Kom op, geef maar toe, ik ben toch niet de enige die dit heel lang dacht?
Dat ‘rinse’ van Rinse appelstroop, dat dat het merk was.
Maar dat is het dus niet. Rinse is een bijvoeglijk naamwoord. Het is een eigenschap, een kenmerk. Van die appelstroop dus. Rinse betekent gewoon dat die appelstroop friszuur is. Net als een appel dat kan zijn. Of een wijn. Rinse dus. Friszuur.
Taart van rinse appelstroop
De taart zelf is helemaal niet friszuur, hij is eerder zoet te noemen. Ik vond hem zelfs een koffie-achtige smaak hebben. Het friszure haal je uit de granaatappelpitjes die op de taart liggen. Het recept komt van het fantastische Gartine over wie ik al eerder enthousiast schreef.
- eetlepel zonnebloemolie
- 100 gram roomboter
- 250 gram koekjes (bastogne, biscuit of een mix daarvan), vermalen
- 5 blaadjes gelatine
- 80 ml melk
- 350 gram appelstroop
- 400 ml slagroom
- 20 gram poedersuiker
- 1 blaadje gelatine
- 75 gram granaatappelpitjes
- 100 ml 7up
Vet een springvorm van ongeveer 24 cm in vet de zonnebloemolie. Smelt de boter en vermeng dit met de vermalen koekjes. Bedek de bodem en de zijkanten van het bakblik met het boter/koekjesmengsel en zet weg in de koelkast.
Laat de gelatine weken in koud water. Verwarm de melk met de appelstroop op laag vuur en roer met een garde tot de klontjes er uit zijn. Laat niet koken. Haal van het vuur. Knijp de gelatineblaadjes uit en doe ze in de warme melk. Roer weer door en zorg dat er geen klontjes inzitten.Laat afkoelen.
Klop slagroom en suiker samen lobbig. Roer het appelstroopmengsel hier door. Blijf goed roeren, zodat de appelstroop niet onderin zakt. Schenk het mengsel in de bakvorm en laat 3 uur opstijven in de koelkast.
Week het laatste blaadje gelatine in koud water. Verwarm de 7-up op laag vuur. Haal van het vuur af en voeg het uitgeknepen blaadje gelatine toe. Meng goed en laat helemaal afkoelen.
Strooi de granaatappelpitjes over de taart en schenk hierover de 7-upgelatine. Serveer als de gelatine steviger geworden is.

Ik heb niet zoveel met voetbal. Mijn broer was geen fan. Mijn vader ook niet. Thuis werd er dus zelden naar gekeken. Ik deed nooit mee aan een poultje. Ik wist niet wie de spelers waren*.
Ik versier het huis niet, ik trek geen oranje kleren aan. Ik ben niet zenuwachtig. Ik heb geen mening over de bondscoach, de Hunt en ik ben ook niet bezig met het uiterlijk van het de mannen van het Portugese elftal (alhoewel…). De buitenspelregel snap ik ongeveer.
Maar toch heb ik een reden gevonden om naar voetbal te kijken: er worden namelijk de meest fantastische uitspraken gedaan. Negentig minuten lang moet een commentator de wedstrijd vol praten. En na een wedstrijd worden spelers geïnterviewd die eigenlijk niks mogen zeggen. En dan hoor je een hoop leuke dingen.
Gisteren hoorde ik:
“Bijna is nog niet helemaal”
Tja. Soms is het allemaal zo simpel.
Bonensalade
Deze bonensalade is ook heel simpel. Door de scherpte van de bieslook en het frisse van de citroen en limoen is de salade verre van saai.
Bijgerecht voor 2 personen:
- 150 gram verse doperwten
- 100 gram snijbonen
- 100 gram sperziebonen
- eetlepel olijfolie
- 100 ml kokend water
- halve theelepel verse limoenrasp
- halve theelepel verse citroenrasp
- 15 blaadjes bieslook, fijngesneden
- snuf peper en zout
Dop de erwten. Snijd de snijbonen heel fijn, schuin. Verwijder de topjes van de sperziebonen en snijd ze heel in stukjes van ongeveer 3 mm. Verhit de olijfolie in een pan op halfhoog vuur. Voeg de bonen en erwten toe en roer door, tot alles met olie bedekt is. Schep 30 seconden door de pan. Schenk het kokende water in de pan, zorg ervoor dat alles nét onder water staat. Doe een deksel op de pan en kook 2 minuten. Schep uit de pan in een zeef en vermeng met de citroen- en limoenrasp, de bieslook en een snuf peper en zout.



M’n foto’s zijn dit keer ook lekker simpel. Gemaakt met mijn telefoon/Instagram. Mijn ‘echte’ camera doet even niet meer wat ik wil en ik ben er nog niet achter hoe dat komt.
*Behalve Patrick Kluivert. Ik vernoemde zelfs mijn goudvis naar hem. Dat was nog in de tijd voor hij iemand doodreed en iemand verkracht zou hebben.
Een dag stage lopen in de keuken van een goed restaurant was één van de 30 opdrachten van mijn lijst. Een opdracht waar ik heel erg naar uitkeek, maar die ik niet te vroeg wilde uitvoeren. Ergens in juni, zo tegen het einde van het uitdagingenjaar, wilde ik dit wel graag proberen. Dan had ik net iets meer ervaring, net iets meer productkennis en ook net iets meer lef…
Maar ik wilde natuurlijk niet zomaar ergens in de keuken staan. Er moest gekookt worden op een niveau dat ik zelf niet beheers, de mensen moesten er aardig zijn, het liefst was het ook nog eens een beetje in de buurt en daarnaast moest ik er zelf minstens één keer heel goed gegeten hebben. Alsof ik eisen mocht stellen, als stagiair…
Het restaurant waar ik vrijwel direct aan dacht was Scherp in Middelburg. Scherp is één van de betere restaurants in de regio. Het bestaat komende herfst alweer vijf jaar en en wordt gerund door Mart en Dhani Scherp, die samen vreselijk veel (sterren)ervaring hebben. De gebruikte groentes komen uit de buurt en veel producten zijn biologisch. In december at ik er met veel plezier, het eten was heerlijk, de sfeer en bediening was warm en vriendelijk.
Chef Mart Scherp reageerde een aantal weken terug enthousiast op mijn mail waarin ik uitlegde dat ik een dag stage wilde komen lopen en waarom ik dat wilde.
Afgelopen maandag draaide ik een dagje mee in de keuken. Althans, een dagje… Om half drie werd ik verwacht en aangezien lunches alleen bij reservering geserveerd worden, nam ik aan dat half drie ook de start van hun werkdag was. Maar nee hoor, de rest van het keukenpersoneel stond al vanaf negen uur ‘s morgens op hun benen… Mijn werkdag duurde van half 3 tot 11, die van hen van 9 tot 1 (werkpaarden/sierpaarden, ben ik nu wel geslaagd voor de opdracht?).
Ik kwam om sfeer te proeven, de drukte mee te maken, de koks aan het werk te zien en waar ik kon de handen uit de mouwen te steken. Ik had een geweldige dag, dopte (zeer rustgevend) de erwten, sneed paddenstoeltjes, haalde de kleine gele blaadjes uit de frisée, maakte schelpjes van suiker met behulp van een siliconenvorm, vormde kokoskoekjes, hielp met de opmaak van een voorgerecht en maakte schoon en ruimde op.
Wat me vooral bij zal blijven is dat er gewerkt wordt met hele mooie producten en dat de bereiding van sommige gerechten ontzettend arbeidsintensief is. Dat de onderlinge samenwerking zo goed verliep, dat iedereen zo goed wist wat hij moest doen, het inspelen op wensen van gasten en de verkrijgbare seizoensproducten, heel veel telefoontjes naar leveranciers, het voetballen in de pauze, een bonnensysteem wat ik een beetje begrijp, maar vooral heel erg hard werken, van vroeg in de morgen tot laat in de nacht. En dat iedereen zo verschrikkelijk aardig was en de tijd nam om me dingen uit te leggen of voor te doen.
Beste Mart, Dhani, Sander, Roy, Kim, Daniëlle, Rik, Daniël, Timo en Maxime, bedankt voor de super leerzame en leuke stagedag! Ik heb nog meer bewondering en respect voor wat jullie elke dag weer voor elkaar krijgen. Ik kom graag nog eens terug, in het restaurant om heerlijk te komen eten of in de keuken om nog meer te leren. Dank, dank, dank!






“Maar hoeveel uitdagingen moet je nu nog?”
“Een stuk of tien.
In iets meer dan twee maanden.”
“Oké, dat is krap. Welke moet je nog doen?”
“Hersenen bereiden, een calorie-arme taart maken, vis vangen, fileren en opeten,
een gluten- en lactosevrij driegangenmenu bereiden, een bepaalde taart klaarmaken zonder dat ik het recept heb…”
“Hmmm…”
“En maandag ga ik een dag stage lopen bij restaurant Scherp. En oh ja, ik moet
nog een vegaburger bedenken en een volledig Turks barbecuemenu klaarmaken en een zesgangenmenu met bijpassende wijnen op tafel zetten, maar die doe ik als laatste.”
“Dat zijn er nog maar negen.”
“Ja, die tiende, dat is een beetje gek, dat is namelijk mijn website opzetten
en mijn favoriete recepten plaatsen. Je zou kunnen zeggen
dat ik die al gedaan heb, maar ik heb daar dan niet echt een verhaaltje en foto’s bij.
Bovendien lijk ik er ook nooit echt klaar mee te zijn, want ik verzin
telkens nieuwe favoriete recepten.”
“Ja, maar volgens mij valt niet echt te ontkennen dat je de site hebt opgezet
en dat je recepten erop staan.”
“Tja, daar heb je wel gelijk in.”
“Streep die uitdaging nu maar gewoon weg.”
“Ga ik doen, bedankt!”
Soms heb ik een duwtje in de rug nodig. Nog negen uitdagingen te gaan…
Is het vandaag alweer de laatste dag van de maand? Hoe lang heb ik dan nog? Nog een paar uur? Oh, dan ga ik nu écht een aardbeienrecept insturen voor het foodblogevent van deze maand.
Caroline nam vorige maand het stokje voor het foodblogevent van me over. Als thema koos ze aardbeien. Een thema dat ongelofelijk veel mensen aansprak, want ze kreeg al meer dan zestig recepten met prachtige foto’s binnen! Way to go! Bedankt voor het hosten, Caroline!
No bake cheesecake met kokos en aardbeien
Dit recept is echt té simpel. Ik ben niet zo’n gelatinefan, maar soms maakt gelatine het leven wel heel gemakkelijk: je proeft er in dit recept niets van en het zorgt ervoor dat je taartje mooi stijf is. De taart is lekker fris door de limoen, zoetig door de kokos en zomers door de aardbeien. Het recept vond ik (in iets andere verhoudingen) hier. Gelukkig vond ik ergens anders een Engelse vertaling.
- 75 gram koekjes (biscuit/bastogne)
- 35 gram gesmolten boter
- 250 gram roomkaas
- 50 gram fijne kristalsuiker
- 9 rijpe aardbeien
- rasp van een halve limoen
- 100 ml kokosmelk
- 2 blaadjes gelatine
Verder:
- schaaltje (15x15x4) of kleine springvorm
- bakpapier
- keukenmachine
- mixer
Maal de koekjes fijn in een keukenmachine. Vermeng het koekkruim met de gesmolten boter. Leg bakpapier in de vorm. Gebruik eventueel boter tussen de vorm en het bakpapier zodat het bakpapier beter blijft zitten. Als je een springvorm gebruikt, doe je bakpapier op de bodem en gebruik je een strook voor de rand. Druk het koekkruim aan op de bodem van de vorm. Zet in de koelkast weg tot verder gebruik.
Klop de roomkaas en de suiker met een mixer door elkaar. Week de blaadjes gelatine 5 minuten in koud water. Zet ondertussen een pan met de kokosmelk op het vuur. Verwarm de kokosmelk. Laat niet koken. Haal van het vuur af. Knijp de gelatine uit. Meng met de kokosmelk. Roer goed. Zorg dat er geen klontjes in zitten.
Meng de zoete roomkaas met de kokosmelk/gelatine en de limoenrasp. Schep goed door elkaar. Strijk uit over de taartbodem. Snijd een paar aardbeien in plakjes. Laat anderen heel. Verdeel deze over de bovenkant van de taart. Laat ongeveer 3 uur opstijven in de koelkast.




Splashy bikini, Pick up the Phone, de 40e symfonie van Mozart…
Ik moest op zoek naar nieuwe achtergrondmuziek voor mijn kookfilmpjes. Dat bleek een behoorlijke opgave. Namen als Dicks in Detention, Love Doctor, Moonrise en Next stop North Pole kwamen voorbij in de database met 8000 rechtenvrije nummers die ik gebruikte. Over het up tempo muziekje van mijn vorige filmpjes was ik best tevreden, maar dat kon ik niet meer gebruiken, doordat ik overstapte naar een ander montageprogramma.
Ik wilde niets met zang, niemand die floot en geen langzaam opgebouwd intro. Ook moest het niet klinken alsof ik op een Braziliaans strand was of alsof er elk moment een tasjesdief of achtergrondzangeres (in negligé) achter me zou staan. Feel the Tropics, The Streets, Agents on Fire en Sunday Supper (klonk alsof de supper mislukt was) vielen af. Het nummer Table for One vond ik erg deprimerend.
De genres aggressive driving, unpredictable en disco leken me niet geschikt. Iets mystieks leek me geen goed idee, klassieke muziek ook niet en dubstep is natuurlijk heel hot, maar niet in combinatie met een kookfilmpje.
Zucht.
Na het beluisteren van ongeveer 500 nummers, kon ik nog niet kiezen. Vandaar drie filmpjes. Dezelfde beelden, andere muziek. Helpen jullie me?
De ultieme cheesecake
Eén van de uitdagingen was de ultieme cheesecake maken en het recept plaatsen. Ik maakte al eerder versies met witte chocolade erin, maar een klassieke, simpele cheesecake bakte ik niet eerder. Hij werd heerlijk van smaak, niet te zwaar, maar ook niet heel luchtig, zoals dat hoort bij een cheesecake. Fris is hij wel, door de limoen. En de vanille maakt de smaak iets warmer en zoeter. Op internet circuleren overigens een hoop tips voor het maken van een cheesecake. Zo zou je de cheese er door moeten scheppen in plaats van kloppen en ook kun je het eiwit apart kloppen om hem luchtiger te maken. Ik deed dat allemaal niet en hield het recept ultiem gemakkelijk. Uitdaging geslaagd! Nog 10 te gaan…
Cheesecake
- 100 gram speculaas met amandelen, fijngemalen
- 50 gram boter, gesmolten
- 1 eetlepel zonnebloemolie
- 450 gram roomkaas (bijvoorbeeld Philadelphia)
- 75 gram fijne kristalsuiker
- geraspte schil van een limoen
- halve theelepel vanillearoma of een half vanillestokje
- 2 eieren en 1 eidooier
- 100 gram crème fraîche
- 1,5 eetlepel bloem
Verwarm de oven voor op 170 graden (hete lucht). Zorg voor een springvorm van 20-22 cm. Bedek de bodem daarvan met bakpapier. Beboter de zijkant van de springvorm met de zonnebloemolie.
Meng de speculaas met de gesmolten boter. Druk dit mengsel met de bolle kant van een lepel in een springvorm. Zet in de koelkast weg.
Klop de roomkaas met de suiker. Voeg na een minuut ook de limoenrasp, vanillearoma (of schraapsel van een half vanillestokje), de crème fraîche en de bloem door. Klop tot alles goed gemixt is. Meng nu de eieren en de dooier er één voor één door. Giet het mengsel in de vorm. Bak in 50 minuten tot de binnenkant stevig, maar nog wel een beetje wiebelig is.
Serveer met verse aardbeien en aardbeien(zonder frambozen)saus.
Om te voorkomen dat de cheesecake scheurt bij het ‘krimpen’ tijdens het afkoelen, kun je de cheesecake aan de randen al los snijden voor hij afgekoeld is.

Meer dan 1000 kilometer reed ik deze week voor mijn 30 uitdagingen. Over mijn bezoek aan Rijswijk en Almere schreef ik al. Gisteren was Amsterdam aan de beurt. Uitdaging 2 van de lijst werd uitgevoerd: Pasta leren maken van een echte Italiaanse.
Toen ik deze opdracht voor mezelf bedacht, verwachtte ik in mei op vakantie naar Italië te gaan. We wijzigden echter onze plannen en dus ging moest ik op zoek naar een andere manier om mijn opdracht uit te voeren. In mijn directe omgeving had ik geen echte Italiaanse voorhanden. Mijn zusje vertelde me over Pinsa’s in de Spaarndammerstraat in Amsterdam, een simpel restaurantje waar de kok pizza’s draait waar hij vele prijzen mee wint. En ja hoor, daar werden pizza- en pastaworkshops gegeven.
Een Italiaan was het. Geen Italiaanse. Maar toch vond ik het prima voor deze opdracht. Potver, wat is dat simpel, een beetje pasta maken. Bloem, eieren, water en een snufje zout. Kneden. En dan draaien. Eventueel nog vullen als je ravioli maakt. Een kind kan de was doen.
Natuurlijk moet ik er niet te licht over denken. De kwaliteit van de bloem is natuurlijk belangrijk. En ook moet je het water precies afwegen. Om er vervolgens nog verschillende keren water bij te gooien als je het deeg te droog vindt. En als je ravioli maakt, dan moet je natuurlijk voorkomen dat er teveel lucht in komt. En als je een ei hebt gebroken, dan moet je meteen je handen wassen, want het is onhygiënisch als je dat niet doet. En het kuiltje moet natuurlijk een beetje breed en diep zijn. En er moet een tweede geultje omheen. Oh, en je moet ook niet te zachtaardig met het deeg omgaan; kneden, maar dan wel vanuit de vingertoppen en niet als een brooddeeg.
Ik koop een pastamachientje, wat stekertjes en een grot pak bloem. Thuis kan ik dit voortaan ook. Makkie! Opdracht geslaagd! Nog elf te gaan…




Pastadeeg volgens Pinsa’s:
- 250 gram bloem (tipo 00)
- 1 ei
- 30 gram water
- snuf zout
Leg de bloem op je werkblad of een houten plaat (Gamma). Maak een kuiltje in het midden en maak daar een geultje omheen. Breek je ei in het kuiltje. Was je handen. meng met een vork de ei met de bloem die er direct omheen ligt (tot het geultje). Voeg nu water toe in het midden en een snuf zout. Meng en kneed met de handen, vanuit de vingertoppen. Als het deeg geen bloem meer ‘pakt, voeg je een klein beetje water toe. Kneed net zo lang tot al het bloem in het deeg verwerkt is en je een gladde bol kunt maken. Leg 20 minuten weg in huishoudfolie.

Zie je die rimpels op de foto rechts? Die zijn er gekomen door uitdaging nummer negen van mijn opdrachtenlijst: Betere foodfoto’s leren maken.
Tot voor kort maakte ik foto’s met mijn compact camera of met mijn telefoon. Daarna kocht een tweedehands spiegelreflex camera. Met alle instellingen op automatisch en standaard maakte ik best wat aardige kiekjes. Vond ik.
Maar ik wist dat het beter kon en dus was het één van mijn wensen om dat te leren. Niemand minder dan Simone van Junglefrog Images, Fresh Food Photos, De Glazen Vork én Junglefrog Cooking wilde me met mijn opdracht helpen. Ik zorgde voor de lunch en zij voor een heleboel fotografietips.
Mijn conclusie na een gezellige en leerzame middag bij Simone: ik kan niet overal goed in zijn. Soms moet je gewoon toegeven dat je zwakke punten hebt. Die van mij is alles wat fotografie (of algemener, met natuurkunde) te maken heeft. Zodra het gaat over brandpuntsafstand, diafragma, sluitertijd, autofocus, isowaarden en scherptediepte haak ik volledig af. Het gaat er niet in. Ik onthou het niet. Ik wil het graag allemaal begrijpen, maar het lukt me gewoon niet.
Simone stelde vragen over mijn camera. De antwoorden moest ik haar schuldig blijven. Ze legde me uit hoe ik instellingen kon wijzigen en hoe ik met mijn camera mijn foto’s kon verbeteren. Ik probeerde het te snappen en te onthouden, maar ik voelde me steeds onzekerder worden.
Die rimpels zijn inmiddels weer uit mijn voorhoofd. Ik stak namelijk een hoop van mijn middag bij Simone. Want waar ik eerst alleen snel wat foto’s nam als een gerecht klaar was, zal ik nu een foto maken, naar de posities en styling kijken, wat dingen veranderen en daarna nog eens een foto maken. En dat dan nog eens. En zo hoop ik zonder heel veel natuurkundige- of camerakennis mooiere foto’s te gaan maken. Oh, en ik begrijp nu ook wel het voordeel van het gebruik van een statief, want een hele vaste hand blijk ik ook niet te hebben.
Simone, bedankt voor je hulp, geduld, gastvrijheid en bovenstaande foto’s! Het was een super leerzame en gezellige middag. Ik ging de uitdaging aan en kan er dus weer eentje afvinken van de lijst van 30. Nog twaalf te gaan…







