Trots was ik wel, toen Anja van Brutsellog me via Twitter liet weten dat ik in 100x Hollands, het nieuwe boek van Eke Mariën sta. Een paar maanden geleden mailde Eke me met de vraag of ik een top 5 van lievelingsgerechten naar hem op wilde sturen voor zijn nieuwe boek.
Nu is kiezen niet mijn sterkste punt en dus twijfelde ik enorm toen ik mijn top 5 samenstelde. Ik vind heel veel eten lekker. Als ik het ene gerecht kies, dan kan het andere er niet op. Doe ik dat gerecht dan tekort? Maar uiteindelijk wist ik er een lijstje uit te persen van vijf dingen die ik héél erg graag eet. En nu zag ik dat lijstje dus terug, op papier, in een heus boek.
Maar nou ja, zeg! Wat stom! Hoe kan dat nou?
Mijn lievelingssalade zette ik niet in mijn top 5, maar het recept staat ook niet eens op mijn site!
Het is zo ongeveer het enige recept dat ik uit mijn hoofd ken en daarom schreef ik het nooit op. Deze sla is al jaren mijn redding. Het is een compensatiemaaltijd. We eten deze salade als we te vaak buiten de deur hebben gegeten, als we te hard hebben genoten van de vakantie of als ik drie cheesecakes per week bak. Hij is gezond, licht en super super lekker.
Sorry lievelingssla, dat je niet in mijn top 5 stond en dat ik nooit aandacht aan je besteedde op mijn site.
Gisteren had ik 100x Hollands zelf in handen. Een mooi, vrolijk boek vol met recepten van dingen die Hollanders graag eten. Daarnaast is het gevuld met andere lijstjes: een top 10 van meest verkochte vissoorten, recepten die vaak op internet gezocht worden en dus ook de top 5 van bn’ers zoals ik. Leuk voor in de boekenkast, fijn om uit te koken, prima om inspiratie uit op te doen. En als je het boek koopt, wil ik hem wel voor je signeren ;-).
Lievelingssalade
Hoofd- (of lunch)gerecht voor 2:
- 50 gram gemengde jonge sla
- 10 cm winterwortel in reepjes
- 10 cm komkommer in reepjes
- 1 bosui in reepjes
- handje taugé
- 3 eetlepels verse koriander
Dressing:
- 2 eetlepels arachideolie
- 1 eetlepel vissaus
- 1 eetlepel verse limoensap
- kwart rode peper in stukjes
- halve theelepel fijne kristalsuiker
Vlees:
- 200 gram ossenhaas of biefstuk
- 4 eetlepels sojasaus
- 1 eetlepel arachideolie
Snijd het vlees in reepjes. Meng met de sojasaus en arachideolie en marineer ongeveer een half uur. Meng alle ingrediënten voor de salade. Meng in een apart bakje de ingrediënten van de dressing. Voeg geen zout toe, door de sojasaus wordt het gerecht al zouter.
Verwarm een pan op middelhoog vuur. Bak hierin in een minuut of de stukjes vlees. Meng salade met de dressing. Serveer met de warme stukjes rundvlees.

Opdracht 7 van mijn uitdagingenlijst ‘Een workshop sabreren volgen’ werd bedacht door mijn zusje N. Eigenlijk was dit haar grote droom en niet de mijne. Zij vond het stoer, ik vooral eng. Toch kwam de opdracht op de lijst.
Het was niet eenvoudig om iemand te vinden die me bij deze opdracht kon helpen. Workshops waren er wel. Een heel gilde van sabreurs wilde me het sabreren wel leren, maar dan wel met een groep én met een demonstratie en ook nog eens voor een fiks bedrag. En dat was nu net niet de bedoeling.
Gelukkig had vriendin C. nog contacten in de wijnwereld. Zij belde een oud-collega en die wist wel iemand die me de kunst van het sabreren wilde leren: “Oh, dertig opdrachten, dat heeft een vriend van me ook gedaan.” Kijk, hij begreep het.
Gisteren ging het gebeuren. Uit Zeeland, Haarlem en Utrecht togen we naar Rijswijk voor een lesje champagneflessen open sabelen. Maarten gaf uitleg. Over de geschiedenis (hoe de champagnecollectie van Napoleon kapot werd gemaakt), over de druk (2,5 bar, zoiets als een autoband), over de voorwaarden (champagne brut, eerst de zwakke plek opzoeken), over de techniek (eerst wrijven en dan je beweging doorhalen, geen twijfel) en over wat er mis kon gaan (niet de fles bij de hals pakken, misschien wat champagne die over je hand vloeit).
Met lichte angst, trillende handen en een klein paniekgevoel stapten we in de lift van het appartementencomplex. Met vijf flessen Jacquart, evenveel glazen en een sabel in ons hand. De buren groetten ons verbaasd, maar vriendelijk.
Plaats delict werd het grasveldje voor de deur. Daar waar geen hondjes of bejaarden liepen, daar waar we alleen een boom of onszelf konden bezeren. Daar gingen we sabreren. Mijn angst werd niet minder. Mijn handen bleven trillen.
Het leek me het beste om als eerste te gaan. Zonder demonstratie en zonder dat ik wist hoe hard de knal zou zijn. Zonder dat ik het eerst fout had zien gaan bij een ander. Maar met de deskundige aanwijzingen van Maarten en de geruststellende woorden van de rest van de groep stootte ik in één, oh nee, drie keer de kurk behendig van de fles. De knal was veel zachter dan ik verwachtte, de fles schoot niet uit mijn hand, de champagne bleef zelfs volledig in de fles. Natrillend proostten we op de goede afloop en werd gezorgd voor bewijsmateriaal: een filmpje, wat foto’s, nog meer foto’s, ja nu met glas, oh en eentje met kurk en eentje van de fles, en nog eentje met de sabel er bij.
Vervolgens waren ook de anderen aan de beurt. Ook zij sabreerden alsof ze nooit hun champagnefles nooit anders openen. En ook zij voelden die vreemde ontlading of adrenalinekick na het kapotslaan van de fles. We bewaarden de kurken. We kletsten nog wat na en zagen al voor ons hoe we voortaan op elk feestje gaan knallen met onze net aangeleerde techniek. En we nipten nog een klein beetje champagne.
Bedankt Nienke, Cathy, en natuurlijk Marisa en Maarten van DGS! Super dat jullie het zagen zitten om me hierbij te helpen. Opdracht geslaagd!
Op de foto’s zien jullie (van boven naar beneden van links naar rechts): de fles en het sabel, met de flessen in de lift, angst, sabreren met de ogen dicht, verbazing, ontlading, opluchting, rommel in het park en trots. Wat een feest, die uitdagingenlijst!

Ik kan ze ondertussen dromen: soufflérecepten…

Ik begon met een rabarbersoufflé en daarna maakte twee keer een soufflé met kaas. Eerst de verspimpelde versie van die van Julia Child, daarna die van haarzelf, met wijn erin. Vervolgens maakte ik drie soufflés met chocolade en nog eentje met aardbeien. Na zeven verschillende soufflés mag ik concluderen dat ik de basis wel onder de knie heb, toch?

Eigenlijk waren ze allemaal goed gelukt, maar ik vroeg me toch telkens af of het niet beter kon. Maar na zeven verschillende soufflés weet ik dat ze prima waren: ze rijzen mooi en ze zijn luchtig, maar vol van smaak. Niks meer aan doen. Weer een opdracht geslaagd!
Chocoladesoufflé
Voor 2 personen:
- eetlepel boter
- 50 gram suiker
- 150 gram pure chocolade in stukjes
- 2 eidooiers
- 3 eiwitten
- poedersuiker
- bolletjes vanille-ijs
Verwarm de oven voor op 180 graden (hete lucht). Smelt de chocolade au-bain-marie. Vet ondertussen twee soufflébakjes in met boter. Bestrooi met suiker. Zet weg in de koelkast.
Klop de eidooiers licht en luchtig met de helft van de suiker. Klop de eiwitten (met een schone mixer) stijf. Vlak voor ze stijf zijn, doe je de rest van de suiker erdoor.
Meng chocolade met eidooiers. Schep de helft van de eiwitten erdoor. Vouw nu de rest van de eiwitten erdoor, zodat er zoveel mogelijk lucht in blijft zitten.
Schep het mengsel in de soufflébakjes. Maak het randje met je vinger schoon. Bak in 17 minuten af in de oven. Serveer met poedersuiker en een bolletje ijs.
Je pikt ze er zo uit: ze lopen net iets te langzaam, in de metro kijken ze onzeker om zich heen, omdat die lijnen zo verdomd lastig op elkaar aansluiten, hun koffiebeker -van Starbucks, want dat is wat ze kennen- houden ze wat knullig vast, in hun andere hand hebben ze een boekje met kaart of leuke routes. Gedraaid ziet de vrouw het nog beter.
Afgelopen week was ik er één van. Ik was een toerist in New York. Vijf jaar geleden was ik er voor het laatst (en voor het eerst). De stad is me eigenlijk te gehaast, op veel plekken erg onpersoonlijk, te vol met toeristen, maar toch was het opnieuw boeiend. New York móet je gezien hebben. Alle clichés zijn waar: het is alsof je in de film loopt, het is zo lekker herkenbaar allemaal, alles is er groter, iedere wijk is anders, het is er een smeltkroes van culturen.
Er zijn nog steeds mensen die denken dat je in Amerika alleen maar slecht kunt eten. Niets is minder waar. Er wordt er ontzettend veel buiten de deur gegeten en daardoor vind je er eettentjes in alle prijsklassen en alle keukens zijn vertegenwoordigd. Farm to table is hip, vega ook. Heb je zin een hamburger of pizza, dan kun je dat hier krijgen, maar wil je fine dinen, ben je veganist of heb je een glutenallergie, dan is dat ook geen probleem.
Restaurants, koffiezaakjes, wijnbars, tours, bezienswaardigheden. Voor ik op reis ga, zoek ik me altijd suf. Wat ‘moet’ ik gezien hebben. Gelukkig maken een heleboel websites het gemakkelijk zoeken (en vinden). Actuele recensies van uitjes, hotels en restaurants staan op Tripadvisor, waarop toeristen hun mening geven. Yelp en Open Table staan vol met (restaurant)recensies van de locals. Ook in de tips van NY Eater en in de Platt 101 had ik veel vertrouwen. Hecht je waarde aan prijzen, dan vind je hier de winnaars van de James Beard Awards en hier de uitgegeven Michelinsterren in New York. Daarnaast zijn wij fan van AirBnb, waarop verschillende accommodaties aangeboden worden: van een kamer bij iemand in huis tot een luxe appartement. Wij verbleven in Brooklyn (Flatbush, vlakbij Prospect Park). Een aanrader, want je bent er weg van de drukte van Manhattan en je hebt genoeg leuke eet- en drinkgelegenheden in de buurt.
Winkelen tussen de rijke Russische kinderen op 5th avenue en in de rij staan voor Hollister en Abercrombie & Fitch. Daar maak je me niet blij mee. Ik struin wat rond, bezoek wat bezienswaardigheden om daarna weer verder te kunnen met waar ik goed in ben: lekker eten en drinken. Onze zes dagen New York waren goed gevuld, maar toch heel relaxt.
Er zijn al genoeg boekjes en internetpagina’s waar je tips voor New York kunt vinden. Een eigen New York-to-do-ijstje maken, vind ik gewaagd. Wat nu leuk is, is volgend jaar misschien niks meer en een restaurant waar ik nu lekker at, kan volgend jaar ineens gesloten of onhygiënisch zijn. En een lijst is nooit compleet. Maar omdat ik zo vreselijk veel werk stak in de voorbereiding van onze trip en mijn hand in het vuur durf te steken voor onderstaande uitspraken, post ik hier toch een lijst met tips. En dus is ‘ie hier… mijn to-do-lijst voor New York. Hopelijk heb je er (ooit) iets aan!
To-do in New York
Vanaf de vliegvelden van NY kun je met het ov een heel eind komen. Helaas zijn de subwaystations behoorlijk oud en vervallen en beschikken ze meestal niet over roltrappen. Houd daar dus rekening mee als je met een koffer moet sjouwen. Neem gewoon lekker een taxi als je geen zin hebt om de smalle trappen te beklimmen in de drukte. Verder is de subway een prima vervoersmiddel in de stad. Er zijn wel regelmatig werkzaamheden en niet alles is goed bereikbaar, dus soms moet je wel stukjes lopen. Een kaartjes kost (enkele reis) $2,50. Je kunt ook een ticket kopen dat je per 10 dollar oplaadt, daardoor krijg je extra krediet op de kaart.
Er zijn genoeg rechtstreekse vluchten naar NY. Wij hadden echter een vlucht via Philadelphia. Dat bleek niet heel erg te zijn: de wijnbar is er best oke én je vliegt daardoor op LaGuardia Airport NY, waar alleen binnenlandse vluchten landen. De vlucht duurt een half uurtje en je bespaart jezelf een helicoptervlucht boven Manhattan. Wij kwamen namelijk over Manhattan NY binnenvliegen en hadden dus de hele skyline al bewondert, zonder daar 150 dollar pp voor te betalen. (Edit: op de terugreis kwamen we niet over Manhattan en LaGuardia is een behoorlijk ouderwets vliegveld. Reken dus niet op gezellige zitjes)
Eten in NY kan heel betaalbaar zijn. Wijn is in de VS echter niet goedkoop. In een restaurant betaal je al snel 10 dollar voor een glas. Reken daar de tax (8%) en de fooi (13-20%) nog bij en je bent vaak duurder uit dan je van tevoren inschatte. Op de meeste websites van de restaurants vind je een menu met actuele prijzen.
(Farmers) markets zijn ook in de VS hot. Als je wilt weten waar en wanneer er een markt is, kijk dan op de website van Markets of New York. De website is wat rommelig. Chelsea market schijnt heel aardig te zijn. Ook de markten van Brooklyn, bijvoorbeeld Smorgasburg, gericht op eten in Williamsburg (op zaterdag) zou de moeite waard zijn.
Waar we aten:
Mimmi’s Hummus (Brooklyn): it’s all in the name: hummus in verschillende soorten. Verder lekker brood en kleine gerechtjes die je goed kunt delen. En elke dag een bierspecial.
Qathra (Brooklyn): koffiebar in onze hood. Lekker vroeg open, heerlijk als je een jetlag hebt. Je kunt hier pinnen, wifi’en en natuurlijk koffie drinken. Een prima manier om de dag te beginnen.
Blue Sky Bakery (Brooklyn): gevonden dankzij Yelp. Niet de omweg waard, maar gewoon een prima zaakje met koffie en prima baksels. Dat we Nederlands waren, hoorde de verkoper meteen: ‘My dad is also Dutch’
The Castello plan (Brooklyn): nog zo’n restaurantje/wijnbar in onze straat. Heerlijke hapjes, fijne bediening.
The Farm on Adderly (Brooklyn): ons buurtrestaurant, heerlijk ontbijt, lunch en diner voor goede prijzen. Fijn thuiskomen na een dag door de stad slenteren.
Eileen’s cheesecake (Nolita): Luchtige cheesecake in alle vormen en maten. De mini’s kosten $3,50. Als je in Amerika woont bezorgen ze ook (door heel het land). Liefste verkoopster ever. Ik koos voor een mini met aardbei en eentje met dulce de leche. Yum yum.
Prosperity dumpling (Chinatown): Een hype op Yelp. Zit in het hart van China Town. Vijf dumplings voor één dollar, varkensvlees met bosui. Na deze snack konden we NY weer aan.
Craftbar (Flatiron): subtiele cocktails, vriendelijk (bar)personeel. Ik dronk ‘Kim would choose this one’ Helemaal vergeten te vragen wie Km is, maar de cocktail met rabarber (subtiel) was ongelofelijk lekker. Eén van de vele NY restaurants van Tom Colicchio, die kerel die altijd naast de bloedmooie Padma Lakshmi bij Topchef mag zitten.
Riverpark: heeft volgens de website een terras aan het water. Het terras lag echter niet in de zon, het waaide er onnoemelijk hard en er zat tussen het terras en het water nog een groot gebouw en een grote, drukke weg. We hebben Tom C’s restaurant dus alleen een blik waardig gevonden.
Gramercy Tavern (Flatiron): één van dé restaurants van NY. Redelijke prijs voor de *kwaliteit. Wij begonnen met een drankje aan de bar om de sfeer te proeven. Conclusie: erg gemêleerd publiek: spijkerbroeken, mantelpakjes, zakenmensen, kinderen. Barpersoneel erg kundig, snel en vriendelijk. De amandelen, cashews en pecan met karamel en Indiase kruiden gaven de doorslag: we kwamen terug voor meer. Je hebt hier een bar, tavern en een restaurant. Reserveren kan alleen voor het restaurant. Voor de tavern kun je aanschuiven of op een plaats wachten aan de bar. Daar wordt het wat druk door de wachtenden. Geen tafellinnen. Wel een menu met bierpairings. Prima wijn in verschillende prijsklassen, Belgisch bier. Super, super bediening in de vorm van Maria die heel enthousiaste suggesties geeft en het ook prima vond dat we tussen de gangen door veel tijd wilden. Doen, doen, doen! (Edit: op 8 mei ontving chef Michael Anthony een James Beard award: die voor best chef van NYC)
Kumgangsan (Flushing en Manhattan): wij kwamen hier met een speciale reden: een bekende opzoeken. De Koreanen zijn trots op Korea Town, hun 2 straten op Manhattan. Als je echter op Flushing station uitstapt, kom je in een totaal andere wereld zonder toeristen terecht: wij waren de enige blanken in een verder volledig Aziatische wijk. De Koreaanse barbecue ging aan. De meeste smaken waren niet aan ons besteed, maar we hadden wel een leuke avond.
Ai Fiori (5th Avenue): In één van de duurste en prachtige hotels van NY, The Setai, zit dit *restaurant. Een oase in de drukke winkelstraat. Veel zakelijk publiek. Heerlijk eten, maar de rekening kwam helaas niet in de buurt van wat wij het waard vonden.
Bouchon Bakery: Bijverdienste van Thomas Keller, de chef van onder andere French Laundry. In Las Vegas en in Yountville zat al een vestiging van deze bakkerij met heerlijkheden, maar nu is er dus ook eentje in New York. Vlak naast het Rockefeller center. Ga voor de almond French toast. Of de macarons. Of de chocolade. Of de muesli. Of de baguettes.
Pastrami Queen (Upper East side): in New York moet je natuurlijk een pastrami sandwich eten. Dit broodje vleeswaren kun je op verschillende (toeristische) plekken krijgen. Wij aten hem bij Pastrami Queen in Upper East Side. Voor 15,50 heb je een combo van een half broodje pastrami en een matzah ball soep.
Toby’s Estate (Williamsburg): Een Australische volwassen koffiezaak. Te clean voor de hipsters, wel lekkere koffie en thee.
Adrienne’s pizza bar (Wallstreet/Bowling Green): In het mooie Stone Street. Geen authentieke New York style pizza. Wel heel erg lekker en leuk om tussen tussen de medewerkers van Wall Street te eten. Zet je wel even over de schreeuwende en pushende eigenaar heen. Gelukkig kon het personeel wel om hem lachen.
Frankies (The Village): Het is vooral een beetje zien en gezien worden. In de middag staat hier de zon op het terras. Reken niet op snelle bediening. Prima plek voor een borrel.
Eleven Madison Park (Flatiron): Tja, wat moet je hier nog over schrijven. Ik was helemaal van plan een apart artikel over Eleven Madison Park te maken, maar zodra het eten geserveerd werd, moest ik dat idee van tafel vegen. Al na twee amuses, vergat ik notities te maken en foto’s te nemen. Een goed teken, lijkt me. Eleven Madison Park ging van één naar drie sterren in een jaar tijd. Het is de nummer één op menig New Yorks restaurantlijstje. Schijnt losser te zijn dan Daniel, Per se en Jean Georges. Als je hier wilt eten, dan moet je 28 dagen van tevoren om 9.00 uur ‘s morgens NY tijd achter de computer zitten. Dat deed ik. Reserveren lukte me, een mooie jurk werd aangeschaft en in de week dat wij in NY waren, werd EMP ook nog eens de nummer 10 op de lijst van de beste restaurants ter wereld. EMP ligt aan Madison Square Park en zit in een voormalig bankgebouw. Ondanks de grootte en de hoogte, voelde onze plek in een hoek toch intiem en persoonlijk. Je kunt hier kiezen uit een menu van vier gangen of een tasting van negen. Wij kozen voor de vier gangen met een wijnarrangement. De menukaart is een vlak met zestien ingrediënten, vier per gang. Je kiest voor elke gang een ingrediënt uit een rijtje van vier. Wij gingen voor hamachi, cobia, lever, amandel, eend, chocolade en malt. Het meest bijzondere van de maaltijd was de eend. Die wordt met szechuan peper en lavendel op smaak gebracht. Voor je neus wordt hij gesneden en je bord (met pincet!) opgemaakt. Even later komt een ander deel van de eend op tafel. Als confit in aardappelpuree. Op tafel stond een envelop met onze naam in kalligrafie erop en een handgeschreven kaart erin. Prachtige mensen. Daniël Humm die een handje kwam schudden. Overweldigend, groot, luxe, indrukwekkend, onbeschrijfelijk, verbazingwekkend, genieten. Nee niet Daniël, maar zijn restaurant en het eten. (Edit: op 8 mei ontving Daniël Humm de belangrijkste James Beard award: die voor outstanding chef)
Ook deze (en nog 50 andere) plekken stonden op mijn lijst. We kwamen er niet, maar ik durf ze jullie blind aan te raden:
Di Fara Pizza: dé pizza van Brooklyn. Heeft een eigen Wikipedia-artikel. Dus.
ABC Kitchen: een van de sterren van Jean Georges, relaxte sfeer.
Shake Shack: burgers van sterrenchef Danny Meyer, je moet hier wel voor in de rij staan.
Dirt Candy: een vegarestaurant waar zelfs een fervent vleeseter het vlees niet zou missen.
Levain Bakery: dé koekjes. Op hun site kun je bekijken wat er live in de winkel gebeurt.
Sakagura: Japans, met blijkbaar een fantastische sake collectie.
Zoals ik al zei, is een lijst met tips nooit compleet. Op Yelp staan reviews van meer dan 16000 (!) restaurants in New York. Er zijn restaurants bekender dan degene die ik noem. Ik besef dat een fijne ervaring samenhangt met degene die je bedient, het tijdstip waarop je komt, het humeur waarin je bent, de zon die wel of niet schijnt, ete. etc.

Wat we verder deden:
Brooklyn Bridge: het is een beetje afgezaagd, maar het lopen van de brug is echt een leuke belevenis. Wij startten aan Brooklynzijde, waar je onder de brug een park hebt, deels nog in aanbouw. Daarin vind je ook het River Café -romantischer kan het niet worden- en je maakt er geweldige foto’s van de skyline van het zuidelijke deel van Manhattan. Loop niet over het fietspad zoals veel toeristen doen, want dan is de kans groot dat je wordt aangereden door een opgefokte New Yorkse biker.
Hudson street vanaf Houston, richting het noorden. The Village gaat over in het Meatpacking District. Heel veel leuke winkeltjes, restaurants, barretjes, terrassen. Eten bij The Dutch (niet omdat je uit Nl komt) schijnt een fijne ervaring te zijn. Meer toeristen ontdekten deze wijk, je komt regelmatig mensen tegen die een leuke route uit een reisboekje volgen. Ga op Gansevoort St The High Line op.
The High Line: ik ben zo blij dat ik hiervan gehoord had. Op de oude trainrails is een tuin met veel bankjes, mooi groen en fijne uitzichten (want je loopt over een viaduct). Loop van zuid naar noord. Zoek naar vogelhuisjes, trainrails en autoparkeerplaatsen met lift. Ze hadden van dit park alles van kunnen maken, maar deze uitvoering is echt prachtig: stijlvol en super bezoekersvriendelijk. Er zijn verschillende op- en afgangen, maar ik raad je aan om hem van onder naar boven af te lopen. Er zijn regelmatig activiteiten. Die kun je vinden op hun website.
WTC memorial: natuurlijk moet je hier naartoe. Om bij deze watervallen en de overlevingsboom te komen, moet je nu nog door de security, omdat je bij de bouwplaats van het nieuwe WTC bent. Bestel (gratis) kaartjes online. Daarmee voorkom je dat je daar ook nog eens voor n de rij moet staan. Het museum is nog niet open. Erg indrukwekkend.
Madison Square Park: levendig plein en park bij het Iron Building. Op zondag zit het hier vol met jongeren op klapstoeltjes. Om MSP een hoop fijne restaurants. Eataly is een mooie, moderne ‘marktwinkel’, waar je kazen, vleeswaren, wijn en meer vindt. Wel erg druk. Verder zit hier Eleven Madison Park, Shake Shack (burgers waar een lange rij voor staat) en niet veel verder de restaurants Gramercy Tavern, Craft en ABC Kitchen.
Bryant Park: ook hier weer klapstoeltjes, zorg wel voor je eigen eten en drinken.
Prospect Park: groot park in Brooklyn. Weer eens iets anders dan Central Park. Veel hardlopers en fietsers op zondag. Op dit moment veel werkzaamheden in het park, waardoor niet alles begaanbaar is. Hier ben je echt helemaal weg uit de drukte van de stad.
VN: oude sannie, dat is het hier nog wel. Het bezoekerscentrum wordt binnenkort onder handen genomen, want sinds de oprichting van de VN (eind jaren 50) is er niets aan dit gebouw gedaan. Een trekpleister voor Aziaten, zeker nu Ban Ki-moon secretaris-generaal van de VN is. Je krijgt basic informatie tijdens de rondleiding van een internationale gids (die van ons kwam uit Oekraïne), die je alles kunt vragen waardoor de tour iets meer diepgang krijgt. Erg interessant om een keer te zien.
Rockefeller Center (top of the rock): kies je voor het uitzicht vanaf het Empire State Building, dan kijk je uit op het saaiere Rockefeller Center. Ga je echter naar de top of the Rock, de 67e verdieping van het Rockefeller of GE gebouw, dan kijk je uit op het Empire State. Doen! Zeker bij mooi weer zie je veel. Er is een app die je op je telefoon kunt zetten vóór je er bent, zodat je op de top (werkt zonder internet) op je telefoon kunt lezen wat er allemaal te zien is. Er zijn tickets waarmee je overdag én ‘s avonds het dak op kunt. ‘s Avonds was het bij ons drukker dan overdag. Misschien is het rustiger als je nog later gaat (wij waren er om 21.00 uur).
Een tour met Max: Alle Tripadvisorreviews waren positief, maar toch was ik sceptisch: hoe kan iemand me drie uur lang weten te boeien zonder dat hij over eten praat. Max lukt het. Hij weet veel, heel veel en is enthousiast over zijn stad. Bij zijn tours zijn de groepen niet groter dan 12 man. Ideaal. Hij probeert niet grappig te zijn en weet zeker meer dan de dingen die hij vertelt. Hij heeft een grote liefde voor zijn stad en is enthousiast. Ondertussen maakt hij ook nog eens met iedereen oprecht geïnteresseerd een praatje. Wij deden de tour in Central Park en zagen daardoor meer dan we zonder hem hadden kunnen zien. Hij is populair, dus zorg dat je op tijd reserveert.
East river ferry: Handig voor als je voeten kapot zijn en je de dompige metro wilt vermijden. Een snelle boot die je van het zuiden van Manhattan naar Dumbo, Williamburg en Queens brengt en weer terug. Een ticket kost 4 dollar. Kijk voor de actuele dienstregeling op de website.
Williamsburg: met de East river ferry gemakkelijk te bezoeken. Na de hipsters hebben ook de grotere bedrijven deze wijk ontdekt. De creatievelingen kunnen ook hier geen woning meer betalen. Het kan snel gaan.
Dekalb market: winkeltjes met eigen ontwerpen, sieraden, kleding, maar ook genoeg zaakjes met eten en drinken. In oude zeecontainers. De Nederlandse Saskia de Vries heeft hier een zaakje met prachtige sieraden. Op een druilerige dag was het er erg rustig. Hopelijk is het er iets drukker in het weekend.
Statue of Liberty: Natuurlijk moet je die gezien hebben. Vanaf Manhattan in de verte te zien, vanaf de gratis ferry naar Staten Island (je komt er dan langs en niet bij), met een helicopter, of met de boot naar Ellis Island, het immigratiemuseum, en het beeld zelf. Als je het laatse doet, zorg dan dat je om een tijd gaat dat niet alle gillende schoolkinderen er zijn. Dat lijkt me een stuk relaxter.
Grand Central Station: Natuurlijk moet je hier gaan kijken. Zelfs hier heeft Apple het trouwens voor elkaar: een kleine winkel in de grote, mooi hal. Onder vind je het food concourse, met heel veel lekker eten en drinken.


Deze week ben ik in New York, New York. De toerist uithangen, goed eten, beter eten en fantastisch eten. Ik weet het, ik heb een mooi leven. Een geweldig leven zelfs.
Om jullie niet het idee te geven dat mijn leven alleen maar feest is, laat ik jullie ook zien wat ik deze week nog meer deed…
Orgaanvlees bereiden
Als je nu nog aan het lezen bent, ben je óf heel nieuwsgierig óf een wereldverbeteraar omdat je vindt dat je van kop-tot-staart moet eten óf je bent opgegroeid met het eten van orgaanvlees.
Ik ben alleen het eerste en heb nu eenmaal zo’n stomme uitdagingenlijst waarop staat dat ik orgaanvlees moet bereiden. Super leerzaam, want met orgaanvlees ben ik niet opgegroeid en ik zou voor het eten van organen dus niet zo snel kiezen. Lever en hart bereidde ik een paar maanden terug. Met wat Indische kruiden en specerijen was dat goed te doen. Vorige week maakte ik dus lamsniertjes. Kijk, hier is het bewijs. Nu nog hersenen klaarmaken en dan is deze uitdaging écht klaar. (en nu weer snel van NY genieten)
Riñones al Jerez – Spaanse lamsniertjes
- 4 lamsniertjes
- 2 eetlepels olijfolie
- een halve ui
- teen knoflook
- 2 eetlepels verse peterselie
- eetlepel bloem
- 100 ml sherry
- 1 eetlepel tomatenpuree
- takje tijm
Ontdoe de niertjes van hun vlies (als die er nog aan zit) en de harde stukjes. Snijd de niertjes in blokjes. Snipper de ui en snijd knoflook en peterselie fijn.
Verhit de olijfolie in een koekenpan. Fruit hierin de ui en de knoflook. Bak hierna de niertjes mee tot ze bruin zien. Voeg bloem, sherry, tomatenpuree, tijm en de helft van de peterselie toe. Laat 5 minuten inkoken. Serveer met de rest van de peterselie en brood.
Een maand lang spamde ik er op los. Je kon Twitter niet meer opstarten, je mail niet meer openen, de reacties op je site niet meer bekijken, zonder een berichtje van die verdomde Smaakmaakster: “Weet je al of je meedoet met het foodblogevent?”
Meer dan twintig inzendingen kwamen binnen naar aanleiding van mijn vraag/smeekbede: “Bedenk een licht, maar voedzaam recept, voor één persoon.” Ik ben regelmatig alleen thuis. Dat vind ik helemaal niet erg, maar ik vind het gewoon vreselijk stom om alleen voor mezelf te koken. En daarom eet ik dan een tosti. Of vraag ik me na een glas wijn en een cracker af of dat ook als avondeten geldt (nee? oh, dan smeer ik nog een boterham met pindakaas en hagelslag).
Maar nu stop ik met stalken. De deadline is verstreken. De winnaar is bekend. Mijn taak als strenge foodbloghost zit erop.
Laat ik voorop stellen dat ik het echt super leuk vond dat jullie zo enthousiast reageerden. Voor de één was mijn verhaal heel herkenbaar, omdat je het ook niet leuk vond om voor jezelf te koken. Voor de ander was het juist een feest om alleen te eten af en toe, zodat je lekker iets kunt maken wat alleen jijzelf lust. Jullie kwamen met geweldige ideeën en moedigden me aan om vooral de keuken in te gaan, ook al was het alleen voor mij.
De meeste recepten bevatten weinig ingrediënten, voor mij een belangrijke eis, omdat ik een hekel heb aan eten weggooien. Ook waren de recepten zeker simpel en meestal ook licht. Aan de eisen die ik stelde, voldeden de inzendingen dus zeker.
Tot slot was het ook super om zoveel, voor mij, nieuwe foodblognamen voorbij te zien komen. Leuk om op deze manier kennis te maken!
Oke, genoeg gekletst. Jullie willen natuurlijk weten wie er wint.
Een paar recepten staken er voor mij bovenuit. Uiteraard hangt dat helemaal samen met een persoonlijke voorkeur voor bepaalde ingrediënten en bereidingswijzes: het recept van Denise, haar Risi e Bisi leek me helemaal fantastisch. Ook de Soto Ayam van Jessica lijkt me heerlijk. De omelet met garnalen (de koriander deed het ‘m) van Corrine ga ik snel een keer maken en de pesto van tuinbonen zag ik mezelf eten met een goed stuk entrecote. De insteek en het recept van Pierre vond ik erg interessant: lekker alleen eten in plaats van zielig alleen eten ;-).
De winnaar is echter…

Ik ben namelijk geen pasta-eter. Maar haar recept zorgde ervoor dat ik dacht: ja, dat ga ik maken. Voor een ander, voor mezelf, het maakt me eigenlijk niet uit voor wie, áls ik het maar een keer maak. Ook de eerste zin van haar recept: “Schenk eerst een glas witte wijn voor jezelf in” raakte me ;-). Caroline, bedankt voor je inzending. Heel veel succes met het hosten van het event in de maand mei! Ik ben erg benieuwd naar je opdracht.
En natuurlijk nogmaals dank aan Paul, Jessica, Eveline, Denise, Sofie en Jorrit, Miranda, Chris, Sandra, Antoinette, Lies, Nina, Es, Didi, Pieter, Brenda, Culimaantje, Pauline, Corrine, Elke, Fatima en Gabriella!
Alle inzendingen vind je hier!
De oplettende kijker en lezer heeft het misschien al gezien: rechts op mijn pagina staat een YouTube-knop. Als je daarop klikt, zie je mijn video’s. Je ziet er nu nog maar drie, maar het worden er meer. Kook- en bakvideootjes maken is namelijk mijn nieuwste hobby.
Dat kon er ook nog wel bij. Alsof koken, reizen, eten, restaurantrecensies lezen (ja, echt!), werken, bakken, schrijven, recepten bedenken, eetwinkelen, met mijn vriendinnen kletsen, uit eten gaan en mijn relatie onderhouden, nog niet genoeg tijd opslokt.
Hebben jullie al zin in die ene waarin ik laat zien hoe je een simpele chocoladesoufflé klaarmaak? Ja? Mooi. Maar nu eerst eentje van de bladerdeegpizza, die natuurlijk niet echt een pizza is, maar waarvan ik niet weet hoe ik het anders moet noemen. Het geschreven recept staat al een half jaar op mijn site, maar misschien dat dit filmpje je er nog beter van overtuigt hoe simpel en lekker dit gerecht is.
PS: ik beloof niets over de regelmaat waarin filmpjes verschijnen. Straks zou ik nog in de stress raken van enige tijdsdruk ;-)
Hét recept voor paella bestaat niet, daar ben ik ondertussen wel achter. Variaties met doperwten, paella’s met alleen kip, versies met vis én vlees, vegetarische schotels, olijven door de rijst, kleurstof of kurkuma om de boel geel te maken in plaats van saffraan, tja, op paellagebied kan veel, blijkbaar.
Maar toch. Zeggen dat onderstaand recept een recept is voor paella, is gevaarlijk. Ik heb gelezen hoe mensen geschoffeerd werden in de commentaren op hun site, omdat hun recept niet paellawaardig zou zijn. Dus bij deze: dit recept is mijn versie van paella. Ik vond hem heerlijk, maar hoe jij je paella wilt maken, moet je vooral zelf weten.
Uitdaging 8: paella maken in zo’n pan met rijst die aanbakt (niet aanbrandt) werd bedacht door vriend D. die voor zijn werk veel in Spanje is. Vorig weekend bezocht ik hem in Madrid. Alhoewel paella van origine uit Valencia en niet uit Madrid komt, hoopte ik van dat tripje toch wijzer te worden, zodat ik aan de slag kon met deze uitdaging.
En dus proefde, proefde en proefde ik verschillende paella’s. En wat blijkt? Spanjaarden lijken wel alle tijd van de wereld te hebben, maar toch heeft de bevolking het gewoon ook druk met werken (althans, 78%), in barretjes wijn drinken, tapas eten, met stieren vechten en siësta houden ;-). Dus ook in Spanje eet men ‘aangepaste’ versies van de paella, die sneller, goedkoper en gemakkelijker te bereiden zijn.
Op El Rastro (als je van drukte en rommel houdt: vooral bezoeken!) kocht ik een goedkope paellapan. Het woord ‘paellapan’ is trouwens dubbelop: paella is het Latijnse woord voor ‘pan’. Ook nam ik bombarijst, met groot absorberend vermogen, mee. En wat van die leuke bruine Spaanse bakjes, made in China.
Ik hoopte ook nog op wat ultieme paellatips van de vrouw van D’s Spaanse collega. Zij maakte echter nog nooit een paella. Ze beloofde me wel dat als ik de uitdaging aanging, dat zij het dan ook een keer moest proberen. Dus: Querida Susana, hice la paella, es simple, tu puedes hacerlo. Suerte!
Gisteren ging ik aan de slag. En dit werd ‘m…
Paella met gamba’s, kip en chorizo
Ik heb geprobeerd zo dicht mogelijk bij originele Spaanse recepten te blijven. Helaas was het mosselseizoen al over en kon ik in mijn stad ook nergens langoustines krijgen. Daarom heb ik gekozen voor een combinatie van schaaldieren en vlees, wat in Spanje ook regelmatig gebeurt. Ook heb geen witte bonen (de garrafo) gebruikt. In de Madrileense versies zat dit ook niet.
Voor 2 personen:
Sofrito:
- 2 eetlepels olijfolie
- 4 rijpe tomaten
- teen knoflook
- halve ui
- 2 eetlepels fijngehakte peterselie
- 3 takjes tijm
- peper en zout
Verder:
- één kippendij (of 100 gram kipfilet in blokjes)
- eetlepel boter
- 50 gram chorizo in blokjes
- 3 eetlepels olijfolie
- kwart rode paprika
- kwart groene paprika
- 200 gram paella rijst
- 750 ml kippenbouillon (afhankelijk van de rijstsoort)
- saffraan
- 4 gekookte gamba’s
- eetlepel fijngesneden peterselie
- partjes citroen
Maak eerst de sofrito. Snijd daarvoor de knoflook en de peterselie klein. Snipper de ui. Fruit dit samen een minuut of vijf in twee eetlepels olijfolie. Rasp de tomaten. Voeg toe aan het uimengsel in de pan. Voeg de takjes tijm en een snuf peper en zout toe. Zet het vuur zacht en laat ongeveer 30 minuten zo staan. Let op dat het mengsel niet teveel inkookt en aanbakt. Als het meeste vocht verdwenen is, is de sofrito klaar. Haal de tijm eruit en zet apart. Je kunt de sofrito pureren. Zelf heb ik dat niet gedaan.
Smelt de boter in een braadpan en braad de kippendij in ongeveer 20 minuten gaar. Snijd het vlees eraf. Snijd hier gelijke stukjes van. Bak de chorizo in een klein beetje olie. Zet allebei apart. Snijd de paprika’s in kleine, gelijke blokjes.
Zet je (paella)pan op het vuur. Verwarm hierin twee eetlepels olijfolie. Voeg de sofrito en de rijst toe. Bak samen een minuut. Voeg nu de hete kippenbouillon met de saffraan toe. Laat tien minuten doorkoken, zonder te roeren.
Voeg de kip, chorizo, paprika en gamba’s toe. Laat nog 10 minuten op zacht vuur staan. Voeg peper en zout naar smaak toe. Haal de pan van het vuur. Bedek met aluminiumfolie. Wacht nog 5 minuten. Bestrooi met wat peterselie en serveer met partjes citroen.

Bij de paella dronk ik Tinto de Verano, zomerwijn: een combinatie van rode wijn, bruisend water en een schijfje citroen of sinaasappel. Daarnaast aten we brood met Vinagreta de tomàquet, een receptje dat ik terugvond op het prachtige Bijzonder Spaans.
Na mijn bezoek aan Madrid ontstond een nieuwe missie: het vinden van een leverancier van Pimientos de Padron, een klein groen Spaans pepertje, dat je bakt in olijfolie en eet met een beetje zout. Een heerlijke snack die ik hier nergens kan krijgen. Een groenteboer bestelde hem voor me (zie bovenstaande foto), maar deze peper was te groot én veel te scherp. Misschien dat ik het hier maar bij moet laten en dat Pimientos de Padron gewoon bij een bezoek aan Spanje hoort: een goede reden om terug te gaan.
Toen mijn eerste filmpje, die over banana bread, online kwam, kreeg ik een hoop leuke reacties: “Hé, die oven heb ik ook!” “Mooie handen heb je!” “Je moet erbij zetten ‘koken voor mannen’, dat zorgt voor extra bezoekers!”. Maar ook: “Leuk gedaan!” “Mooi!” en “Duidelijk, ik krijg gelijk zin om dit te maken!”
Bedankt! Oh. Goh. Nou. Opdracht geslaagd!
Wat leuk, al die enthousiaste, positieve reacties! Daardoor besloot ik meer kookfilmpjes te maken met dezelfde opzet: gemakkelijke recepten, uitleg in korte tekst, achtergrondmuziekje, shots van iedere handeling en aan het einde zie je mij nog even, voor nét dat persoonlijk tintje.
Mijn tweede filmpje gaat over gegrilde paprika-tomatensoep. Deze soep is heerlijk én ook nog eens gezond, belachelijk gemakkelijk om te maken en door de gegrilde paprika’s en rode peper super smaakvol en vol pit. Ik voegde er dit keer ook verse tomaten aan toe, omdat ik die toevallig had liggen. Die verse tomaten hoeven er niet in, als je het ontvellen te veel werk vindt. Overigens kan het ook andersom: als je alleen verse producten wilt gebruiken, laat je de tomaten uit pak weg en gebruik je 500 gram verse. Voeg dan wel minder bouillon toe.
Kijk. Daar ben ik weer…
(Oeps: ik heb geen idee wat er mis is, maar het geluid loopt niet mee op dit filmpje. Ik hoop later vandaag uit te vinden wat er aan de hand is. Voorlopig moeten jullie het doen met de beelden…)
Het geschreven recept vind je hier.
Mijn highlights van Madrid: pimientos de padron, gefrituurde tomaten, paella, gamba’s, asperges met olie en zout, tinto de verano, croquetas, tortilla, wijn in van die leuke kleine glaasjes, jamon de Iberico, PX, thee uit een eenpersoonspotje, eigenlijk álles met olie en zout.

Verder natuurlijk ook Palacio Real, Parque de Ritero, Plaza de Toros, Mercado San Miguel, Calle Cava Baja, de winkels van Chueca en, met 80.000 andere enthousiastelingen, de wedstrijd van Real.
En ik weet genoeg om met mijn paella uitdaging aan de slag te gaan. Jeeh!

