeeh, er is weer een uitdaging van de lijst weggestreept!
Op Twitter kwamen gisteravond en vanmorgen een hoop enthousiaste tweets voorbij over hoe leuk #UBKNM was. Super om te zien dat iedereen het zo naar zijn zin heeft gehad! De volgende keer roep ik niet meer gelijk heel enthousiast dat ik er bij ga zijn. Dan word niet de locatie, maar mijn komst de verrassing van de dag. Dan houd ik het spannend tot het laatste moment. Heel underground van me, toch?!
Stamppot van groene kool met geitenkaas
Ik gebruikte geitenkaas met fenegriek. De fenegriek gaf dit gerecht veel smaak. Gebruik je dus geitenkaas zonder toevoegingen, dan raad ik je aan om wat kruiden of specerijen te gebruiken. Ik denk dat de toevoeging van (hazel)noten ook wat extra’s zou geven. Ik gebruikte ze niet, omdat dat nu eenmaal niet bij de opdracht paste: ik had geen Zeeuwse hazelnoten in huis…
Voor 2 personen:
- 600 gram kruimige aardappels, geschild en in kwarten gesneden
- 2 eetlepels boter
- halve ui, gesnipperd
- kleine groene (savooi) kool, in reepjes
- 50 gram harde geitenkaas met fenegriek, in kleine blokjes
- peper en zout
- 2 eetlepels melk of slagroom
Kook de aardappels in ongeveer 20 minuten gaar. Verwarm ondertussen de boter in een koekenpan en fruit de ui in ongeveer 4 minuten. Voeg de kool toe en bak nog 5 minuten mee. Giet de aardappels af, maar bewaar het kookvocht. Voeg de geitenkaas, peper en zout naar smaak en de melk of slagroom aan de aardappels toe en stamp dit door elkaar. Om er nog meer puree van te maken, kun je wat kookvocht toevoegen. Voeg ook de kool toe en schep goed door elkaar.


Joyce van blog The Fat Judge host deze maand het foodblogevent. Als host bedacht zij dus ook het thema van de inzendingen. Omdat december de maand is van geven en ontvangen, bedacht ze dat dat dit keer ‘Culinaire cadeautjes’ moest worden.
Nu heb ik deze maand al een hele hoop (culinaire) cadeautjes mogen ontvangen. Van de Sint kreeg ik Weg van Wijn van Onno Kleyn, verpakt in een IPhone met daarop een heuse Smaakmaakster-app. Afgelopen vrijdag kreeg ik, omdat ik meedeed met een food-swap zelf ook een heel leuk pakje met iets lekkers, daarnaast kreeg ik van mijn vriend een ticket naar New York, van Delicious. magazine het ontbrekende nummer naar aanleiding mijn blogartikel over hen, van mijn schoonouders een weekendje weg met de schoonfamilie én als klap op de vuurpijl kreeg ik van het plaatselijke politiekorps een bon van 46 euro vanwege fietsen zonder licht. We hebben nog maar twee decemberweken gehad en ik ben nu al enorm verwend!




Natuurlijk had ik ook een hoop te geven: ik schreef dus al over de food-swap, waarbij ik lekkere, gezonde, houdbare muesli aan een onbekende gaf. En mijn vriendje kreeg in zijn schoen een hele mooie grijze muts, zodat hij niet meer de hele winter, net als de vorige twee jaren, zegt dat hij ‘nu toch echt een muts moet kopen’. Helemaal in de trend van het foodblogevent van deze maand bedacht ik wat ik nog meer te geven had. Mijn kledingkast werd uitgemest en er ging een zak vol naar het Leger des Heils en de uitgebloeide hortensia’s uit de vensterbank staan klaar voor mijn moeders tuin. Oh, en ik gaf mezelf een zakje Neuhauschocolade… Ik geef toe, de balans tussen gegeven en ontvangen is nog een beetje scheef.
En dus werd het tijd voor nog meer goede daden. Een half jaar geleden hielp ik een vriendin met de planning van een weekend Kopenhagen voor haar en haar gezin. Als bedankje kreeg ik bij terugkomst uit de Deense hoofdstad een potje met daarin een donkerrode jamachtige substantie. Van de ingrediëntenlijst kon ik maken: suiker, cognac, water en een soort bessen. Het leek me uitermate geschikt om scones mee te maken. En zo geschiedde. Door meer boter dan normaal te gebruiken, krijgen ze meer smaak en blijven ze iets langer zacht, waardoor ze ook leuk zijn als cadeautje. En dus kreeg mijn vriendin haar Deense verrassing vandaag deels weer terug, in de vorm van deze appelbessenscones. Uiteraard proefde ik er zelf ook eentje. Ik vond ‘m heerlijk zoet, niet te droog of te kruimig, wat ik wel een beetje verwachtte van scones.
(Appelbessen)scones
Geïnspireerd door een recept van Joy the Baker
Voor 6 stuks:
- 200 gram bloem
- 40 gram bruine basterdsuiker
- 1,5 theelepel bakpoeder
- Snuf zout
- 100 gram ongezouten roomboter
- klein ei
- 75 ml slagroom
- 2 eetlepels appelbessencompote of andere (verse) vruchten
Om te bestrijken:
- 2 eetlepels slagroom
- 2 eetlepels kristalsuiker


Verwarm de oven voor op 200 graden (hete lucht). Meng bloem, suiker, bakpoeder en zout in een grote kom. Snijd de boter in kleine blokjes en mix dit kort door het bloemmengsel. Er mogen klontjes in blijven zitten. Meng de slagroom en het ei. Doe dit samen met de bessen bij de andere ingrediënten en meng nog even kort. Bestrooi je keukenblad met een beetje bloem. Maak van de mix een plak van ongeveer 2 cm dik. Snijd rondjes van ongeveer 6 cm uit met een glas of steker (ik gebruik hiervoor een stukje pvc-buis). Leg de scones op een bakplaat met bakpapier. Bestrijk ze met een klein beetje room en bestrooi met kristalsuiker. Bak in ongeveer 15 minuten af in de oven. Laat afkoelen in een theedoek.


Als ik interviews met koks of culinair bloggers mag geloven, zijn de meeste mensen die ‘iets met eten doen’ geïnspireerd door één van hun grootouders, hun vader, maar toch meestal door hun moeder. Bij mij ligt dat iets anders.
Mijn moeder, hoe lief ook, heeft niks met koken. Zij verwondert zich er nog steeds over dat mijn zus en ik (en tegenwoordig ook mijn broer) met zoveel plezier in de keuken staan en daar de meest bijzondere dingen klaarmaken. Thuis at ik aardappels, vlees, groente en soms iets spannends zoals spaghetti of een vlaflip. Qua kruiden en specerijen kwamen we niet verder dan peper, zout en wellicht wat kerrie. Mijn vader kwam na een reis nog weleens terug met een culinair idee met paksoi of iets anders wat we niet kenden, maar wij (twee pubers en een bijna-puber!) waren daar niet echt voor te porren.
Ik vermoed dat we geen dankbare eters waren. Ik rook aan dingen en als de geur me niet beviel, at ik het niet. Ik herinner me komkommers die nog in mijn mond zaten omdat ik ze niet door wilde slikken, terwijl ik al bezig was met mijn toetje, yoghurt. En het meest vieze vond ik stamppot andijvie, waarvan mijn moeder dan de provincie Zeeland op mijn bord namaakte, zodat ik het toch opat. Eilandje voor eilandje, voor eilandje, voor eilandje.
Dus ja, mijn ouders zijn geen culinaire wonders, maar ik werd ook pas laat een dankbare eter. Vanaf mijn achttiende ging ik koken uit kookboeken, reisde ik meer, ontdekte ik andere smaken en merkte ik hoeveel voldoening koken voor anderen me gaf.
Vandaag bestaat delicious. (waarom eigenlijk die punt achter de naam?) magazine exact 5 jaar. In mijn kast staan alle nummers, behalve die van september 2008. Vermoedelijk is die uitgeleend en nooit meer teruggegeven, omdat er een onmogelijk lekker recept in staat.
Door delicious. leerde ik welke gouden smaakcombinaties er zijn, ken ik de kookkunsten van de dames van Bismilla Arabia, heb ik genoten van de avonturen van Sylvia Witteman in de VS, kookte ik de makkelijke recepten voor doordeweeks, ontstond er een lijst van restaurants waar ik naartoe wilde en wist ik welk kookgerei ik móest hebben. Bijna ieder recept dat ik uit Delicious. maakte was een succes. De omschrijvingen zijn zo helder en bondig, dat je eigenlijk weinig fouten kunt maken.


Inmiddels kies ik steeds meer mijn eigen weg, laat ik me inspireren, maar neem ik niet meer klakkeloos over. Ik ben creatiever, ga vaker voor mijn eigen ideeën. Maar toch ben ik weer blij als delicious. in de brievenbus ligt. Want delicious. is de afgelopen vijf jaar eigenlijk een beetje mijn culinair opvoeder geweest.
Hopelijk blijft dit magazine nog lang bestaan. Om mij en anderen te inspireren, te verleiden en op te voeden.
Gefeliciteerd!
Chocoladepudding
Dit is een nagerecht dat ik ontzettend vaak gemaakt heb. Het komt uit de Delicious. van november 2007. Het is een ongelofelijk simpel recept en te maken met ingrediënten die ik altijd in huis heb.
Voor 3 (of 4 kleinere) puddinkjes:
- 100 gram boter
- 150 gram pure chocolade
- 30 gram fijne kristalsuiker
- 1 ei
- 1 eidooier
- eetlepel gehakte amandelen of amandelschaafsel
Verwarm de oven voor op 180 graden (hete lucht). Smelt de chocolade met de boter au-bain-marie. Laat licht afkoelen.
Vet de schaaltjes in met wat boter. Klop de ei, eidooier en de suiker tot het licht en dik is. Spatel de chocolade erdoor. Schenk in de schaaltjes. Zet vijf minuten in de oven. Strooi nu de amandelen erover en zet nog 5-7 minuten in de oven. Laat een beetje afkoelen. Ook lekker met een bolletje ijs.


I’m leaving in May (eigenlijk eind april, maar dat klinkt niet)
I want to be a part of it
New York, New York…
Mijn passie voor eten combineer ik graag met de reizen die we maken. Het lijkt redelijk obsessief, maar ik geniet er echt van: maanden van tevoren lees ik alles over de restaurants, markten en barretjes in de buurt van de plek die we bezoeken. Ik combineer recensies van internet en tijdschriften. Ik doorzoek Yelp, Tripadvisor, Time Out en Open Table. Ik neem contact op met kennissen uit het verleden, locals die misschien wel weten wat er speelt in hun stad. Ik maak een lijst met daarop tien keer meer restaurants dan we ooit kunnen bezoeken. En tegen de tijd dat we op vakantie gaan moet die lijst verkort zijn tot evenveel restaurants als reisdagen. Of nog iets minder, om toch niet te hard te hoeven hollen. Zodat we ook gewoon spontaan een restaurant binnen kunnen lopen zitten en het over ons heen laten komen (en als mijn vriend dan naar de wc is, check ik stiekem op internet wat anderen over dat restaurant of die bar zeggen).
Mijn missie voor de komende maanden is dus een lijst maken van de beste plekken van New York. Natuurlijk moet ik dé New Yorkse cheesecake gaan proeven, als inspiratie voor uitdaging nummer 21. En ik wil een pastrami sandwich eten en in China town is ook een hoop lekkers te krijgen, oh en goed Vietnamees, én, én, én…
In 2007 was ik al een paar dagen in New York. Zonder dat ik er ooit geweest was, herkende ik ontzettend veel. Het voelt alsof je constant in een filmset rondloopt, gehaast, druk, maar ook met goede restaurants en relaxte wijkjes buiten het toeristengebied. Eind april mag ik dus weer. Via airbnb vonden we een fijn appartement in Ditmas Park (Brooklyn). Na een dag het internet doorzoeken is het aantal restaurants op de long list al ongeveer honderd… En ach ja, al bezoeken we er twee, of één of, in het ergste geval, nul. Een gave reis wordt het toch wel.
Woehoe, ik heb er zin in!
River Café (rechts), mijn huidige nummer 1 op de lijst (bron foto)

Gisteren zag ik op de markt iets wat ik nooit eerder gezien had: een vrucht met het uiterlijk van een grapefruit, met hetzelfde formaat, dezelfde structuur en hardheid. Alleen dan groen. De vrouw bij de kraam vertelde dat hij minder bitter en zoeter dan de grapefruit zou zijn. De naam: sweetie.
Ik kon me niet voorstellen dat ‘sweetie’ een echte naam was, het leek me een goedkope marketingtruc. Je kruist iets wat mensen vaak als té bitter ervaren, maakt het zoeter en verkoopt het dan als ‘sweetie’. Een kleine zoekopdracht op internet leverde op dat de sweetie ook wel oroblanco (wit goud) heet. Tja. Verschillende strandappartementjes in Spanje hebben dezelfde naam.
De sweetie is een kruising tussen een witte grapefruit en de pomelo. Bij het pellen ontdekte ik dat de schil ontzettend dik was. Je houdt dus ongeveer de helft van de vrucht over. De witte vliesjes van onder de schil gingen er wat lastig af en dus proefde ik een partje mét vliesjes…
Niet bitter? Euhm, héél bitter.
Maar dat was dus mét wat vliesjes. Ik besloot de sweeties zo te snijden dat de schil er in ieder geval helemaal af zou zijn. Geïnspireerd door een recept van Donna Hay (na mijn adoratie van Sergio is nu DH mijn nieuwe slachtoffer), maakte ik er een jammetje van met een gewone grapefruit, een berg suiker en kaneel. Daardoor was de bitterheid eraf.
Ik maakte daarbij een kokoscake in broodvorm. Ideaal, want bij de lunch noemde ik het kokosbrood en na de lunch aten we hem als cake bij de thee. Mijn gasten pikten het.
Het is maar net hoe je iets verkoopt.


Grapefruitjam
- 2 grapefruits (of één grapefruit en één sweetie)
- 100 gram suiker
- 1 kaneelstokje
- 50 ml water
Snijd de grapefruits zo dat alle vliesjes en de schil eraf zijn en je alleen vruchtvlees overhoudt. Snijd dit in kleine stukjes. Breng in een steelpannetje de grapefruit, suiker en het water aan de kook met het kaneelstokje. Laat nog 20 minuten op laag vuur staan. Verwijder het kaneelstokje. Serveer met brood of cake.
Karin van Koken met Karin maakt zich hard voor de anti-pakjesavond. Met een ludieke verwijzing naar Sinterklaas’ pakjesavond wil ze anderen ervan bewust maken dat je veel gezonder kookt als je geen zakjes en pakjes (en de daarbij horende toevoegingen) gebruikt. Nu ben ik daar natuurlijk helemaal voor. Het enige ‘pakje’ dat je op mijn site bent tegengekomen is een blikje tonijn of een pak tomaten. Ik probeer echt zo weinig mogelijk producten te gebruiken zonder E-nummers, rare zoetstoffen of andere onduidelijke ingrediënten.
Voor mijn site probeer ik allerlei nieuwe dingen, dus toen ik laatst berichtje voorbij zag komen over een food swap, dacht ik: I’m in! Het idee van een food swap is dat je met (on)bekenden iets eetbaars uitwisselt. Het is een beetje vergelijkbaar met een potluck, waarbij je mensen ontmoet, je eigen eten meebrengt en opeet. Bij een food swap eet je dus niet gelijk alles op, maar wissel (swap) je dat eten (food) dus uit.
Inge van De Bakparade organiseert de Sinterklaas- en kerstversie van de food swap. Ik zou niemand ontmoeten, maar ik moest een pakketje opsturen. Ik kreeg een mail met de naam- en adresgegevens van de ontvanger en vandaag moest mijn pakketje op de post. Het pakketje moest drie items bevatten: iets eetbaars (zelfgemaakt), iets eetbaars (gekocht) en een item voor in de keuken (gekocht of gemaakt).
Wat ik moest kopen wist ik al snel: het meest schattige koekjesschepje ooit en de chocolade van Lindt (ja, mét toevoegingen) die me op mijn dertigste ineens aan een chocoladeverslaving (en een paar kilo’s extra) hielp. Alleen het zelfgemaakte eetbare product kiezen was nogal lastig…
Ik dacht aan koekjes, aan taart, aan cake. Maar ja, gekoeld versturen is geen optie en onze postbezorgers nemen het niet zo nauw meer met de bezorgtijden. Koekjes een paar dagen in een sorteercentrum laten liggen…Iemand verrassen met cake met blauwe pluisjes… Het leek me niet zo’n goed idee.
En dus werd het mijn eigen muesli, zonder toegevoegde suikers en andere rommel. Het werd dus een anti-pakje in een pakje.


Ik ben zo benieuwd naar mijn eigen verrassing!
* Overigens las ik gisteren dat geven wat je zelf leuk vindt, eigenlijk helemaal niet leuk is voor de ontvanger. We zullen zien…
Muesli
Je kunt dit natuurlijk met van alles maken, maar ik gebruik meestal de volgende ingrediënten:
- 300 gram havervlokken
- 50 gram rozijnen
- 50 gram gehakte hazelnoten
- 50 gram gehakte geroosterde amandelen
- 50 gram gehakte pecannoten
Meng alle ingrediënten. Serveer met yoghurt en vers fruit.
Onze IPad lag al een tijdje te verstoffen in een hoekje. Dat klinkt heel erg luxe (verwend/arrogant/verwaand/stom), maar het was gewoon echt zo dat we sneller onze telefoon (want ook van Apple en dus leuk om mee te spelen) of onze laptop (want Flash en gemakkelijker voor typwerk) pakten als we wilden computeren.
Tot afgelopen vrijdag.
‘s Avonds zag ik op Twitter het bericht voorbij komen dat er een Donna Hay-app voor de IPad was. Donna Hay, Australisch kookboekenschrijfster, heeft sinds tien jaar een eigen magazine. Om dat te vieren is er een gratis app, waarop je het jubileumnummer kon bekijken. Blijkbaar al vanaf 10 oktober.
Waar was ik al die tijd?
Een paar minuten na installatie zat ik hysterisch te stuiteren op de bank: bewegende plaatjes van een taart die doorgesneden is, advertenties die eruit zien om op te eten en tips en tricks waar je écht iets aan hebt. De vormgeving is prachtig en simpel, de app is ontzettend gebruiksvriendelijk, de foto’s zijn helder en fris en de recepten wil je allemaal gelijk proberen. De IPad is dus nu uit zijn hoekje en gaat mee in mijn handtas, zodat ik iedereen kan laten zien hoe fantastisch de Donna Hay app is.


Alle mensen zonder IPad, raad ik van harte aan er eentje te kopen, haha. Nee hoor, gelukkig maakt Donna Hay ook hele mooie kookboeken, een papieren magazine én ze heeft een website, zodat iedereen kan genieten van haar recepten.


Vanaf volgende maand kost het magazine als app $ 2,39 (dacht ik) en dat is ie absoluut waard.
Dit recept komt van de Donna Hay app. Ik heb de noten zelf aan het recept toegevoegd, omdat ik het anders iets teveel van hetzelfde vond. Vanmorgen heb ik een half uurtje langer gesport ter compensatie. Dit is geen (goh) gezond recept.
Meringue brownies
De meringue hoeft er niet per se op. Ik had nooit eerder meringue gemaakt. Het bleek heel gemakkelijk te maken. Houd alleen wel de oven goed in de gaten, want na een minuut was de meringue echt bruin, terwijl hij lichter had mogen blijven.
Voor een heleboel mensen
- 200 gram pure chocolade, n stukjes
- 250 gram roomboter (ongezouten)
- 150 gram fijne kristalsuiker
- 175 gram bruine bastersuiker
- 4 eieren
- 200 gram bloem
- 2 eetlepels cacao
- 1 eetlepel koffielikeur (ik gebruikte Amaretto)
- 50 gram hazelnoten, grof gehakt
- 50 gram pecannoten, grof gehakt
Voor de meringue:
- 4 eiwitten
- 220 gram fijne kristalsuiker
- 1 eetlepel maizena
- 2 theelepels azijn
- 1 theelepel koffielikeur (ik gebruikte Amaretto)
Verwarm de oven voor op 160 graden. Beboter een brownieblik (vierkant of rechthoekig) of een gewoon, rond taartblik. Smelt de boter en de chocolade au-bain-marie. Roer goed door. Laat licht afkoelen. Meng de suikers, eieren, bloem, cacao en likeur met een handmixer tot alles gemengd is. Voeg de gesmolten chocolade en boter toe en meng. Spatel nu de noten erdoor. Schenk het mengsel in het bakblik en bak af in 30 minuten. Controleer met een prikker of de brownie gaar is.
Verhit de gril van de oven op de hoogste stand. Maak de meringie door de eiwitten stijf te kloppen. Voeg daarna de suiker toe en mix tot alles glanzend en dik wordt. Mix met de maizena, azijn en likeur. Schep dit over de brownie. Maak met een lepel een paar ‘punten’ in de meringue. Zet in de oven en bak ongeveer één minuut of totdat de meringue goud-bruin is.


Mijn foto’s zijn dit keer wat vlug (met telefoon) gemaakt. Die van Donna zijn 1000x mooier.
Meer leren over wijn, of zelfs mijn wijnbrevet halen: een uitdaging die niet een ander, maar ikzelf bedacht. Ik drink graag (heel graag) wijn, maar weet er eigenlijk te weinig van. Ik bedacht dat het halen van een swen-2 brevet me veel plezier zou geven. Na het halen van zo’n diploma zou ik nooit meer dom staan knikken bij zo’n Italiaanse wijnboer. Nee, voortaan zou ik mijn wijn uitspugen in plaats van doorslikken en zou ik vragen op welke hoogte de druif groeide, en zou ik spreken over cépage en assemblage en vragen of er sprake is geweest van een malolactische gisting.
Ik gaf me op voor een cursus van twaalf avonden en hoopte heel hard dat mijn kritische en nuchtere kant (wat een gedoe allemaal, het gaat toch om lekker of niet lekker) het niet zouden overleven en ik helemaal wild zou worden van allerlei wijnfeitjes.
Ach ja, je kent me ondertussen.
Al de eerste les bleek dat een cursusavond van een uur of drie (en soms nog een half) waarin allerlei termen voorbij kwamen die ik niet kende, mijn enthousiasme voor wijnfeitjes niet vergrootten. Na een dag hard werken, was de cursus net een beetje teveel van het goede. Ik besloot diezelfde avond om over te stappen naar de kortere cursus, eentje van zes avonden, waarbij de nadruk meer lag op het leren proeven in plaats van de theorie achter de wijn. Dag swen-2 brevet…
Daarna werd de cursus iedere week beter. Zeker toen op de vierde avond bleek dat de rest van de groep zich aansloot bij mijn zienswijze: “Dus het maakt niet veel uit wat je koopt, je kan toch nooit met zekerheid zeggen wat je in huis haalt” en “Uiteindelijk gaat het toch gewoon om wat je lekker of niet lekker vindt?” Mijn proefnotities werden korter. Ik probeerde ook niet meer de geur van rode aalbes of egelantier te ontdekken. Nee, voortaan rook een wijn gewoon naar stal of ziekenhuis.


De laatste avond was het hoogtepunt. Niet alleen omdat het de laatste avond was, maar vooral omdat ik toen eindelijk gewoon aan mijn buurvrouw kon vragen “Goh, wat doe jij nu eigenlijk voor werk?” en “Oh, heb je daar ook weleens gegeten!” Er werd gekletst, er waren hapjes en we mochten de wijn eindelijk doorslikken.
Na zes avonden weet ik beter hoe ik wijn moet proeven, kan ik van een aantal druivenrassen de smaakkenmerken geven, weet ik dat er toch weleens gerommeld wordt in de wijnwereld, heb ik een lijstje van wijnen die ik lekker vond én weet ik dat de vrouw die naast me zat hartstikke aardig was.
Heel succesvol was het dus nog niet, maar we gaan door voor de tweede ronde, want in maart start ik met een cursus culinair en wijnschrijven bij niemand minder dan Onno Kleyn.
Ik drink er alvast eentje op! Fijn weekend allemaal!
Dit ovenschoteltje kun je eigenlijk met een heleboel groentes klaarmaken. Varieer met (hardere) groenten in verschillende kleuren. In het kader van de opdracht met de vergeten groenten, gebruikte ik pastinaak, maar met raapjes of knollen is dit gerecht ook heerlijk.
Ovenschoteltje met Roseval aardappel, wortel en pastinaak
Gebaseerd op een recept van La Tartine Gourmande
Voor 2 personen:
- 1 middelgrote Roseval aardappel, gewassen
- halve winterwortel, geschild
- pastinaak, geschild
- teen knoflook
- 200 ml melk
- 200 ml slagroom
- theelepel tijmblaadjes
- 3 laurierblaadjes
- 1/4 theelepel nootmuskaat
- snuf peper en zout
- 30 gram geraspte Parmezaanse kaas
Verwarm in een steelpan de melk, slagroom, tijm, laurierblaadjes en een halve teen knoflook. Breng dit op middelhoog vuur aan de kook. Laat op zacht vuur 5 minuten doorkoken. Zet het vuur uit en laat nog een half uurtje staan.


Snijd ondertussen (met een mandoline) de aardappel, winterwortel en pastinaak in hele dunne plakjes van ongeveer 2 mm dik.
Vet twee kleine ovenschaaltjes (diameter 15 cm) of één grote (25 cm) in met boter. Snijd de andere helft van de knoflook in plakjes en leg deze op de bodem van de ovenschaaltjes. Leg nu een laagje pastinaak overlappend op elkaar in de schaaltjes. Doe er daarna een laag wortel en daarna een laag aardappelen over. Blijf net zolang vullen, om en om, tot alle groenten op zijn.
Verwarm de oven voor op 180 graden (hete lucht). Zeef het slagroommengsel, zodat de laurier, knoflook en tijm er niet meer in zit. Voeg aan de slagroom peper, zout, nootmuskaat en kaas toe. Schenk het room-kaasmengsel voorzichtig over de groenten.
Zet de schaaltjes ongeveer 50 minuten in de oven. Na ongeveer 20 minuten doe je er aluminiumfolie overheen, zodat de bovenkant niet aanbrandt.


