posted by on Uitdaging 30

9 comments

Gisteren volbracht ik één van de moeilijkste opdracht van mijn uitdagingenlijst: het maken van de Gateau Mariëtte.

De Gateau Mariëtte was – al lang voor mijn geboorte- de specialiteitstaart van banketbakkerij Peterse, hofleverancier in Middelburg. Hanna, dochter van de vroegere eigenaar van de bakkerij, gaf me de opdracht de Gateau Mariëtte na te maken. Maar dan wel zonder recept en met alleen maar vage herinneringen.

Weken duurde het voor Hanna en haar zussen op een rijtje hadden hoe de taart moest zijn geweest. Het was een taart met slagroom, soesjes en korstdeeg, maar over de details van de taart werd nog getwist. De één dacht dat de soesjes niet wit, maar met mokka waren geglaceerd. Weer een ander dacht dat de taart hoger was. En hoe de taart precies smaakte, wist eigenlijk niemand, want ze hadden hem vaak ingepakt, maar nooit gegeten. Ook de Gateau Mariëtte van een bakker in Den Haag, bleek niet te zijn zoals die van hun vader.

Hanna riep zelfs nog de hulp in van (de enige echte) Cees Holtkamp, die kon vertellen dat de Gateau Mariëtte geen bestaande taart, maar een kruising moest zijn geweest tussen de Gateau St. Honoré en de Mathildetaart. Ook concludeerde hij dat de taart op bestelling gemaakt moest worden, omdat hij -door de combinatie van bladerdeeg en slagroom- niet lang stevig bleef.

Voor het maken van de taart moest ik me verschillende technieken eigen maken:
- korst (blader)deeg maken
- korstdeeg op de juiste manier afbakken (blind en daarna ‘gewoon’)
- soesjes vormen en afbakken
- soesjes glaceren
- slagroom maken
- soesjes vullen
- abrikozenmoes maken
- afsmeren met slagroom
- decoreren met amandelen
- slagroom spuiten
- letters van chocolade maken
- rozetten maken met slagroom
- de naam Gateau Mariëtte met chocolade schrijven
- alles in elkaar zetten zonder dat het snel weer uit elkaar valt

De meeste dingen kon ik leren van de filmpjes van Cees Holtkamp: soesjes en korstdeeg, dat moest me lukken. Voor de dingen die ik nog niet wist, ging ik naar dé banketbakker in mijn regio: Kees Westdorp van Van Opdorp banket. Als oud-medewerker van de firma Peterse kon hij zich nog wel iets herinneren van de taart. We spraken een tijdje over de Gateau Mariëtte, want ik had nogal wat vragen over hoe ik hem moest maken. Na een minuut of tien sprak Kees de magische woorden: “Weet je wat, kom hem anders hier maar (af)maken. Dan moet je hier woensdag om half 4 zijn en dan help ik je.”

Om vijf voor half 4 stapte ik de bakkerij binnen. Met in een tasje mijn gekrompen, niet zo ronde, veel te dik korstdeeg. En daarnaast een zakje te kleine soesjes en een zakje grotere, misvormde. Maar Kees zei alleen maar: “Laat maar eens zien wat je gemaakt hebt.” En hij lachte me niet uit.

Hij liet me zien hoe ik soesjes moest vullen. Hoe ik in drie kleuren de soesjes kon glaceren. Hoe ik lettertjes moest schrijven. En hoe we toch nog iets van mijn (nét aan gare) korstdeeg konden maken.

De volgende dag om half 9 stond ik weer op de stoep. Ik keek mijn ogen uit in de bakkerij, waar die morgen vier mensen de mooiste taarten en gebak maakten. We gingen de taart dicht smeren, vullen en tot een calorieënbom van slagroom transformeren. Dit lukte. Hij werd prachtig en door al het smeer- en vulwerk, kon ik mijn niet zo mooie soesjes en korstdeeg heel aardig verbergen.

Ik was trots, maar ook wel zenuwachtig bij de presentatie van mijn versie van de Gateau Mariëtte. In de taart zat liefde, aandacht en onzekerheid. En toen Hanna de taartdoos opende en zei: “Ja, dat is hem!” wist ik dat de uitvoering van mijn opdracht geslaagd was. Het was een hele klus, een geweldige uitdaging en een super mooie ervaring. Hanna, Cees en Kees, bedankt!

Voor wie de filmpjes van Cees Holtkamp nog niet kent… kijken! Ik heb ze nog niet allemaal gezien, maar kan er een aantal nu dromen. In ieder filmpje wordt een techniek of een recept uitgelegd, in de keuken van meneer Holtkamp, kleindochter Stella mag een eitje tikken of een bakblik invetten. In de filmpjes worden huis, tuin en keukeningrediënten en -apparatuur gebruikt. Super leerzaam!

posted by on Uitdaging 30

10 comments

Couscous is Marokkaans, merguez Algerijns, varkensvlees was natuurlijk uit den boze en ook verse koriander (jammer!) wordt nauwelijks gebruikt. Maar wat is nu typisch Turks?

Dat moest ik me afvragen voor het uitvoeren van de veertiende uitdaging van de lijst: Bereid een Turkse barbecue met alles erop en eraan: vlees, salades, etc. Ik moest me dus gaan verdiepen in de keuken van één land, interessant!

Ik haalde al mijn boodschappen bij de Turkse winkel en bij een Turkse kraam op de markt. Geen AH, geen Jumbo, alleen daar. De meest gebruikte ingrediënten zijn lamsvlees, rundvlees en natuurlijk kip. Kruiden doe je met peterselie en munt. Ook paprikapoeder, komijn, knoflook en komen veel voor in de Turkse keuken. En bij de barbecue drink je ayran en raki. Dat laatste kon ik hier niet krijgen, maar bier en wijn (al in huis) smaakten ook prima bij de gerechten.

Voor bij de borrel had ik nootjes, dadels en mais. Als hapje gekruide pepers, champignons, olijven en brood met smeersels met veel (héél veel) knoflook. Daarna salades: postelein met sumak, bulgur en een linzenschotel. Op de barbecue pepers gevuld met feta, lamskoteletten, drumsticks, shish kebab en köfte. En na natuurlijk thee en heel veel tatli, zoetigheid in de vorm van baklava, Turks fruit en kadayif. En op de achtergrond de cd van Tarkan, want andere Turkse artiesten kende ik niet ;-).

Vier bezoekjes in drie dagen aan de Turkse winkel, talloze zoektochten op het internet naar recepten, een ontzettend gezellige avond, een leerzame opdracht, een camera die naar de vuurkorf stinkt, een keuken die voorlopig nog wel even naar knoflook ruikt én wat nieuwe producten in mijn voorraadkast, dat was de opbrengst van deze uitdaging. Michelle, bedankt voor deze leuke opdracht! Nog zes te gaan…

Drie ingrediënten die ik niet kende vóór het uitvoeren van deze opdracht:
Saleb: de wortelknol van bepaalde orchideeën waarmee je een warme melkdrank kunt maken. Ik vond alleen een aroma en maakte er roomijs van.
Nar aromali sos: granaatappelsiroop: molasse gemaakt van granaatappels. Ik gebruikte dit samen met yoghurt, paprika en knoflook om de kip te marineren.
Ihlamur: lindebloesems om thee van te trekken. Dat deden we dus ook. We lieten de suiker achterwege.

Voor de echte bbq- die hards onder jullie: zwart vlees en alleen briketten, zo hoort het vast niet, maar voor ons smaakte het heerlijk :-)

posted by on Gezond, Hoofdgerecht, Lunch, Recepten, Sandwich, Vega

3 comments

Vorige week rondde ik de uitdaging van de vegaburgers af. Ik vertelde toen al dat ik vier verschillende burgers maakte. De recepten van de quinoaburger en de linzenburger vind je hier. Maar jullie hadden nog twee fijne vegarecepten van me tegoed, namelijk die van de bulgurburger en die van de kikkerwtenburger.

Bulgurburgers

Het recept van deze bulgurburgers is gebaseerd op een recept van Eating Well magazine. Ik vond deze burger het meest ‘vlezig’. Je kunt de burgers trouwens prima invriezen als je over hebt.

Voor 8 burgers:

  • 150 gram bulgur
  • kokend water
  • 200 gram kastanjechampignons, heel klein gesneden
  • kwart rode ui, fijn gesnipperd
  • 75 gram pecannoten, grof gehakt
  • 2 eetlepels fijngesneden peterselie
  • 25 gram alfalfa
  • snuf peper en zout
  • 2 kleine eieren
  • 2 eetlepels broodkruim of paneermeel

Doe de bulgur in een kom. Schenk hier kokend water bij tot alles net onder staat. Dek af met huishoudfolie en laat 5 minuten staan.

Bak de ui en de champignons op halfhoog vuur, ongeveer 3 minuten. Meng alle ingrediënten met de bulgur, behalve het ei en de broodkruimels.

Meng met je handen het losgeklopte ei en het broodkruim erdoor. Wacht een minuut of 10 en vorm daarna de burgers. Als de burgers te nat zijn, voeg dan nog wat broodkruim toe. Zet na het vormen minstens een uur in de koelkast.

Kikkererwtenburgers

Gebaseerd op een recept van Heidi.

Voor 4 stuks:

  • 400 gram kikkererwten (blik)
  • eetlepel limoensap + rasp van een halve limoen
  • klein stukje rode peper, fijngesneden
  • 2 bosuitjes, fijngesneden
  • eetlepel fijngesneden koriander
  • peper en zout
  • 1 groot ei, losgeklopt
  • 2 eetlepels broodkruim

Spoel de kikkererwten af en laat ze goed uitlekken. Doe ze in de keukenmachine met de andere ingrediënten, behalve het ei en de broodkruimels. Meng tot een gladde massa ontstaat.

Meng met je handen het losgeklopte ei en het broodkruim erdoor. Wacht een minuut of 10 en vorm daarna burgers. Als de burgers te nat zijn, voeg dan nog wat broodkruim toe. Zet na het vormen minstens een uur in de koelkast.

De rechterfoto stamt nog uit de tijd (een maand geleden) dat ik dacht dat het maken van hamburgerbroodjes moeilijk was.

Hamburgerbroodjes

Dit recept komt van de site van Levine. Ik paste de hoeveelheden iets aan, zodat alles bij mij precies op één bakplaat past. Op haar site vind je de werkomschrijving iets uitgebreider en mét mooie foto’s waardoor je weet hoe het brood(deeg) eruit hoort te gaan zien.

Voor 6-8 broodjes (afhankelijk van hoe groot je ze maakt)

  • 320 gram bloem
  • 5 gram gist
  • 180 ml melk
  • 20 gram boter, in klein stukjes
  • 9 gram suiker
  • 6 gram zout
  • 1 klein ei
  • nog 1 klein ei
  • 1 eetlepel melk
  • 1,5 eetlepel sesamzaadjes

Meng 200 gram bloem met de gist in een kom. Klop de melk erdoor en voeg de boter toe. Klop nu ook de suiker en het zout erdoor. Voeg het losgelopte ei toe en mix tot het beslag glad is. Dek af en laat een uur staan.

Voeg nu de rest van de bloem toe. Kneed met de mixer met deeghaken tot een soepel deeg, in ongeveer 8 minuten.

Vet een kom in. Doe het deeg daarin, keer het een keer om zodat alle kanten bedekt zijn. Laat opnieuw een uur rijzen, tot het deeg ongeveer verdubbeld is.

Stort het deeg op een ingevette werkplek. Verdeel het deeg in stukken van 70-90 gram (afhankelijk van hoe grote bolletjes je wilt maken). Vorm klein bolletjes (op de site van Levine zie je hoe je dit kunt doen). En druk daarna de bolletjes plat. Laat voor de laatste keer, afgedekt op een bakplaat met bakpapier, een uur rijzen tot dubbel volume.

Verwarm de oven voor op 200 graden (hete lucht). Meng het tweede ei met de melk. Bestrijk de bolletjes hiermee. Bestrooi met sesamzaadjes. Bak ze in 13-15 minuten gaar.

posted by on Barbecue, Bijgerecht, Gezond, Lunch, Recepten, Salade, Snel, Vega

5 comments

Soms weet ik eventjes niet wat ik jullie moet vertellen, heb ik een tijdje nul inspiratie en kookte ik niets wat het noemen waard was. Maar nu heb ik ineens een periode waarin ik veel te veel met jullie wil delen en niet eens meer weet waar ik moet beginnen.

Ik start maar met het meest gemakkelijke: een recept (mag je het wel zo noemen, als het zó simpel is?) voor de barbecue. Daarna volgen later deze week de laatste recepten voor vegaburgers, een verslag van mijn vakantie naar Californië vorig jaar (!) en verhalen over twee opdrachten die ik deze week uitvoer: de Turkse barbecue en de Gateau Mariette. En heb ik al verteld dat zelfs (de enige echte) meneer Cees Holtkamp inmiddels is ingeschakeld om me te helpen met deze opdracht? Oh, ik moet nog zeven opdrachten trouwens. En ik heb nog acht weken om ze uit te voeren. En tussendoor ga ik ook nog op vakantie. En wat ik na het behalen van de opdrachten doe? Pff, dat weet ik nog niet helemaal.

Maar nu eerst…

Asperges op de barbecue

De zon scheen gisteren en dus wilden we barbecueën. Ik had echter al ingrediënten voor andere kookplannen in huis. Asperges onder andere. Gelukkig bedacht ik dat we die vast wel op de barbecue konden garen. En ja hoor, natuurlijk ging dat. Je kunt deze marinade ook voor andere groentes gebruiken. Courgette, shiitakes, …

  • 5-10 groene asperges
  • eetlepel balsamicoazijn
  • 3 eetlepels olijfolie
  • snuf peper en zout
  • halve teen knoflook, fijngesneden of geperst

Verwijder het houtige uiteinde van de asperges. Maak een marinade van de overige ingrediënten. Schenk de marinade over de asperges. Laat een half uur staan. Gril op de hete barbecue een paar minuten, totdat ze beetgaar zijn.

posted by on Gezond, Hoofdgerecht, Lunch, Recepten, Sandwich, Vega

13 comments

“Bedenk een vegetarische burger die de lekkerste uit Berlijn overtreft.”

Deze uitdaging kreeg ik van een vriendengroep die in Berlijn hele lekkere vegetarische burgers at. Een lastige opdracht, want tja, hoe overtref ik een burger die misschien wel lekker was, maar misschien ook wel goed smaakte omdat het mooi weer was, ze lekker vakantie vierden, er misschien ook al gedronken was, de stemming er goed in zat, ze de rest van de vakantie rotzooi hadden gegeten of omdat ze gewoon enorme honger hadden vanwege het slenteren door die grote stad…

In september ging ik zelf maar naar Berlijn om te proeven. Ik kwam er toen achter dat de burger niet na te maken was (lees hier het verslag van mijn zoektocht naar dé vegaburger), maar dat hij zeker goed smaakte. Dit maakte de uitdaging niet gemakkelijker. Namaken ging niet, maar mijn vegaburger moest die uit Berlijn wel overtreffen.

Ik gebruikte daarom een andere tactiek: shock and awe: overdonder, heers én win ;-).

Vrijdag kwamen de Berlijngangers eten. Ik maakte niet één, maar vier verschillende burgers, bakte zelf de burgerbroodjes, maakte een lekker toetje met noten en karamel, draaide ook nog wat vanilleroomijs en vervolgens schonk ik ook de hele avond lekker wijn bij. Zo zouden ze die burger uit Berlijn wel vergeten, toch?

Het was weer een fijne, leerzame opdracht. Bedankt, Caroline, Ruud (en anderen)! Ik maakte al graag burgers met vlees en vis, maar zal nu vaker voor vegaversies kiezen.

Vegaburgers
Eigenlijk is het allemaal vrij simpel. Zorg voor een basisproduct (bulgur, rijst, quinoa, erwten, amaranth, linzen, etc), vermeng dit met kruiden, specerijen en eventueel wat fijngesneden groenten. Bind de burger met ei. Zorg ervoor dat het vocht opgenomen wordt door broodkruim of paneermeel. Laat de burgers een klein beetje opstijven in de koelkast en bak ze voorzichtig. Draai niet te vaak om, want ze worden niet heel erg compact. Eet ze op een lekker broodje, met wat sla, tomaat en kiemen voor het echte vegagevoel.

Dit zijn twee van de vier verschillende burgers die ik maakte. De recepten vind je hier.

Indiase linzenburger

Voor 4 burgers:

  • 400 gram bruine linzen (blik)
  • 100 gram wortel, in kleine stukjes
  • kwart ui, fijngesnipperd
  • eetlepel fijngesneden verse koriander
  • 2 kleine eieren
  • 2 eetlepels broodkruim
  • halve eetlepel garam masala

Spoel de linzen en laat de linzen goed uitlekken in een zeef. Het is niet erg als ze een klein beetje kapot gedrukt worden.

Meng de linzen met alle andere ingrediënten. Laat 15 minuten staan. Voeg een beetje (niet een heel) ei toe wanneer het mengsel niet goed bindt. Voeg broodkruim (of paneermeel) toe wanneer het mengsel te nat is. Vorm met vochtige handen burgers. Leg ze op een bord en zet minstens een uur in de koelkast.

Bak de linzenburgers in een beetje olijfolie, ongeveer 4 minuten aan iedere kant.

Quinoaburgers

Voor 4 burgers:

  • 100 gram quinoa
  • 150 ml water
  • eetlepel olijolie
  • 50 gram wortel, in kleine stukjes
  • 50 gram bleekselderij, in kleine stukjes
  • 50 gram ui, fijngesnipperd
  • eetlepel fijngesneden krulpeterselie
  • theelepel kerrie
  • 1 groot ei
  • 2 eetlepels paneermeel of broodkruim
  • snuf peper en zout

Breng het water aan de kook. Voeg de quinoa toe en laat op zacht vuur 15 minuten koken. Let goed op dat de quinoa niet droog kookt. Voeg zo nodig een beetje water toe. Haal van het vuur en laat iets afkoelen.

Fruit in een beetje olie de wortel, bleekselderij en de ui in een minuut of 5. Haal van het vuur. Meng samen met de andere ingrediënten met de quinoa. Voeg broodkruim (of paneermeel) toe wanneer het mengsel te nat is.

Vorm met vochtige handen burgers. Leg ze op een bord en zet minstens een uur in de koelkast. Bak de quinoaburgers in een beetje olijfolie, ongeveer 4 minuten aan iedere kant.

posted by on Recepten, Vega, Zoet

6 comments

Kom op, geef maar toe, ik ben toch niet de enige die dit heel lang dacht?

Dat ‘rinse’ van Rinse appelstroop, dat dat het merk was.

Maar dat is het dus niet. Rinse is een bijvoeglijk naamwoord. Het is een eigenschap, een kenmerk. Van die appelstroop dus. Rinse betekent gewoon dat die appelstroop friszuur is. Net als een appel dat kan zijn. Of een wijn. Rinse dus. Friszuur.

Taart van rinse appelstroop

De taart zelf is helemaal niet friszuur, hij  is eerder zoet te noemen. Ik vond hem zelfs een koffie-achtige smaak hebben. Het friszure haal je uit de granaatappelpitjes die op de taart liggen. Het recept komt van het fantastische Gartine over wie ik al eerder enthousiast schreef.

  • eetlepel zonnebloemolie
  • 100 gram roomboter
  • 250 gram koekjes (bastogne, biscuit of een mix daarvan), vermalen
  • 5 blaadjes gelatine
  • 80 ml melk
  • 350 gram appelstroop
  • 400 ml slagroom
  • 20 gram poedersuiker
  • 1 blaadje gelatine
  • 75 gram granaatappelpitjes
  • 100 ml 7up

Vet een springvorm van ongeveer 24 cm in vet de zonnebloemolie. Smelt de boter en vermeng dit met de vermalen koekjes. Bedek de bodem en de zijkanten van het bakblik met het boter/koekjesmengsel en zet weg in de koelkast.

Laat de gelatine weken in koud water. Verwarm de melk met de appelstroop op laag vuur en roer met een garde tot de klontjes er uit zijn. Laat niet koken. Haal van het vuur. Knijp de gelatineblaadjes uit en doe ze in de warme melk. Roer weer door en zorg dat er geen klontjes inzitten.Laat afkoelen.

Klop slagroom en suiker samen lobbig. Roer het appelstroopmengsel hier door. Blijf goed roeren, zodat de appelstroop niet onderin zakt. Schenk het mengsel in de bakvorm en laat 3 uur opstijven in de koelkast.

Week het laatste blaadje gelatine in koud water. Verwarm de 7-up op laag vuur. Haal van het vuur af en voeg het uitgeknepen blaadje gelatine toe. Meng goed en laat helemaal afkoelen.

Strooi de granaatappelpitjes over de taart en schenk hierover de 7-upgelatine. Serveer als de gelatine steviger geworden is.

posted by on Bijgerecht, Gezond, Recepten, Salade, Snel, Vega

2 comments

Ik heb niet zoveel met voetbal. Mijn broer was geen fan. Mijn vader ook niet. Thuis werd er dus zelden naar gekeken. Ik deed nooit mee aan een poultje. Ik wist niet wie de spelers waren*.

Ik versier het huis niet, ik trek geen oranje kleren aan. Ik ben niet zenuwachtig. Ik heb geen mening over de bondscoach, de Hunt en ik ben ook niet bezig met het uiterlijk van het de mannen van het Portugese elftal (alhoewel…). De buitenspelregel snap ik ongeveer.

Maar toch heb ik een reden gevonden om naar voetbal te kijken: er worden namelijk de meest fantastische uitspraken gedaan. Negentig minuten lang moet een commentator de wedstrijd vol praten. En na een wedstrijd worden spelers geïnterviewd die eigenlijk niks mogen zeggen. En dan hoor je een hoop leuke dingen.

Gisteren hoorde ik:

“Bijna is nog niet helemaal”

Tja. Soms is het allemaal zo simpel.

Bonensalade
Deze bonensalade is ook heel simpel. Door de scherpte van de bieslook en het frisse van de citroen en limoen is de salade verre van saai.

Bijgerecht voor 2 personen:

  • 150 gram verse doperwten
  • 100 gram snijbonen
  • 100 gram sperziebonen
  • eetlepel olijfolie
  • 100 ml kokend water
  • halve theelepel verse limoenrasp
  • halve theelepel verse citroenrasp
  • 15 blaadjes bieslook, fijngesneden
  • snuf peper en zout

Dop de erwten. Snijd de snijbonen heel fijn, schuin. Verwijder de topjes van de sperziebonen en snijd ze heel in stukjes van ongeveer 3 mm. Verhit de olijfolie in een pan op halfhoog vuur. Voeg de bonen en erwten toe en roer door, tot alles met olie bedekt is. Schep 30 seconden door de pan. Schenk het kokende water in de pan, zorg ervoor dat alles nét onder water staat. Doe een deksel op de pan en kook 2 minuten. Schep uit de pan in een zeef en vermeng met de citroen- en limoenrasp, de bieslook en een snuf peper en zout.



M’n foto’s zijn dit keer ook lekker simpel. Gemaakt met mijn telefoon/Instagram. Mijn ‘echte’ camera doet even niet meer wat ik wil en ik ben er nog niet achter hoe dat komt.

*Behalve Patrick Kluivert. Ik vernoemde zelfs mijn goudvis naar hem. Dat was nog in de tijd voor hij iemand doodreed en iemand verkracht zou hebben.

posted by on Uitdaging 30

17 comments

Een dag stage lopen in de keuken van een goed restaurant was één van de 30 opdrachten van mijn lijst. Een opdracht waar ik heel erg naar uitkeek, maar die ik niet te vroeg wilde uitvoeren. Ergens in juni, zo tegen het einde van het uitdagingenjaar, wilde ik dit wel graag proberen. Dan had ik net iets meer ervaring, net iets meer productkennis en ook net iets meer lef…

Maar ik wilde natuurlijk niet zomaar ergens in de keuken staan. Er moest gekookt worden op een niveau dat ik zelf niet beheers, de mensen moesten er aardig zijn, het liefst was het ook nog eens een beetje in de buurt en daarnaast moest ik er zelf minstens één keer heel goed gegeten hebben. Alsof ik eisen mocht stellen, als stagiair…

Het restaurant waar ik vrijwel direct aan dacht was Scherp in Middelburg. Scherp is één van de betere restaurants in de regio. Het bestaat komende herfst alweer vijf jaar en en wordt gerund door Mart en Dhani Scherp, die samen vreselijk veel (sterren)ervaring hebben. De gebruikte groentes komen uit de buurt en veel producten zijn biologisch. In december at ik er met veel plezier, het eten was heerlijk, de sfeer en bediening was warm en vriendelijk.

Chef Mart Scherp reageerde een aantal weken terug enthousiast op mijn mail waarin ik uitlegde dat ik een dag stage wilde komen lopen en waarom ik dat wilde.

Afgelopen maandag draaide ik een dagje mee in de keuken. Althans, een dagje… Om half drie werd ik verwacht en aangezien lunches alleen bij reservering geserveerd worden, nam ik aan dat half drie ook de start van hun werkdag was. Maar nee hoor, de rest van het keukenpersoneel stond al vanaf negen uur ‘s morgens op hun benen… Mijn werkdag duurde van half 3 tot 11, die van hen van 9 tot 1 (werkpaarden/sierpaarden, ben ik nu wel geslaagd voor de opdracht?).

Ik kwam om sfeer te proeven, de drukte mee te maken, de koks aan het werk te zien en waar ik kon de handen uit de mouwen te steken. Ik had een geweldige dag, dopte (zeer rustgevend) de erwten, sneed paddenstoeltjes, haalde de kleine gele blaadjes uit de frisée, maakte schelpjes van suiker met behulp van een siliconenvorm, vormde kokoskoekjes, hielp met de opmaak van een voorgerecht en maakte schoon en ruimde op.

Wat me vooral bij zal blijven is dat er gewerkt wordt met hele mooie producten en dat de bereiding van sommige gerechten ontzettend arbeidsintensief is. Dat de onderlinge samenwerking zo goed verliep, dat iedereen zo goed wist wat hij moest doen, het inspelen op wensen van gasten en de verkrijgbare seizoensproducten, heel veel telefoontjes naar leveranciers, het voetballen in de pauze, een bonnensysteem wat ik een beetje begrijp, maar vooral heel erg hard werken, van vroeg in de morgen tot laat in de nacht. En dat iedereen zo verschrikkelijk aardig was en de tijd nam om me dingen uit te leggen of voor te doen.

Beste Mart, Dhani, Sander, Roy, Kim, Daniëlle, Rik, Daniël, Timo en Maxime, bedankt voor de super leerzame en leuke stagedag! Ik heb nog meer bewondering en respect voor wat jullie elke dag weer voor elkaar krijgen. Ik kom graag nog eens terug, in het restaurant om heerlijk te komen eten of in de keuken om nog meer te leren. Dank, dank, dank!

Duwtje in de rug

jun
2012
03

posted by on Uitdaging 30

7 comments

“Maar hoeveel uitdagingen moet je nu nog?”

“Een stuk of tien.
In iets meer dan twee maanden.”

“Oké, dat is krap. Welke moet je nog doen?”

“Hersenen bereiden, een calorie-arme taart maken, vis vangen, fileren en opeten,
een gluten- en lactosevrij driegangenmenu bereiden, een bepaalde taart klaarmaken zonder dat ik het recept heb…”

“Hmmm…”

“En maandag ga ik een dag stage lopen bij restaurant Scherp. En oh ja, ik moet
nog een vegaburger bedenken en een volledig Turks barbecuemenu klaarmaken en een zesgangenmenu met bijpassende wijnen op tafel zetten, maar die doe ik als laatste.”

“Dat zijn er nog maar negen.”

“Ja, die tiende, dat is een beetje gek, dat is namelijk mijn website opzetten
en mijn favoriete recepten plaatsen. Je zou kunnen zeggen
dat ik die al gedaan heb, maar ik heb daar dan niet echt een verhaaltje en foto’s bij.
Bovendien lijk ik er ook nooit echt klaar mee te zijn, want ik verzin
telkens nieuwe favoriete recepten.”

“Ja, maar volgens mij valt niet echt te ontkennen dat je de site hebt opgezet
en dat je recepten erop staan.”

“Tja, daar heb je wel gelijk in.”

“Streep die uitdaging nu maar gewoon weg.”

“Ga ik doen, bedankt!”

Soms heb ik een duwtje in de rug nodig. Nog negen uitdagingen te gaan…

posted by on Recepten, Snel, Zoet

5 comments

Is het vandaag alweer de laatste dag van de maand? Hoe lang heb ik dan nog? Nog een paar uur? Oh, dan ga ik nu écht een aardbeienrecept insturen voor het foodblogevent van deze maand.

Caroline nam vorige maand het stokje voor het foodblogevent van me over. Als thema koos ze aardbeien. Een thema dat ongelofelijk veel mensen aansprak, want ze kreeg al meer dan zestig recepten met prachtige foto’s binnen! Way to go! Bedankt voor het hosten, Caroline!

No bake cheesecake met kokos en aardbeien

Dit recept is echt té simpel. Ik ben niet zo’n gelatinefan, maar soms maakt gelatine het leven wel heel gemakkelijk: je proeft er in dit recept niets van en het zorgt ervoor dat je taartje mooi stijf is. De taart is lekker fris door de limoen, zoetig door de kokos en zomers door de aardbeien. Het recept vond ik (in iets andere verhoudingen) hier. Gelukkig vond ik ergens anders een Engelse vertaling.

  • 75 gram koekjes (biscuit/bastogne)
  • 35 gram gesmolten boter
  • 250 gram roomkaas
  • 50 gram fijne kristalsuiker
  • 9 rijpe aardbeien
  • rasp van een halve limoen
  • 100 ml kokosmelk
  • 2 blaadjes gelatine

Verder:

  • schaaltje (15x15x4) of kleine springvorm
  • bakpapier
  • keukenmachine
  • mixer

Maal de koekjes fijn in een keukenmachine. Vermeng het koekkruim met de gesmolten boter. Leg bakpapier in de vorm. Gebruik eventueel boter tussen de vorm en het bakpapier zodat het bakpapier beter blijft zitten. Als je een springvorm gebruikt, doe je bakpapier op de bodem en gebruik je een strook voor de rand. Druk het koekkruim aan op de bodem van de vorm. Zet in de koelkast weg tot verder gebruik.

Klop de roomkaas en de suiker met een mixer door elkaar. Week de blaadjes gelatine 5 minuten in koud water. Zet ondertussen een pan met de kokosmelk op het vuur. Verwarm de kokosmelk. Laat niet koken. Haal van het vuur af. Knijp de gelatine uit. Meng met de kokosmelk. Roer goed. Zorg dat er geen klontjes in zitten.

Meng de zoete roomkaas met de kokosmelk/gelatine en de limoenrasp. Schep goed door elkaar. Strijk uit over de taartbodem. Snijd een paar aardbeien in plakjes. Laat anderen heel. Verdeel deze over de bovenkant van de taart. Laat ongeveer 3 uur opstijven in de koelkast.