Ken je deze vrouw? Zo’n vrouw die nooit een traktatie overslaat, alle koekjes op het werk opeet en ook nog eens heel erg graag zelf dingen kookt en bakt. Zo’n vrouw die soms klaagt dat ze te zwaar wordt, maar dus alles lijkt te kunnen eten en toch slank blijft. Irritant, toch?
Zo’n vrouw ben ik.
Nummer 10 van de uitdagingenlijst ‘bedenk een calorie-arme taart’, kwam natuurlijk van een vrouw. Drie verschillende vrouwen zelfs. Zij wilden allemaal dat ik iets bedacht wat je zonder schuldgevoel kon maken en eten op een verjaardag of bij een feestje.
Ik heb m’n bouw mee, ik vind sporten best leuk, ik weet heel goed wat er in mijn eten zit, maar daarnaast ben ik ook nog eens een verschrikkelijke compensatie-eter. Ik gebruik dus volop roomboter, chocolade, volle vette yoghurt en melk, suiker en eieren bij het bakken van taarten. Maar dan eet ik ‘s avonds wel een salade en dan sport ik nog een keertje extra. En daarnaast heb ik dus waarschijnlijk ook wel het geluk dat ik niet zo snel aankom.
Voor deze opdracht moest ik mijn gewoontes opzij zetten en bedenken hoe ik zo weinig mogelijk calorieën in een taart kon verwerken. Ik nam contact op met Bluebelle, Claire van den Heuvel. Zij schrijft voor verschillende bladen (o.a. Delicious. magazine) over gezond eten en is food coach.
Ook zij gaf aan dat ze niet zo van de low-calories is en ze gaf me wat algemene tips waarmee ik aan de slag kon. Ik wilde verschillende taarten maken, die op allemaal op hun manier gezonder zijn dan de gemiddelde taart. Eieren, roomboter en andere calorierijke producten zou ik proberen mijden.
Van light-producten ben ik ook geen fan. Zoetstoffen vind ik vaak vies smaken en toen ik in de supermarkt een vergelijkend warenonderzoekje deed, viel me vooral op dat light-producten bijna altijd minder calorieën maar toch meer koolhydraten en suikers bevatten.
Ik verdiepte me, op aanraden van Claire, in raw producten, super foods en vervangers van suiker. Ook paste ik het recept van de pompoentaart die ik voor de glutenvrije opdracht maakte, aan, waardoor de taart nog slanker werd. Ik las recepten van chocoladetaarten gemaakt van avocado’s en dadels (tja) en besloot daar niet aan te beginnen. Mijn taarten moesten toch ook nog wel bij mij passen.
Ik ging opnieuw aan de slag met producten die ik niet kende. Ook voor deze opdracht bezocht ik weer de plaatselijke biowinkel. Mijn voorraadkast puilt inmiddels uit met glutenvrij, lactosevrij, suikerarm, tien meelsoorten, negen soorten noten en twaalf soorten bessen. Uiteindelijke resulteerde deze opdracht in wel vier verschillende taarten, die op hun manier allemaal gezond zijn.
De eerste taart is er eentje met appel, zoeter gemaakt met amandelmeel. De tweede is de pompoentaart, zonder korst en gezonder door de vervanging van kokosmelk door gewone melk. De derde taart is helemaal raw, gemaakt van pecannoten met de structuur van een cheesecake. De laatste taart is net als ik en heeft van alles een beetje: een combinatie van raw, vegan, maar ook gelatine, magere kwark en (soya)slagroom ;-). De taart compenseert zichzelf, zeg maar.
Ik ga hier echt niet vertellen dat het beter is om iets anders te kiezen dan slagroomtaart. En dat het gezonder is om een klein stukje te nemen van een taart die je lekker vindt, in plaats van een grote van iets wat je vies vindt. Flauw vind ik dat, dat soort adviezen. Doe maar gewoon waar je jezelf gelukkig bij voelt.
Claire inspireerde me vooral om eens andere producten te gebruiken. Zo zei ze dat ik eens volkorenbladerdeeg in plaats van roomboter bladerdeeg moest gebruiken. Ook bedacht ik dat zo rijp mogelijk fruit een taart zoeter kan maken. En ook ongebrande en ongezouten noten kunnen veel vervangen: een deel van je bloem of bijvoorbeeld een deel van koekjes voor een taartbodem.
Ik gebruikte in plaats van suiker dit keer honing en agave nectar*. Daarnaast vond ik een hoop zogenaamde super foods (zoals chia, hennep, acai, goji bessen en cacao nibs), die veel goede vetten en vitamines bevatten. Sowieso probeerde ik het gebruik van geraffineerd voedsel te beperken, omdat daar weinig tot geen goede voedingsstoffen zitten. En sommige taarten hebben geen korstbodem nodig. Allemaal trucjes waarmee ik mijn taarten gezonder maakte.
Het was niet alleen leerzaam, maar ook nog eens heel erg lekker. Gisteren Twitterde ik al wat foto’s van mijn taarten de wereld in. Mijn broer vond de bodem van de raw food taart op een kattenbak lijken. Helaas woont hij net iets te ver weg om even te komen proeven. Hij was heerlijk! (en met de vulling erover zag je helemaal niet dat de bodem wat korrelig was). Verschillende mensen vroegen zich al af een gezonde taart lekker kon zijn. En ja, dat kon. Mijn vriend werd behoorlijk om de tuin geleid door de cashewtaart (“Is dit cheesecake?”) en zei dat hij in één taart de boter miste. Inderdaad, de enige taart waar wel boter in zat.
Bedankt voor de leerzame opdracht, Caryn, Johanna en Yvonne! Claire, bedankt voor je hulp. Weer een uitdaging voltooid!
* hierover zijn de meningen verdeeld. Agave nectar bevat veel fructose, dus of het nu echt goed voor je is, is voor mij nog steeds een vraag.
Appel galette
Dit is de enige taart waarin ik boter gebruikte. Roomboter bevat behoorlijk wat calorieën, maar schijnt nog altijd een stuk gezonder te zijn dan margarine. Voorlopig vervang ik die dus niet. Ik heb wel een deel van de bloem vervangen door amandelmeel. Hierdoor werd het deeg iets zoeter (en calorierijker), maar omdat de zoetheid uit de onbewerkte noot kwam, is dat niet erg (goede vetten, blabla).
Voor een taartje van 20 cm (8 punten):
- 100 gram bloem
- 25 gram amandelmeel
- snuf zout
- 90 gram boter (680 calorieën!)
- 2 eetlepels ijswater
- 1 appel (ik gebruikte een Jazz)
- 1 eetlepel agave nectar – bruine suiker of honing
- snuf kaneel
- halve theelepel verse gember, fijn geraspt
- theelepel citroensap
- 15 gram amandelmeel = 100 calorieën
- 25 gram grof gehakte walnoten
Meng de bloem, het amandelmeel en zout in een mixer. Voeg de klontjes boter toe en mis tot je een korrelig beslag hebt. Voeg 2 eetlepels ijswater toe. Mix tot het beslag bindt. Haal het nu uit de mix. Vorm er met je handen een deeg en daarna een schijf van. Leg een uur in folie in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 200 graden (hete lucht). Snijd de appels in hele dunne plakjes. Vermeng met de agave nectar, gember, citroensap en kaneel. Rol de schijf deeg uit tot een cirkel van ongeveer 25 cm. Het is niet erg als de cirkel niet netjes rond en een beetje karteltjes aan de buitenkant heeft. Strooi nu de 20 gram amandelmeel over het midden van de schijf. Laat aan de randen 2 cm vrij.
Verdeel nu de appels netjes over het amandelmeel. Strooi de walnoten erover. Vouw de rand om naar binnen, tot over de appels. Leg op een stuk bakpapier en bak in 15 minuten in de oven. Als de noten nu bruin zijn en de korst ook, leg je er een stuk bakpapier op en bak je de taart nog eens 15 minuten. Breng nu over op een rooster en bak de taart nu de taart helemaal af in 10 minuten.
Serveer eventueel met een beetje crème fraiche met agave nectar.




Pompoentaart (de slankere versie)
Deze pompoentaart maakte ik al eerder voor de glutenvrije opdracht. Ik verving nu een deel van de kokosmelk (erg vol, vet en smaakvol) voor halfvolle melk. Dat scheelde meer dan 250 calorieën. Ook verving ik de tapiocabloem door tarwebloem. In voedingswaarde maakte dat nauwelijks iets uit. ook verving ik een deel van de suiker voor agave nectar. Niet alles, want suiker bepaalt mede de structuur van hetgene wat je bakt.
Voor een taart van 20-24 cm (12 punten):
- 2 eetlepels zonnebloemolie (om in te vetten)
- 450 gram gepureerde pompoen (in blokjes snijden, 45 min op 150 graden in de oven en dan pureren)
- 200 ml kokosmelk (360 calorieën)
- 200 ml halfvolle melk (90 calorieën)
- 2 eieren (80 calorieën per stuk)
- 50 gram bruine basterdsuiker
- 2 eetlepels agave nectar
- 100 gram tarwebloem
- snuf zout
- eetlepel koek- en speculaaskruiden
Verwarm de oven voor op 175 graden (hete lucht). Vet een bakblik in van 20-24 cm met een beetje zonnebloemolie. Meng alle ingrediënten samen in een mixer. Werk van boven naar beneden, dus meng eerst de natte ingrediënten en doe er daarna pas de droge ingrediënten bij. Schenk het beslag in de ingevette bakvorm. Zet in het midden van de oven. Zet na 45 minuten de oven uit. Laat de taart in de oven staan. Haal na ongeveer een uur uit de oven.

Raw cheesecake van cashewnoten
Van raw food wist ik eigenlijk weinig. Dat het gezond is om niet altijd bewerkt voedsel te eten, begreep ik wel, maar om daar nu een levenswijze van te maken, gaat me net iets te ver. Wat vaker raw eten lijkt me helemaal niet verkeerd. De zogenaamde super foods die in deze taart zitten (de moerbeien en cacao nibs) en de noten, leveren behoorlijk wat goede bouwstoffen. De bodem van deze taart bedacht ik zelf, geïnspireerd door bestaande raw recepten waarbij dadel gebruikt wordt als bindmiddel. Ik verving dit door de moerbeien. Raw chocolade kan best bitter zijn, maar was, in combinatie met de andere ingrediënten, prima van smaak. Kokosolie kende ik ook niet. het smaakt naar kokos (goh) en wordt bij afkoeling hard, net als boter. De vulling van de taart is gebaseerd op het recept van the Rawtarian.
Voor een taartje van 20 cm (8-10 punten):
- 75 gram moerbeien
- 30 gram cacao nibs
- 50 gram gezouten pecannoten (of ongezouten en een snuf zout)
- 250 gram cashewnoten
- 50 ml citroensap
- 40 ml agave nectar
- 50 ml kokosolie
- 100 gram frambozen, om te versieren
- 50 ml water
- theelepel agave nectar
- 20 gram cacao nibs, om te versieren
Week de cashewnoten in wat water. Vermeng de moerbeien, cacao nibs en pecannoten met een mixer tot het zo fijn mogelijk en plakkerig is. Bekleed de bodem van een springvorm met bakpapier en sprei het moerbeienmengsel uit over de bodem. Zet een uur in de koelkast.
Laat de cashewnoten uitlekken en meng in een keukenmachine met het citroensap, nectar en de kokosolie. Zorg dat je alles zo fijn mogelijk maalt zodat je een gladde structuur van de taart krijgt. Voeg eventueel water toe om het mengsel gladder te maken (ik gebruikte nog vijf eetlepel water). Als je mengsel de juiste structuur heeft, schenk je het over de bodem van je taart. Zet een uur in de vriezer en daarna nog 2 uur in de koelkast.
Meng een deel van de frambozen (ongeveer 30 gram) met 50 ml water in een pannetje samen met een theelepel agave nectar. Verwarm op laag vuur, pureer de frambozen met een vork en laat het vocht iets inkoken. Laat afkoelen. Schenk dit over de taart en versier met de rest van de frambozen en de cacao nibs.




Kwarktaart zoals ik
Deze taart past echt heel erg bij me. Alle contrasten zitten erin: een raw bodem, lekker gezond, magere kwark, toch iets zoets toevoegen, gelatine, dus niet vega. De bodem is gebaseerd op bestaande raw recepten. Ik vind hem zo erg lekker. Het was fijn om een vervanging voor gemalen koekjes met boter te ontdekken.
Voor een taartje van 20 cm (1o punten):
- 70 gram walnoten
- 50 gram geraspte kokos
- 100 gram verse dadels
- snuf zout
- 250 gram magere kwark
- 75 ml soyaslagroom of gewone slagroom
- 4 gelatineblaadjes
- 1 eetlepel agave nectar
- 100 ml water
- 50 gram rijpe aardbeien, in stukjes
- 100 gram rijpe aardbeien, om te versieren
- 100 gram bosbessen, om te versieren
Verwijder de pitten uit de dadels en vermaal de ingrediënten van de taartbodem in de keukenmachine. Druk, met een lepel of met de hand, het mengsel op een taartbodem van ongeveer 20 cm. Maak ook een opstaand randje. Zet minstens een uur in de koelkast.
Leg de gelatineblaadjes in koud water. Verwarm 50 gram aardbeien met 100 ml water en 1 eetlepel agave nectar in een pan. Knijp na 5 minuten de gelatineblaadjes uit en voeg ze toe aan de aardbeien in het warme water. Roer goed door, zodat er geen klontjes ontstaan. Laat niet koken.
Meng de soyaslagroom met de kwark. Schep nu ook het aardbeiengelatinemengsel erbij. Schenk over de bodem van de taart en zet minstens vier uur in de koelkast. Versier met nog eens 100 gram aardbeien en 100 gram bosbessen.




Wat ben ik blij dat ik geen voedselallergie*- of intolerantie heb. Zoveel heb ik wel geleerd van deze uitdaging: Me verdiepen in glutenvrij eten en een gluten- en lactosevrij driegangenmenu klaarmaken. Ik las me suf online over wat gluten zijn, wat je wel en niet mag eten en wat het inhoudt om een gluten- of een lactose-intolerantie te hebben. Van een vriendin kreeg ik het telefoonnummer van haar schoonmoeder die al twintig jaar weet dat ze glutenvrij moet eten.
Ik belde haar en ze vertelde me wat eigenlijk al dacht: “Vroeger was het veel moeilijker om aan glutenvrije producten te komen. Niemand wist precies wat het was. Er was één bakker die een paar broden tegelijk voor me bakte. Ingrediëntenlijsten op producten waren nog niet gebruikelijk, dus je kon nooit zien waar gluten inzaten. Het kwam nog weleens voor dat ik toch weer ziek was, doordat het ergens in zat waarvan ik het niet wist.” Dat men twintig jaar geleden nog niet veel van coeliakie wist, was ook duidelijk in het plaatselijke ziekenhuis. Daar ontdekten ze zelfs na een heleboel onderzoeken en het onnodig verwijderen van haar galblaas, niet wat er met Suzan aan de hand was. Ze werd doorverwezen naar het ziekenhuis in Leiden en pas daar, toen Suzan door al het overgeven nog maar 44 kilo woog, stelden ze de diagnose. Vanaf dat moment kon ze rekening houden met haar ziekte. “Bij de Jumbo heb je nu veel producten die glutenvrij zijn. Ze verkopen er, uit de vriezer, wel zes verschillende broden, dus ik kan ook variëren. Glutenvrije pasta en andere producten hebben ze ook, bij de dieetproducten. Je moet er maar eens gaan kijken.”
Maar wat zijn gluten nu eigenlijk? Gluten zitten in alle granen en de producten die van granen gemaakt worden. Het is de naam van de eiwitgroep die in deze granen zit. Gluten zijn het reservevoedsel van die granen. Gluten zijn voor bakkers heel handig, want als je brood bakt, zorgen de gluten ervoor dat het mooi rijst, het is eigenlijk een beetje het karkas van het brood.
De termen coeliakie en glutenallergie of -intolerantie worden vaak door elkaar gebruikt. Hoeveel mensen een glutenallergie hebben is niet duidelijk. In de meeste artikelen wordt gesproken over 1% van de bevolking, oftewel 160.000 Nederlanders (waarvan maar 10.000 het weten). Op een andere website las ik dat misschien wel 40% van de mensen gevoelig is voor gluten. Klachten zoals buikpijn, diarree, overgeven en een opgeblazen gevoel zijn tekenen dat je een glutengevoeligheid hebt. Coeliakie is erfelijk en niet te genezen. De enige manier om er geen last van te hebben is door een levenslang dieet te volgen dat glutenvrij is. Coeliakie kan bij kinderen tot uiting komen wanneer ze voor het eerst voedsel gaan eten dat gluten bevat, maar kan ook zijn dat de ziekte zich pas op latere leeftijd openbaart. Coeliakie beschadigt de darmwand en kan bijvoorbeeld ook groeistoornissen teweeg brengen. Het is absoluut een ziekte die niet onderschat moet worden.
Maar hoe is het dan om op vakantie te gaan bijvoorbeeld, vroeg ik Suzan. “Ik heb een kaartje waar uitleg op staat in een heleboel talen. Dat helpt wel, maar het is al weleens mis gegaan als ik uit eten ging op vakantie, ik werd dan toch ziek. Ik heb ook niet het idee dat ze in andere landen verder zijn op dit gebied, ook niet in de VS** en Canada waar onze zoon woont en woonde.” Het belangrijkste waar ik volgens Suzan rekening mee moet houden, als ik glutenvrij wil koken, is dat er sporen van tarweproducten in de buurt zijn. In mijn keuken worden ook tarweproducten verwerkt, dus ik moet ervoor zorgen dat alles goed schoon is als ik glutenvrij kook. “Bij mij thuis eten anderen wel producten met gluten, ook omdat de glutenvrije producten heel duur zijn. Ik heb dus mijn eigen boter en beleg, omdat die misschien ‘besmet’ zijn met de gluten van het brood van anderen.”
Maar eigenlijk zijn er dus best veel dingen die je mag eten als je een glutenallergie hebt. Zolang er maar geen tarweproducten in verwerkt zijn, is het oké. Als je al veel vers klaarmaakt, heb je een hoop in de hand. Alles wat bijvoorbeeld gemarineerd is, kan ook gluten bevatten. “Maar weet je waar bijvoorbeeld ook gluten inzitten? In een heleboel snoep en in medicijnen, het wordt dan als bindmiddel gebruikt. En waar ik bijvoorbeeld ook achter kwam, was dat ik ziek werd van het likken aan een postzegel. Die hebben nu gelukkig een sticker, maar aan de zegeltjes van de Jumbo (ja, die met dat fijne glutenvrije brood) waag ik me bijvoorbeeld voor de zekerheid maar niet.”
Of er nog iets is wat Suzan wil dat anderen weten over een glutenallergie: “Ja, vooral dat het helemaal niet zo erg is. Sommige mensen, en dat lees ik dan ook in het tijdschrift van de NCV (Nederlandse Coeliakie Vereniging), vinden het zo verschrikkelijk dat ze een glutenallergie hebben, maar dat vind ik niet. Er zijn steeds meer spullen verkrijgbaar.” Maar mis je dan niets? “Ja, soms. Dan loop ik over de markt en dan ruik ik de geur van kibbeling en dan zou ik dat willen eten. Of ik zou bij de bakker een saucijzenbroodje willen kopen. Ja, die zijn ook wel glutenvrij te krijgen, maar dat is dan toch anders.”


Als je bewust met eten bezig bent, en je weet waar je rekening mee moet houden, kun je klachten voorkomen. En ja, dat kost dan wel meer geld en ook meer tijd doordat je alle etiketten in de supermarkt moet lezen. Maar uiteindelijk zorgt dit er wel voor dat je gezonder en energieker bent. Moeilijker is het vaak voor mensen in de omgeving. Zij hebben niet altijd glutenvrije producten in huis. Of ze weten niet waar ze rekening mee moeten houden of hoe ziek je kunt worden als je toch iets eet met gluten erin. En zelfs al doen ze nog zo hun best, een ongelukje (of kruisbesmetting) zit in een klein hoekje.
Voor deze opdracht wilde ik me niet alleen bezighouden met glutenvrij, maar ook met lactosevrij eten. Er wordt namelijk gezegd dat ongeveer 50% van de mensen met coeliakie ook een lactose-intolerantie heeft. Lactose is een suiker die je terugvindt in melk(producten). Mensen met een lactose-intolerantie maken van nature te weinig lactase aan in de dunne darm. Daardoor wordt lactose niet goed verteerd en treden klachten op als buikpijn, winderigheid en een opgeblazen gevoel. Niet iedereen met een lactasetekort heeft deze klachten, dit is afhankelijk van je voedingspatroon en de gevoeligheid van je dikke darm. Dat lactase minder of niet wordt aangemaakt kan verschillende oorzaken hebben: het kan een erfelijke kwestie zijn, het kan komen door een darmbeschadiging óf het kan veroorzaakt worden doordat men te weinig gewend is aan lactose (in Nederland niet heel gebruikelijk). Mensen met een intolerantie zijn niet allergisch, maar kunnen de lactose gewoon niet goed verdragen. Zowel een lactose-intolerantie als coeliakie kunnen met een test worden vastgesteld.
Ik vond een aantal recepten die ik voor deze uitdaging wilde bereiden. In de supermarkt en de biologische winkel bestudeerde ik ingrediëntenlijsten. Boodschappen doen was nooit eerder zo lastig. En ook nooit eerder zó duur… Bij Jumbo vond ik eigenlijk alleen maar producten die al af waren: muesli voor 4 euro, rozijnenbroodjes voor 5 euro, crackers van 4 euro, een blik soep voor 3,25 euro, boterhammen die een jaar (buiten de vriezer!) houdbaar waren. Het dieptepunt was het sneue zakje stroopwafels: 10 stuks voor 5,99 euro. Het brood kostte me 5 euro. Een pakje bladerdeeg 4. Rijst- en sojamelk bleken gelukkig redelijk betaalbaar.




Bij de biowinkel werd het al beter. Ik vond daar producten waarmee ik zelf kon koken en bakken. Tapiocameel nam ik al mee uit de VS. En bij de biowinkel vond ik ook rijstmeel, teff, glutenvrije boekweit en andere glutenvrije meelsoorten. Een heleboel producten waren weer vreselijk duur. Teff kostte 6 euro voor een zak van 1000 gram en dat gold ook voor de meeste andere producten. Uiteindelijk nam ik alleen rijstmeel en boekweit mee. Xantahn gum was niet verkrijgbaar en hoe ik dat moest vervangen, wist ik eigenlijk ook niet (nu weet ik dat guam gum of arrowroot een goede vervanging was geweest).
Maar nu… het grootste gevaar was de besmetting door andere producten. Ik wilde die avond glutenvrij koken, maar op mijn boodschappenlijst stond ook een pak tarwebloem. En aan zo’n pak zit bijna altijd bloem aan de buitenkant. Moest ik een andere keer terug om tarwebloem te halen? Of even een zakje vragen waar ik hem in zou stoppen? En ook in de grillworst die ik meenam, bleek het tweede ingrediënt tarwebloem (als bindmiddel) te zijn. Ook mijn keuken, waarin ik één of twee keer per week zelf brood bak, was geen glutenvrije omgeving. Eerst maar even flink schoonmaken dus. En daarna de hele dag geen glutenhoudende producten meer aanraken. En dan echt aan de slag. Een gluten- en lactosevrij driegangenmenu klaarmaken.
Van de website van Gluten free Goddess haalde ik nog meer informatie én drie recepten: eentje voor een soep, een hoofdgerecht met vis en een pompoentaart, allemaal zonder gluten en lactose. De soep en de pompoentaart vond ik heerlijk. Die recepten vind je dan ook hieronder. Het recept van de vis vond ik iets minder lekker en vind je hier.
In mijn kast staan nu nog een hoop gluten- en lactosevrije producten waar ik de komende tijd mee ga experimenteren. Natuurlijk weet ik nog steeds niet hoe het echt is om een gluten- of lactose-allergie te hebben, hoe het is om traktaties af te moeten slaan, restaurants te moeten bellen met de vraag of ze rekening kunnen houden met je allergie of om op de markt te lopen en niet spontaan te kunnen kopen wat je lekker lijkt. En ik weet ook niet hoe het is dat mensen tegen je zeggen: “Ach, een klein stukje zal toch niet erg zijn?” of hoe het is om ziek te worden van het eten van een stuk ‘gewoon’ brood. Maar toch heb ik een hele hoop geleerd van deze opdracht. En jullie misschien ook wel, door de tijd te nemen om dit verhaal te lezen…
*Na het eten van de gluten- en lactosevrije pompoentaart kreeg ik rode plekjes in mijn gezicht ;-) Dit heb ik wel vaker. Door welk eten dit ontstaat, weet ik niet, maar ik heb er geen last van, het gaat na een uur weer weg.
**Toen ik zelf in Californië en New York was, had ik het idee dat ze daar juist wel meer hadden dan hier, maar ik vermoed dat dat juist dé Amerikaanse plaatsen zijn waar al veel aandacht is voor voedselallergieën.
Venkelselderijsoep
Eigenlijk was dit het gemakkelijkste onderdeel: het voorgerecht. Zolang ik verse groenten zou gebruiken, kon er weinig misgaan, want in groente zit geen gluten. De bouillon die ik in huis had, bevatte maiszetmeel, dat vond ik een risicoproduct. Daarom verving ik het door water en hoopte ik op genoeg smaak uit de groenten, specerijen en kruiden. De croutons maakte ik van glutenvrij brood.
- 2 eetlepels olijfolie
- 1 grote teen knoflook, geperst
- 1 prei gewassen en gesneden
- 1 venkelknol, gewassen en in blokjes gesneden
- 1 aardappel, geschild en in blokjes gesneden
- 5 stengels bleekselderij, gewassen en in blokjes
- snuf peper en zout
- water
- eetlepel fijngesneden peterselie
Voor de croutons:
- 2 glutenvrije boterhammen
- halve teen knoflook
- 3 eetlepels olijfolie
Verhit de olijfolie in een pan met dikke bodem op halfhoog vuur. Voeg knoflook en prei toe. Bak een minuut of 5. Voeg de andere groenten toe. Schenk water over de de groenten tot alles onder staat. Breng op smaak met zout en peper. Doe het deksel op de pan. Zet het vuur laag en laat het ongeveer 45 minuten zachtjes koken. Roer af en toe door.
Snijd de korstjes van de boterhammen en snijd de boterhammen in blokjes. Pers een halve teen knoflook uit en vermeng met de olijfolie. Schenk dit over de broodblokjes. Bak een minuut of 10 op laag vuur in een koekenpan tot de croutons droog en knapperig zijn.
Schep de soep in kommen. Verdeel de croutons over de soep en bestrooi met de peterselie.


Glutenvrije pompoentaart
Deze taart heeft geen korstbodem. Op de site van Gluten free Goddess vind je ook een recept voor een pompoentaart mét een glutenvrije korstbodem. Ik vond de taart zo ook heerlijk.
- 2 eetlepels zonnebloemolie (om in te vetten)
- 450 gram gepureerde pompoen (in blokjes snijden, 45 min op 150 graden in de oven en dan pureren)
- 400 ml kokosmelk
- 1 tl vanille-aroma
- 2 el olijfolie
- 2 eieren
- 100 gram bruine basterdsuiker
- 75 gram boekweitmeel
- 2 eetlepels tapiocameel
- snuf zout
- eetlepel koek- en speculaaskruiden
- theelepel xanthan gum of guar gum of arrowroot (ik gebruikte geen van allen, maar ik kan me voorstellen dat dit de structuur van de taart verbetert)
Verwarm de oven voor op 175 graden (hete lucht). Bakblik van 24 cm invetten met een beetje zonnebloemolie.
Meng alle ingrediënten samen in een mixer. Werk van boven naar beneden, dus meng eerst de natte ingrediënten en doe er daarna pas de droge ingrediënten bij. Schenk het beslag in de ingevette bakvorm. Zet in het midden van de oven. Zet na 45 minuten de oven uit. Laat de taart in de oven staan. Haal na ongeveer een uur uit de oven.


——————
Meer weten over glutenvrij eten? Lees dan het blog van Glutenfree Girl, de site van de Nederlandse Coeliakievereniging NCV, de blog van Niccky Lekker Glutenvrij, een site voor het bestellen van glutenvrije taarten, nog een blog vol met glutenvrije recepten en ook deze vrolijke, Engelstalige site met recepten en verhalen: Simply Gluten Free. De site van de Maag Lever en Darm Stichting geeft ook een heleboel informatie over coeliakie én lactose-intolerantie.
Vandaag is het exact een jaar geleden dat we naar Californië gingen. Ik droom er nog steeds weleens over, want man, wat was dat een prachtige reis. Van alle plekken in de wereld die ik bezocht, was dit toch wel één van de mooiste. Dus toen Pauline vertelde dat ze binnenkort naar Californië vertrekt, begon ik een bericht naar haar te typen met daarin allerlei leuke dingen die ik met haar wilde delen. Na een half uurtje tikken besloot ik er een blogpost van te maken. Zodat niet alleen Pauline, maar ook anderen gebruik kunnen maken van mijn tips.
Californië heeft alles: geweldige natuur, super vriendelijke mensen, heerlijk (nee, fantastisch) eten, fijne wegen en ook het klimaat is er erg prettig. Je moet er lang voor vliegen, maar dan heb dus je ook zeker wat. Als je net als ik van alles een beetje houdt, dus van natuur, van dieren, van sport, uitgaan én van uitrusten dan is Californië de ideale vakantiebestemming. Bovendien is Californië dus een walhalla voor foodies: ze zijn er erg ver op het gebied van bio en vega, zelfs de gewone supermarkten zijn er erg goed gesorteerd en markten met local food vind je in elke stad. En ondanks dat Californië één van de duurste staten van de VS is, zijn goede restaurants hier nog steeds een stuk betaalbaarder, zelfs met tax en tips, dan die in Nederland.
Een reis naar CA brengt eigenlijk maar één probleem met zich mee: waar moet je allemaal naartoe? Californië is groot, je kunt er gemakkelijk zelfstandig rondreizen en er zijn heel veel mooie dingen ‘in de buurt’. Ons originele plan om van San Francisco naar Portland te rijden, verdween al snel toen ik zag wat er allemaal oostelijk van San Francisco te zien is. Portland kwam op de vreselijk lange lijst van ‘plekken die we ooit nog een keer bezoeken’ en we kozen voor een rustige, maar veelzijdige reis waarbij we een deel van de kust, een klein beetje binnenland en uiteindelijk Las Vegas zouden zien.
De meeste US-toeristen trekken iedere of om de dag naar een andere plek, reizend langs motels of campings of ze reizen met een camper. Dat laatste vonden wij (met zijn tweeën) erg duur in het hoogseizoen. Bovendien vonden we het ook geen prettig idee om telkens weer je hele hebben en houden mee te nemen, ook als je bijvoorbeeld alleen even boodschappen gaat doen. Wij kozen voor een huurauto en telkens na een dag of vier verkassen. Zo hadden we meer rust, zagen we wel iets minder, maar genoten we niet alleen van de prachtige omgeving, maar ook nog eens van hele leuke verblijven (airbnb!).
Net als bij onze trip naar New York gebruikte ik een aantal sites ter voorbereiding:
Tripadvisor: reviews van hotels, b&b’s, attracties en restaurants.
Yelp: reviews van winkels, schoonheidsspecialistes, tandartsen, maar vooral van restaurants in alles prijsklassen.
Open Table: reserveren van restaurants (mét reviews).
Airbnb: fijne accommodaties, wij verbleven in de paddenstoel in Aptos, een eigen huis met zwembad in de wijnstreek, bij iemand in huis in San Francisco en een eigen appartement met minizwembad en bbq in de bossen van the middle of nowhere, allemaal dankzij airbnb.
Chowhound (tip van Els): heeft een forum waarop mensen discussiëren over plaatselijk eten, restaurants en food shopping. Je kunt hier veel tips van locals krijgen.
Alles Amerika: een Nederlandse site, waarop je echt belachelijk veel over reizen naar de US kunt vinden. Op het forum krijg je vreselijk veel tips, waar je heel veel aan kunt hebben. Er zitten veel mensen op de fora die je hele goede tips kunnen geven over waar je wel en niet heen zou moeten gaan. Laat je daar niet gek maken, want uiteindelijk gaat het erom dat je doet wat jij het prettigst vindt. Ook ik trok mijn eigen plan door niet iedere dag of twee dagen ergens anders heen te gaan en daar heb ik geen spijt van gekregen.
Rental Cars: een zoekmachine om een goedkope huurauto te huren. Wij namen geen grote, met een middenklasse auto kun je prima verplaatsen in de VS. Via een Duits bedrijf huren zou het goedkoopst moeten zijn, maar wij vonden de beste prijs bij Avis. Een auto op de ene plek huren en op de andere plek terugbrengen, kost vaak niks extra’s, omdat veel mensen dit doen.
Smarter Vegas: aanbiedingen voor shows en hotels in Vegas. Abonneer je op hun mailaanbiedingen. Bij hen vind je de vaak de beste prijzen. Vergeet niet dat je bij de meeste hotels ook nog resort fees moet betalen. Dit is een extra bedrag dat nog bovenop je prijs per nacht komt. Een andere boekingssite met goede aanbiedingen is Las Vegas Direct.
Een fantastische stad om je reis te starten is San Francisco. Begin hier, omdat je dan nog relaxt bent, niet teveel door het land gereisd hebt en je even kunt bijkomen van je jetlag. De plek die wij vermeden was de drukke, toeristische pier. Waar we wel graag heen gingen was Filmore Street, The Mission, de verschillende parken, de farmers markets en de geweldige restaurants. Wij vermaakten ons in SF vier volledige dagen. Fietsen huren kun je overal. Naar de overkant van de Golden Gate biken moet je zeker. Fiets dan ook meteen door (mooie route!) naar Sausolito, waar je de mist achter je laat. Bezoek Alcatraz, kies voor de avondtour. Deze moet je lang van tevoren boeken, maar is zeker de moeite waard. Je krijgt persoonlijke verhalen van ex-gevangenen en medewerkers te horen en ‘s avonds zijn er veel extra’s.
Noordelijk van SF ligt het wijngebied van Napa en Sonoma. Plaatsjes al St. Helena en Healdsburg zijn helemaal ingericht op de wijntoerist. Helaas is het hier wel erg commercieel. Voor wijn in combinatie met mooie landschappen zou ik hier niet naartoe gaan. Kies dan voor een lekkere vakantie in Frankrijk of Italië. Onderweg naar het noorden van Californië is Point Reyes een prachtige stop. Als je mazzel hebt en het is mooie weer, dan maak je hier prachtige foto’s. Ben je avontuurlijk ingesteld dan zijn een paar dagen rond de Russian River misschien wel optie. Je kunt daar raften, kanoën en kamperen.
Ten zuiden van SF heb je het andere deel van de Highway one. Een prachtige route om te rijden, met fantastische stops bij parken, zoals Año Nuevo, waar je zeehonden kunt zien, mooie kliffen kunt bekijken, onderweg kunt eten en mooi kunt kamperen; het gebied bij Big Sur staat bekend om de vele eco lodges. De stadjes Monterey (mooi aquarium, walvistochten) en Carmel trekken veel toeristen. Wij reden de HW1 niet verder dan Big Sur. Als je verder naar beneden gaat kom je bij Los Angeles en San Diego, waarover we niet veel positiefs hoorden. Het meest zuidelijke deel van CA sloegen we dus over.
De meeste mensen die door Californië reizen, gaan langs alle natuurparken in de buurt. Yosemite moet je op zijn minst zien. Je kunt je hier zeker een dag in vermaken. Als je er een fiets huurt, verwijder je je al snel van de andere toeristen. Ook als je de langere trails loopt, kun je je onttrekken aan de massa. De Tioga-pass loopt horizontaal door het park en is een prachtige route richting Las Vegas of de Grand Canyon. Naast Yosemite heb je nog andere grote natuurparken zoals Sequioa National Park, onder Yosemite, en in het noorden van CA Redwood Park, met ook weer gigantische bomen.
Hierna wordt het lastig. Want je heb nog meer parken die aan te rijden zijn. Ga je naar Grand Canyon dan moet je ergens anders dagen gaan schrappen, omdat je nu echt een stuk verder gaat rijden. Maar ga je naar Grand Canyon, dan wil je misschien ook nog wel naar Bryce Canyon en naar Zion. Dit bezoeken kost je ook weer een aantal dagen. Dat is vast de moeite waard, maar wij bewaarden het voor een volgende reis.
Amerikanen verklaarden ons voor gek (“Wat moet je daar doen?” “Je gaat er dood met dat weer”), maar we gingen toch: de hitte van Death Valley. De natuur is hier weer adembenemend mooi. De hotels in het park vond ik niet de moeite en het geld waard. Je kunt in één dag door het park rijden en erbuiten overnachten. Als je een echte die hard bent en je meer van het park wilt zien, ga je de dag erna weer terug. Eind juli was het er 50 graden. Een bezoek aan de zoutvlakte, de duinen en één van de canyons, het zien van de zonsondergang, vonden we absoluut de moeite en de hitte waard.
Uiteindelijk gaat bijna iedereen toch Californië uit: Las Vegas: waar de neonverlichte megacasino’s erop uit zijn om het geld uit je zakken te kloppen, terwijl je een glimlach op je gezicht houdt (Louis Theroux). Voor een deel vergane glorie, maar ook nieuwe, mooie hotels en casino’s (zoals het Cosmopolitan) en natuurlijk één en al gekkigheid. Laat het gewoon over je heen komen. Wees bereid om geld uit te geven, dat maakt je verblijf een stuk draaglijker. Je kunt hier ontzettend goed eten, want alle bekende koks hebben in Las Vegas een vestiging van hun restaurant(keten). Overdag kun je aan het zwembad van je hotel liggen en cocktails drinken. ‘s Avonds kun je heerlijk eten, shoppen, stappen, shows bezoeken en natuurlijk gokken. Hoe later in de nacht, hoe aftandser de stad wordt. Verwacht ook bedelaars, oplichters en verkopers. Ik vond het er twee volle dagen geweldig, maar was daarna ook helemaal klaar om naar huis te gaan. In LV genieten veel mensen van de buffetten, voor de beste moet je schijnbaar buiten al in de rij gaan staan. We verbleven in het luxe Mandarin Oriental, ook dat droeg aardig bij aan Vegasvreugde ;-).

























En voor de mensen die willen weten waar we aten:
San Francisco:
Out the Door: die in Bush Street, een zijstraat van Filmore Street vonden we erg fijn, modern Aziatisch.
Aziza: Marokkaans, met ster, heerlijke spreads, fijne cocktails voor redelijke prijzen.
Nopa: modern, lokale ingrediënten.
Dosa: De Zuid-Indiase keuken. Ik was al dol op die uit het noorden, en ontdekte hier het verschil met die uit het zuiden: dosas, geen nan.
Tartine Bakery: beroemd vanwege fantastisch brood en gebak én hun kookboeken. Ze hebben ook een bar met simpel eten. Ernaast zit Delfina (pizza’s) en een Bi-Rite, een hele fijne (super)markt en in dezelfde straat ook nog Bi-Rite creamery met fijn ijs.
Frances: Onze meest memorabele maaltijd van de vakantie aten we hier. Reserveer lang van tevoren. Erg goede prijs-kwaliteitverhouding.
Off the Grid: Wil je weten waar de food trucks staan, kijk dan op de website van Off the Grid. Iedere dag verzamelt een groepje karren zich weer ergens anders. Leuk, leuk, leuk, maar ook lastig om te kiezen uit zoveel lekkers.
Wijngebied noordelijk van SF:
Solbar: voor als je jezelf wilt verwennen. Mooi terras voor een heerlijke lunch. Hier is ook een spa, waar we zelf geen gebruik van maakten, maar de rest van de jetset wel ;-)
Bouchon Bakery: voor als je, net als ik, geen centjes meer hebt voor The French Laundry en Bouchon, maar toch graag de kas van meneer Thomas Keller wilt spekken.
Zuidelijk van SF:
Big Sur Bakery and restaurant: Tja, als je je eigen kookboek hebt, dan moet het wel iets zijn toch? Een prima stop onderweg over de Highway One. Goed brood, lekkere soep, pizza’s en vlees en vis van de gril.
Las Vegas:
Mon Ami Gabi: Bistro recht tegenover de fonteinen van het Bellagio. Als je geduld hebt, kun je wachten op een plaats op het terras. Het is eten was lekker, niet heel bijzonder, maar het uitzicht is de moeite waard.
Yellowtail: Sushibar in het Bellagio. Lekker, lekker, lekker.
Scarpetta: modern Italiaans, vlot, heerlijk gegeten.
Secret Pizza: It’s all in the name: Een niet zo heel groot geheim meer, maar een pizzeria in het Cosmopolitan complex. Een hype, maar wel een prima goedkope maaltijd. Er staan geen bordjes die de pizzeria aanduiden, maar alle securitymensen zijn bereid je te vertellen waar het zit.
Eén van de vijf overgebleven uitdagingen is ‘Bereid een glutenvrij driegangendiner‘. Eigenlijk weet ik weinig van wat gluten zijn en waar je allemaal rekening mee moet houden als je een glutenallergie hebt. Door deze uitdaging aan te gaan, hoop ik hier meer over te leren. Een lezer gaf aan dat een lactose-intollerantie regelmatig voorkomt in combinatie met een glutenallergie en dat het dus nog mooier zou zijn om deze twee dingen in mijn uitdaging te combineren. Prima.
Ik experimenteer voor het uitvoeren van de uitdaging al een klein beetje met het bakken zonder bloem en zuivel. Deze cake maakte ik een week of twee geleden en was een groot succes. Het recept verscheen al in het julinummer van E-magazine Smultuin, waar ik nog steeds maandelijks een recept in publiceer en komt dan nu eindelijk op mijn blog.
Glutenvrije kersencake
De amandelmeel geeft de cake een natuurlijke zoetheid, een spijsachtige smaak. De bovenkant van de cake wordt wat knapperig en de structuur is echt wel anders dan een cake die met bloem bereid is. Hij is vrij luchtig, maar wel iets vochtiger dan een gewone cake. Hij is heerlijk met kersen, maar kan natuurlijk ook gemaakt worden met andere fruitsoorten. Ik liet me bij dit recept inspireren door een recept op Epicurious.
Voor het bestrijken van de bakvorm:
- eetlepel zonnebloemolie
Voor de cake:
- 75 gram suiker
- 4 eidooiers
- 50 ml olijfolie
- theelepel vanille-aroma
- 2 eetlepels limoensap
- rasp van één limoen
- 150 gram amandelmeel
- 50 gram maismeel
- 4 eiwitten
- 50 gram suiker
Voor de topping:
- 250 gram kersen
- 50 gram honing
- 50 ml water
Verwarm de oven voor op 170 graden (hete lucht). Bekleed een bakvorm van 20-22 cm met bakpapier. Dit gaat het gemakkelijkst als je het bakpapier eerst verkreukeld hebt. Bestrijk het bakpapier met een beetje zonnebloemolie.


Klop de eidooiers samen met 75 gram suiker in een kom in een minuut of 4 tot het mengsel lichter is. Klop nu ook de olijfolie, de vanille-aroma en de limoensap en -rasp erdoor. Meng in een andere kom het amandelmeel en het maismeel. Schep dit met een spatel door het eidooiermengsel. Laat staan.
Klop in een andere schone, vetvrije kom de eiwitten bijna stijf. Voeg nu 50 gram suiker toe. Klop nu helemaal stijf. Schep 1/3 van de eiwitten door het eidooiermengsel. Probeer alles zo luchtig mogelijk te houden. Schep nu de rest van de eiwitten ook door het mengsel. Als je dit met een stevige spatel doet, kun je ook gemakkelijk langs de bodem schrapen bij het mengen. Hiermee voorkom je dat het (zwaardere) amandelmeel naar de bodem zakt.
Schenk het beslag in de bakvorm. Zet in het midden van de oven en bak in 40-45 minuten af. Controleer met een prikker of de cake gaar is. Laat afkoelen buiten de oven.
Ontpit de kersen en halveer ze. Meng de helft van de kersen met de honing en het water in een pannetje. Verwarm op halfhoog vuur. Roer af en toe om. Laat een klein beetje inkoken. Schenk dit (warm of koud) over de cake. Strooi ook de andere kersen erover en bestrooi met een beetje poedersuiker.


Ik verdeelde de kersen na het bakken onder de bovenkant van de taart en óp de bovenkant van de taart. Het vocht van de kersen trekt daardoor ook een beetje in de cake.
Een minuut of 40 vliegen hier vandaan, daar ligt de stad van Jamie Oliver, Ottolenghi, Borough Market, de echte pubs, prinses Diana, weidse parken en bangers and mash. Tot rust kom ik er niet echt, maar leuk is het er zeker.
Dit weekend was ik in Londen. En dit keer was het het Londen van het Hoxton hotel, The Ledbury, Spitalfields, Jessica, The Hawksmoor, Brick Lane, ook hier pimientos vinden, het fantastische East End, de finale van het EK in een Brazilaanse danstent, van Jenga en champagne, een zwaar ontbijt de dag erna. Het was het Londen van de verrassing voor mijn zus die, net als ik, in elk leuk koffietentje iets wil drinken, en net zo graag (of misschien wel liever) een supermarkt als de Tower Bridge bekijkt.
Dag Londen, tot snel!






















(en het was het Londen zonder een fatsoenlijke camera en alleen maar foto’s met mijn telefoon maken)
Gisteren volbracht ik één van de moeilijkste opdracht van mijn uitdagingenlijst: het maken van de Gateau Mariëtte.
De Gateau Mariëtte was – al lang voor mijn geboorte- de specialiteitstaart van banketbakkerij Peterse, hofleverancier in Middelburg. Hanna, dochter van de vroegere eigenaar van de bakkerij, gaf me de opdracht de Gateau Mariëtte na te maken. Maar dan wel zonder recept en met alleen maar vage herinneringen.
Weken duurde het voor Hanna en haar zussen op een rijtje hadden hoe de taart moest zijn geweest. Het was een taart met slagroom, soesjes en korstdeeg, maar over de details van de taart werd nog getwist. De één dacht dat de soesjes niet wit, maar met mokka waren geglaceerd. Weer een ander dacht dat de taart hoger was. En hoe de taart precies smaakte, wist eigenlijk niemand, want ze hadden hem vaak ingepakt, maar nooit gegeten. Ook de Gateau Mariëtte van een bakker in Den Haag, bleek niet te zijn zoals die van hun vader.
Hanna riep zelfs nog de hulp in van (de enige echte) Cees Holtkamp, die kon vertellen dat de Gateau Mariëtte geen bestaande taart, maar een kruising moest zijn geweest tussen de Gateau St. Honoré en de Mathildetaart. Ook concludeerde hij dat de taart op bestelling gemaakt moest worden, omdat hij -door de combinatie van bladerdeeg en slagroom- niet lang stevig bleef.
Voor het maken van de taart moest ik me verschillende technieken eigen maken:
- korst (blader)deeg maken
- korstdeeg op de juiste manier afbakken (blind en daarna ‘gewoon’)
- soesjes vormen en afbakken
- soesjes glaceren
- slagroom maken
- soesjes vullen
- abrikozenmoes maken
- afsmeren met slagroom
- decoreren met amandelen
- slagroom spuiten
- letters van chocolade maken
- rozetten maken met slagroom
- de naam Gateau Mariëtte met chocolade schrijven
- alles in elkaar zetten zonder dat het snel weer uit elkaar valt
De meeste dingen kon ik leren van de filmpjes van Cees Holtkamp: soesjes en korstdeeg, dat moest me lukken. Voor de dingen die ik nog niet wist, ging ik naar dé banketbakker in mijn regio: Kees Westdorp van Van Opdorp banket. Als oud-medewerker van de firma Peterse kon hij zich nog wel iets herinneren van de taart. We spraken een tijdje over de Gateau Mariëtte, want ik had nogal wat vragen over hoe ik hem moest maken. Na een minuut of tien sprak Kees de magische woorden: “Weet je wat, kom hem anders hier maar (af)maken. Dan moet je hier woensdag om half 4 zijn en dan help ik je.”
Om vijf voor half 4 stapte ik de bakkerij binnen. Met in een tasje mijn gekrompen, niet zo ronde, veel te dik korstdeeg. En daarnaast een zakje te kleine soesjes en een zakje grotere, misvormde. Maar Kees zei alleen maar: “Laat maar eens zien wat je gemaakt hebt.” En hij lachte me niet uit.
Hij liet me zien hoe ik soesjes moest vullen. Hoe ik in drie kleuren de soesjes kon glaceren. Hoe ik lettertjes moest schrijven. En hoe we toch nog iets van mijn (nét aan gare) korstdeeg konden maken.
De volgende dag om half 9 stond ik weer op de stoep. Ik keek mijn ogen uit in de bakkerij, waar die morgen vier mensen de mooiste taarten en gebak maakten. We gingen de taart dicht smeren, vullen en tot een calorieënbom van slagroom transformeren. Dit lukte. Hij werd prachtig en door al het smeer- en vulwerk, kon ik mijn niet zo mooie soesjes en korstdeeg heel aardig verbergen.
Ik was trots, maar ook wel zenuwachtig bij de presentatie van mijn versie van de Gateau Mariëtte. In de taart zat liefde, aandacht en onzekerheid. En toen Hanna de taartdoos opende en zei: “Ja, dat is hem!” wist ik dat de uitvoering van mijn opdracht geslaagd was. Het was een hele klus, een geweldige uitdaging en een super mooie ervaring. Hanna, Cees en Kees, bedankt!










Voor wie de filmpjes van Cees Holtkamp nog niet kent… kijken! Ik heb ze nog niet allemaal gezien, maar kan er een aantal nu dromen. In ieder filmpje wordt een techniek of een recept uitgelegd, in de keuken van meneer Holtkamp, kleindochter Stella mag een eitje tikken of een bakblik invetten. In de filmpjes worden huis, tuin en keukeningrediënten en -apparatuur gebruikt. Super leerzaam!
Vorige week rondde ik de uitdaging van de vegaburgers af. Ik vertelde toen al dat ik vier verschillende burgers maakte. De recepten van de quinoaburger en de linzenburger vind je hier. Maar jullie hadden nog twee fijne vegarecepten van me tegoed, namelijk die van de bulgurburger en die van de kikkerwtenburger.
Bulgurburgers
Het recept van deze bulgurburgers is gebaseerd op een recept van Eating Well magazine. Ik vond deze burger het meest ‘vlezig’. Je kunt de burgers trouwens prima invriezen als je over hebt.
Voor 8 burgers:
- 150 gram bulgur
- kokend water
- 200 gram kastanjechampignons, heel klein gesneden
- kwart rode ui, fijn gesnipperd
- 75 gram pecannoten, grof gehakt
- 2 eetlepels fijngesneden peterselie
- 25 gram alfalfa
- snuf peper en zout
- 2 kleine eieren
- 2 eetlepels broodkruim of paneermeel
Doe de bulgur in een kom. Schenk hier kokend water bij tot alles net onder staat. Dek af met huishoudfolie en laat 5 minuten staan.
Bak de ui en de champignons op halfhoog vuur, ongeveer 3 minuten. Meng alle ingrediënten met de bulgur, behalve het ei en de broodkruimels.
Meng met je handen het losgeklopte ei en het broodkruim erdoor. Wacht een minuut of 10 en vorm daarna de burgers. Als de burgers te nat zijn, voeg dan nog wat broodkruim toe. Zet na het vormen minstens een uur in de koelkast.
Kikkererwtenburgers
Gebaseerd op een recept van Heidi.
Voor 4 stuks:
- 400 gram kikkererwten (blik)
- eetlepel limoensap + rasp van een halve limoen
- klein stukje rode peper, fijngesneden
- 2 bosuitjes, fijngesneden
- eetlepel fijngesneden koriander
- peper en zout
- 1 groot ei, losgeklopt
- 2 eetlepels broodkruim
Spoel de kikkererwten af en laat ze goed uitlekken. Doe ze in de keukenmachine met de andere ingrediënten, behalve het ei en de broodkruimels. Meng tot een gladde massa ontstaat.
Meng met je handen het losgeklopte ei en het broodkruim erdoor. Wacht een minuut of 10 en vorm daarna burgers. Als de burgers te nat zijn, voeg dan nog wat broodkruim toe. Zet na het vormen minstens een uur in de koelkast.


De rechterfoto stamt nog uit de tijd (een maand geleden) dat ik dacht dat het maken van hamburgerbroodjes moeilijk was.
Hamburgerbroodjes
Dit recept komt van de site van Levine. Ik paste de hoeveelheden iets aan, zodat alles bij mij precies op één bakplaat past. Op haar site vind je de werkomschrijving iets uitgebreider en mét mooie foto’s waardoor je weet hoe het brood(deeg) eruit hoort te gaan zien.
Voor 6-8 broodjes (afhankelijk van hoe groot je ze maakt)
- 320 gram bloem
- 5 gram gist
- 180 ml melk
- 20 gram boter, in klein stukjes
- 9 gram suiker
- 6 gram zout
- 1 klein ei
- nog 1 klein ei
- 1 eetlepel melk
- 1,5 eetlepel sesamzaadjes
Meng 200 gram bloem met de gist in een kom. Klop de melk erdoor en voeg de boter toe. Klop nu ook de suiker en het zout erdoor. Voeg het losgelopte ei toe en mix tot het beslag glad is. Dek af en laat een uur staan.
Voeg nu de rest van de bloem toe. Kneed met de mixer met deeghaken tot een soepel deeg, in ongeveer 8 minuten.
Vet een kom in. Doe het deeg daarin, keer het een keer om zodat alle kanten bedekt zijn. Laat opnieuw een uur rijzen, tot het deeg ongeveer verdubbeld is.
Stort het deeg op een ingevette werkplek. Verdeel het deeg in stukken van 70-90 gram (afhankelijk van hoe grote bolletjes je wilt maken). Vorm klein bolletjes (op de site van Levine zie je hoe je dit kunt doen). En druk daarna de bolletjes plat. Laat voor de laatste keer, afgedekt op een bakplaat met bakpapier, een uur rijzen tot dubbel volume.
Verwarm de oven voor op 200 graden (hete lucht). Meng het tweede ei met de melk. Bestrijk de bolletjes hiermee. Bestrooi met sesamzaadjes. Bak ze in 13-15 minuten gaar.
“Bedenk een vegetarische burger die de lekkerste uit Berlijn overtreft.”
Deze uitdaging kreeg ik van een vriendengroep die in Berlijn hele lekkere vegetarische burgers at. Een lastige opdracht, want tja, hoe overtref ik een burger die misschien wel lekker was, maar misschien ook wel goed smaakte omdat het mooi weer was, ze lekker vakantie vierden, er misschien ook al gedronken was, de stemming er goed in zat, ze de rest van de vakantie rotzooi hadden gegeten of omdat ze gewoon enorme honger hadden vanwege het slenteren door die grote stad…
In september ging ik zelf maar naar Berlijn om te proeven. Ik kwam er toen achter dat de burger niet na te maken was (lees hier het verslag van mijn zoektocht naar dé vegaburger), maar dat hij zeker goed smaakte. Dit maakte de uitdaging niet gemakkelijker. Namaken ging niet, maar mijn vegaburger moest die uit Berlijn wel overtreffen.
Ik gebruikte daarom een andere tactiek: shock and awe: overdonder, heers én win ;-).
Vrijdag kwamen de Berlijngangers eten. Ik maakte niet één, maar vier verschillende burgers, bakte zelf de burgerbroodjes, maakte een lekker toetje met noten en karamel, draaide ook nog wat vanilleroomijs en vervolgens schonk ik ook de hele avond lekker wijn bij. Zo zouden ze die burger uit Berlijn wel vergeten, toch?
Het was weer een fijne, leerzame opdracht. Bedankt, Caroline, Ruud (en anderen)! Ik maakte al graag burgers met vlees en vis, maar zal nu vaker voor vegaversies kiezen.


Vegaburgers
Eigenlijk is het allemaal vrij simpel. Zorg voor een basisproduct (bulgur, rijst, quinoa, erwten, amaranth, linzen, etc), vermeng dit met kruiden, specerijen en eventueel wat fijngesneden groenten. Bind de burger met ei. Zorg ervoor dat het vocht opgenomen wordt door broodkruim of paneermeel. Laat de burgers een klein beetje opstijven in de koelkast en bak ze voorzichtig. Draai niet te vaak om, want ze worden niet heel erg compact. Eet ze op een lekker broodje, met wat sla, tomaat en kiemen voor het echte vegagevoel.
Dit zijn twee van de vier verschillende burgers die ik maakte. De recepten vind je hier.
Indiase linzenburger
Voor 4 burgers:
- 400 gram bruine linzen (blik)
- 100 gram wortel, in kleine stukjes
- kwart ui, fijngesnipperd
- eetlepel fijngesneden verse koriander
- 2 kleine eieren
- 2 eetlepels broodkruim
- halve eetlepel garam masala
Spoel de linzen en laat de linzen goed uitlekken in een zeef. Het is niet erg als ze een klein beetje kapot gedrukt worden.
Meng de linzen met alle andere ingrediënten. Laat 15 minuten staan. Voeg een beetje (niet een heel) ei toe wanneer het mengsel niet goed bindt. Voeg broodkruim (of paneermeel) toe wanneer het mengsel te nat is. Vorm met vochtige handen burgers. Leg ze op een bord en zet minstens een uur in de koelkast.
Bak de linzenburgers in een beetje olijfolie, ongeveer 4 minuten aan iedere kant.
Quinoaburgers
Voor 4 burgers:
- 100 gram quinoa
- 150 ml water
- eetlepel olijolie
- 50 gram wortel, in kleine stukjes
- 50 gram bleekselderij, in kleine stukjes
- 50 gram ui, fijngesnipperd
- eetlepel fijngesneden krulpeterselie
- theelepel kerrie
- 1 groot ei
- 2 eetlepels paneermeel of broodkruim
- snuf peper en zout
Breng het water aan de kook. Voeg de quinoa toe en laat op zacht vuur 15 minuten koken. Let goed op dat de quinoa niet droog kookt. Voeg zo nodig een beetje water toe. Haal van het vuur en laat iets afkoelen.
Fruit in een beetje olie de wortel, bleekselderij en de ui in een minuut of 5. Haal van het vuur. Meng samen met de andere ingrediënten met de quinoa. Voeg broodkruim (of paneermeel) toe wanneer het mengsel te nat is.
Vorm met vochtige handen burgers. Leg ze op een bord en zet minstens een uur in de koelkast. Bak de quinoaburgers in een beetje olijfolie, ongeveer 4 minuten aan iedere kant.











