Waar ik me de komende tijd niet meer druk over ga maken:
- Of er genoeg bezoekers op mijn site komen
- Dat niet alle bezoekers reageren
- Hoeveel tweets ik per dag zou moeten versturen
- Dat ik op Twitter minder volgers dan gevolgden heb
- Of anderen mijn recepten wel goed vinden
- Dat sommige mensen heel veel spel- en stijlfouten op hun blog maken
- En dat ik die ook maak
- Dat ik soms maar twee stukjes per week schrijf
- Welke ingrediënten er voor meer reacties/lezers zorgen
- Dat ik
vaakveelteveelwoorden gebruik voor iets wat je ookveelkorter kan zeggen (zie je, daar kondenzeker4 woorden af) - Dat mijn foto’s minder mooi zijn door gebrek aan daglicht, een studio én inzicht
- Dat er sites zijn die letterlijk recepten overnemen zonder bronvermelding
- Dat ik al twee keer een saladerecept heb gemaakt, dus dat het nu tijd zou zijn voor iets zoets
- Dat ‘chocoladetaart’ veel meer lezers trekt dan ‘bietensalade’
Toen ik begon met de site deed ik dit voor mezelf. Ik wilde leren, ik wilde ontdekken, ik wilde noteren. Ik wilde nieuwe ingrediënten en andere bereidingswijzen leren kennen én er achter komen of mijn passie voor goed eten een hobby moest blijven.
Maar ondertussen ben ik me dus te veel bezig gaan houden met dingen die helemaal niks meer met die eigenlijke doelen te maken hebben. Ik heb heel veel plezier in het bijhouden van de site, maar ga ook steeds krampachtiger om met allerlei zaken die er echt niet toe doen.
Hiernaast heb ik nog steeds mijn drukke baan en een heel leuk sociaal leven en dat werd bijna niet meer te combineren met Smaakmaakster. En dus heb ik een keuze gemaakt: mijn lievelingsrecepten zijn op de site gearchiveerd (doel 1) en vanaf vandaag ga ik me vooral richten op de opdrachten die ik nog uit moet voeren. En af en toe zal ik nog een goed recept plaatsen. Maar dan wel alleen als het origineel én echt heel lekker is.
Want het internet staat al vol met een heleboel goede (en minder goede) recepten. En ik heb echt nog maar 7 maanden de tijd voor het halen van 21 doelen. Dus ik moet gewoon keihard aan de bak, waardoor ik helemaal geen tijd meer heb om me druk te maken over bovenstaande onzin.
Dus ik blijf gewoon schrijven, koken en plezier maken, maar dan wel met iets minder regelmaat, onzekerheid en stress.
Hasta la pasta!
Bietensalade (klik hier voor chocoladetaartrecepten)
Mijn zusje wist niet dat je bieten rauw kunt eten. In grote stukken is dat ook geen aanrader, maar als je ze heel fijn snijdt, kan dat best. Ik vind dit echt een prima lunchgerecht. Het is snel klaargemaakt, gezond, fris én heel erg lekker.
Als lunch voor 1 persoon of als bijgerecht voor 2:
- 1 rode biet, geschild en heel klein gesneden (of geraspt)
- halve appel, geschild en klein gesneden
- halve bosui, in kleine ringetjes
- eetlepel fijngesneden bieslook
- 2 eetlepels limoensap
- 2 eetlepels crème fraîche
- peper en zout
Meng de bovenste vier ingrediënten. Meng de onderste drie in een apart bakje. Serveer samen.

Omdat ik voor uitdaging 27 nog twee vergeten groenten* klaar moest maken, kocht ik in een opwelling op de markt twee dingen die ik nog nooit eerder bereid had. De eerste was een rettich en de tweede een rammenas.
Kijk, daar zijn ze.

Thuis struinde ik het internet af om te kijken wat ik ermee kon. Allereerst moest ik weten wat de smaak zou zijn en hoe je ze kon bereiden. Daarna bekeek ik een aantal recepten, waar ik uit haalde wat ik lekker zou vinden.
Rettich, door Klary Koopmans ook wel een reusachtige albino wortel genoemd is eigenlijk een witte rammenas. Deze zou vooral in het voorjaar verkrijgbaar moeten zijn. Rammenas groeit in het najaar, maar ik vond dus beide exemplaren in januari bij mijn groenteboer op de markt.
De smaak van de zwarte rammenas en de rettich lijken op die van radijs. Niet gek, want het is familie. Rammenas en rettich smaken alleen minder scherp, ze zijn iets milder dan radijs.
Rammenas verwerk je geschild en rauw. Ik noteerde dat de zwarte versie een klein beetje scherper van smaak was en ook iets sneller verkleurde na het schillen. Vanwege dat laatste zette ik hem direct in het water. Ook was de witte versie iets minder stevig en compact, hij leek meer vocht te bevatten. Omdat het beide stevige wortels zijn, gaat het snijden gemakkelijk. De verschillen vond ik echt minimaal. Ik zou de één zo vervangen voor de ander.
Het resultaat vond ik verrassend lekker. De salade was fris en niet scherp, vullend en je kon er lekker op knagen. En dat is mooi, want nu heb ik niet alleen een uitdaging die ik weg kan strepen, maar ik heb ook nog eens een groente ontdekt die ik vaker ga gebruiken!
* Overigens heb ik voor de vergeten groenten opdracht het begrip vergeten groenten een beetje naar mijn hand gezet. Op internet circuleren allerlei lijstjes, maar wat nu precies dé vergeten groenten zijn, is me niet duidelijk. Pastinaak wordt bijvoorbeeld overal genoemd, terwijl dat steeds vaker gebruikt wordt. Ik heb gekozen voor groenten die ik zelf nog nooit gebruikt had en waarvan ik dacht dat weinig mensen wisten wat ze ermee moesten.
Rammenas-rettichsalade
Omdat daikon, de Aziatische naam van de witte rammenas of rettich (kijk, Robin zegt het), gecombineerd wordt met (hoe kan het ook anders) Aziatische ingrediënten, besloot ik daar ook voor te gaan. Ik maakte mijn favoriete Vietnamese dressing. Ik bakte er wat biefstuk bij, zodat het wat meer een avondmaal werd. De volgende dag at ik het restje als lunch, dit keer zonder biefstuk en dat was ook prima.
Voor 2 personen:
Voor de dressing:
- kwart rode peper, zonder zaden en zaadlijsten, fijngesneden
- sap van een halve limoen
- 1 eetlepel vissaus
- 1 eetlepel arachideolie
- 1 theelepel bruine suiker
Voor de salade:
- 10 cm zwarte rammenas, geschild
- 10 cm witte rammenas (rettich), geschild
- 2 bosuitjes, in ringetjes
- 2 tengels Chinese bieslook (knoflookbieslook)
- handjevol verse koriander
Eventueel:
- 150 gram biefstuk in reepjes
- 50 ml sojasaus
- 2 eetlepels olie
Zorg ervoor dat de biefstuk op kamertemperatuur is. Marineer hem 5 minuten in de sojasaus. Meng ondertussen in een kleine kom de ingrediënten voor de dressing. Snijd de rammenas en de rettich in dunne plakjes, evt. met een mandoline. Snijd daarna de plakjes in reepjes. Meng in een grote schaal met de bosui en de bieslook.
Verwarm de olie in een pan. Bak daarin de biefstuk in een paar minuten.
Voeg de dressing en de biefstuk aan de groenten. Serveer direct.

Lieve J,
Ik weet dat je mijn blog regelmatig leest, dus misschien zie je dit vandaag wel…
Gefeliciteerd met je verjaardag! Hoe is het om 31 te zijn? Ben je al verwend vandaag? Ik hoop dat je een hele fijne dag hebt.
De ijstaart waar je om vroeg had ik twee weken geleden natuurlijk al gemaakt. Dat was echt een leuke en leerzame uitdaging. Het bleek heel gemakkelijk om zelf ijs te maken en ik wil er nu dus echt vaker mee aan de slag. Bedankt daarvoor! Je vroeg of de recepten op mijn site kwamen. Dus ja, bij deze…
Maak er een heel mooi jaar van! Tot snel!
X
Vandaag is de verjaardag van vriendin J. Ze is dol op ijs en bedacht voor mij de uitdaging: een ijstaart maken van zelfgemaakt ijs. Natuurlijk had ik weleens ijsjes gemaakt in van die plastic vormpjes, maar roomijs had ik bijvoorbeeld nog nooit gemaakt, dus dit was een echte uitdaging. Ik maakte het mezelf ook weer moeilijker, door aan haar opdracht ‘zonder ijsmachine’ toe te voegen.
De dag na Kerst kwam J, samen met twee andere vriendinnen, eten. J. vertelde me van tevoren welke ijssmaken ze lekker vond en daarmee ging ik aan de slag. Ik maakte drie verschillende soorten ijs, omdat ik graag de verschillen (qua techniek en basisingrediënt) tussen de drie wilde weten. De één maakte ik met Griekse yoghurt en aardbeien, de andere met magere yoghurt en chocolade en de derde was een roomijs waar eieren en vanille in gingen. De ijssoorten maakte ik apart van elkaar. Na een paar uur in de vriezer (en telkens omscheppen) schepte ik ze in lagen in een taartvorm en voegde er allerlei onhandige dingen aan toe zoals een koeklaag en een plakje chocolade aan de bovenkant.
Tijdens het maken bedacht ik al dat ik het zo leuk vond, dat ik vaker ijs wilde maken. Maar dan met spannendere smaken en andere technieken. Ik bestelde direct The perfect scoop van mijn held David Lebovitz.
Vooral de yoghurtversies waren erg simpel. De straciatella zal ik de volgende keer anders maken door gesmolten chocolade over het ijs te schenken en daarna te breken. Het omscheppen van het ijs (om ijskristallen te voorkomen) kost wat tijd, maar is echt nodig.
De volgende keer maak ik ringen in plaats van lagen, zodat de ijssoorten niet heel erg door elkaar gaan. Ook denk ik dat een combi van twee ijssoorten voldoende is. De taart op de foto onderaan is een kleine versie van de drie lagentaart die ik maakte. Ik was nog niet zo tevreden. Met aardbeitjes erop was hij mooier geweest. De koeklaag die ertussen zit, voegde niks toe en zorgde ervoor dat de lagen niet aan elkaar hechtten, dus die zou ik er ook niet meer tussen doen. Zeur, zeur, zeur. De smaken waren echter wel heerlijk én het was echt niet moeilijk om ijs te maken (ook het roomijs niet), dus ik ga dit zeker weer een keer proberen.
Het ijs is vers het lekkerst. Begin ongeveer 4 uur voor je het wilt eten.
Super simpel straciatellaijs
Euhm, dit recept haalde ik van internet, maar ik weet niet meer precies van waar…
- 100 gram slagroom
- 50 gram poedersuiker
- 150 ml (magere) yoghurt
- 50 gram pure hagelslag
Klop de slagroom met de poedersuiker lobbig (iets dikker, maar niet helemaal stijf). Meng de slagroom met de yoghurt. Doe in een (plat) bakje en zet in de vriezer. Roer het na een uur goed door en voeg de hagelslag toe. Roer ieder uur even voorzichtig om.

Aardbeien-yoghurtijs
- 300 gram Griekse (stijl) yoghurt
- 60 gram fijne kristalsuiker
- 50 gram bevroren aardbeien in stukjes
Roer de suiker door de yoghurt tot de suiker opgenomen is. Roer de stukjes aardbei erdoor. Zet in de vriezer en roer ieder uur om.
Vanille roomijs
Recept van David Lebovitz.
- 50 gram suiker
- snuf zout
- 150 ml melk
- halve vanilleboon
- halve theelepel kaneel
- 150 ml slagroom
- 2 eidooiers
- ijsklontjes (om snel te kunnen koelen)
Verwarm de melk met de suiker en het zout, met daarin de vanilleboon en het kaneel op middelhoog vuur. Zet het vuur uit als de melk begint de koken. Laat 15 minuten staan. Klop ondertussen de eidooiers tot een lichter dikker mengsel ontstaat. Klop in een aparte kom ook de slagroom lobbig. Verwarm de melk opnieuw op middelhoog vuur, voeg de eidooiers toe en blijf goed kloppen tot het mengsel dikker is, in een minuut of vijf. Als je niet blijft kloppen, stolt het ei, mislukt je ijs en dat is niet de bedoeling. Voeg de slagroom toe en meng.

Zet een bak ijsklontjes klaar of doe ijsklontjes in de gootsteen. Zet hierin de pan met het roommengsel. Roer goed door. Als het ijs koud is, zet je het nog minstens 4 uur in de vriezer. Roer het ijs elk half uur om met een spatel.

Dit is Heidi Swanson.

Kennen jullie haar?
Heidi heeft een blog met de naam 101 cookbooks. Ik heb al verschillende keren recepten van haar bereid en ik ben echt fan van haar werk.
Heidi en ik verschillen nogal van elkaar.
10 redenen waarom ik soms meer zoals Heidi zou willen zijn:
- Heidi noemt haar blog geen blog, maar een recipe journal, hoeveel stijlvoller kan het worden?;
- Al Heidi haar recepten stralen uit dat ze gezond en bio-eco-dier-mens-vriendelijk/verantwoord zijn;
- Heidi gebruikt regelmatig noten, zaden en granen die ik niet ken (en de mensen van de enige biowinkel in mijn stad ook niet);
- Zelfs haar baksels lijken super healthy;
- Heidi maakt cocktails, die ze (vermoed ik) weg nipt ipv achterover slaat;
- Heidi schrijft dat ze het druk heeft, maar op haar foto’s ziet ze eruit alsof mega zen is en alle stress eruit yoga’t en mediteert;
- Alle foodfoto’s van Heidi hebben een zweem van romantiek en zachtheid over zich (ze heeft vast voor alle ramen vitrages hangen);
- Heidi schrijft over de zonnestralen, de natuur en de bloei van planten ipv over hoe dronken ze dit weekend was of hoe stom het is dat ze vergeet dat ze haar haar al heeft gewassen;
- Ze woont in één van de meest fantastische steden op aarde: San Francisco (en heeft daardoor dus de beschikking over geweldig eten);
- Heidi heeft twee (eigenlijk drie) prachtige kookboeken op haar naam staan.
Toen ik deze week iets wilde doen met de havervlokken (rolled oats) die ik had liggen, kwam ik automatisch terecht op de site van Heidi. Haver is zo’n ingrediënt dat Heidi dus gewoon stiekem ergens in stopt. Bijvoorbeeld in haar maple syrup scones. Het recept was simpel, ik had alle ingrediënten in huis en op de foto’s zagen haar scones er weer heel erg goed uit. Hier wilde ik mijn haver wel voor gebruiken.
En ja hoor, de scones werden bijzonder Heidi: erg smakelijk, zacht, licht én er zat dus haver in, dus ze waren ook vast heel gezond.
Verder waren ze heel erg smaakmaakster: de vierkantjes waren niet echt vierkant en ik las het recept niet goed waardoor ik het ei erin in plaats van erop deed (en toch waren ze briljant), de foto’s zijn niet zo lekker belicht en een beetje geel. En ik at er drie. Dat is vast ook niet zoals Heidi het bedoeld heeft.
Haar kookboeken Super Natural Every Day en Super Natural Cooking heb ik ondertussen besteld. Niet omdat ik ze echt nodig heb (want ik krijg genoeg inspiratie van haar online recipe journal), maar als bedankje voor de geweldige recepten die ze me al jaren geeft. En met de hoop dat ik dan ook een beetje super natural every day word.
Maple syrup scones
In het originele recept werd het ei dus alleen maar gebruikt om de bovenkant te bestrijken. Ik deed het ei, zonder er bij na te denken, door en ze waren heel erg lekker. Na wat onderzoek zag ik dat er recepten voor scones bestaan mét ei (soms zelfs 2 eieren) en recepten zonder ei. Ik ben ondertussen zo blij met mijn ontdekking van scones (zie ook het andere recept) dat ik zeker nog ga variëren met de verhoudingen en ingrediënten, dus ook een versie zonder ei zal ik een keer proberen.
Verwacht geen hele luchtige (gerezen) scones. De scones blijven wat plat en stevig. Door de hoeveelheid bakpoeder of ei aan te passen, zal dit uiteraard veranderen.
Voor 9 scones:
- 250 gram tarwebloem
- 50 gram havervlokken
- anderhalve theelepel bakpoeder
- flinke snuf zout
- 150 gram ongezouten roomboter in kleine blokjes
- 50 ml maple syrup
- 40 ml melk
- ei, losgeklopt
- bloem (voor het bestuiven van je werkvlak)
- eetlepel melk (voor het bestrijken)
- eetlepel grove kristalsuiker
- 100 ml creme fraiche
- 1 eetlepel maple syrup


Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius (hete lucht). Meng de bloem, haver, bakpoeder en zout in een grote kom. Doe de roomboterblokjes erbij en mix met een handmixer tot het gemengd is (er mogen nog vlokjes in blijven zitten). Mix daarna de maple syrup, de melk en het ei erdoor, tot alles net gebonden is.


Bestuif je werkblad met een klein beetje bloem en kneed het deeg nog een paar keer door. Vorm een vierkante plak van ongeveer 1,5 cm dik. Snijd deze plak in 9 vierkantjes en bestrijk elke scone met een beetje melk. Strooi daar nog de grove kristalsuiker overheen. Bak in het midden van de oven in 18-20 minuten af.
Meng de crème fraîche met de maple syrup. Serveer dit (evt. samen met een beetje jam) bij de scones.


Hoe zat het ook alweer?
In juni begon ik met deze site, omdat ik wilde schrijven over de uitdagingen op het gebied van eten en drinken die anderen voor me bedachten. Het uitvoeren van die uitdagingen vóór mijn 31e verjaardag zou hét grote doel worden. Met eten bezig zijn was al mijn passie, maar ik wilde graag ontdekken of ik er meer mee wilde dan alleen wat hobbyen. Door de 30 opdrachten zou ik meer leren over bereidingen, (voor mij) nieuwe producten en ik zou creatiever worden. Bovendien (en dat was het belangrijkste) zou ik er achter komen wat ik wél en ook niet leuk vind om te doen.
Ondertussen is het project veel groter geworden dan alleen de uitdagingen. Op smaakmaakster.nl kan ik mijn lievelingsrecepten kwijt, schrijf ik nu ook over wat me verder bezighoudt en ik heb er al wat leuke mensen door leren ‘kennen’. En dan komen er weer nieuwe ideeën: over het volgen van een schrijfworkshop of het bakken met haver en het recenseren van restaurants.
Maar ondertussen moeten die uitdagingen dus ook gewoon nog uitgevoerd worden. Dus daarom ging ik deze week hard aan de slag. Ik mailde een aantal mensen die me wellicht kunnen helpen. Een fotografe die me meer kan leren over foodfotografie en -styling, een vriend die graag vist en een collega die graag mooie taartjes bakt. Want de tijd begint toch stiekem een beetje te dringen.
Ik zit namelijk op 1/3 van het uitdagingenjaar en ik heb nog maar 1/4 van de opdrachten uitgevoerd.
Gelukkig kan ik alweer bijna drie uitdagingen wegstrepen. Vorige week bereidde ik een stuk wild en vanavond staan rettich en rammenas, twee vergeten groenten, op het menu. En ook ligt er nog een stuk zelfgemaakte ijstaart in de vriezer. Dus uitdaging 12, 18 en 27 zijn, zo goed als, uitgevoerd.
Een voorlopige conclusie: ik eet graag vlees, maar de verwerking (fileren, ontdoen van vlies) is niets voor mij. Vergeten groenten zijn niet voor niets vergeten (ik schreef het al bij de postelein) en ijs maken is super leuk!
Over het ijs en de vergeten groenten later meer. Eerst het bewijs van het behalen van uitdaging 18: een jachtschotel maken van plaatselijk wild.
Haas uit de Zak van Zuid-Beveland
(vegavrienden kunnen hier ophouden met lezen en kijken)
Het plaatselijk wild kwam van een vriend die zelf jaagt. Na een uitleg over hoe het werkt met de wildstand in onze regio en hoe gereguleerd dit jagen gebeurt, vond ik het in ieder geval al minder zielig voor de haas en geloofde ik wel dat ik een ‘goed’ stuk vlees in handen zou krijgen. De haas die ik van zijn vrouw, mijn vriendin en bedenker van de opdracht, kreeg was al ontdaan van vel en ingewanden en hij was behoorlijk bevroren.
Na anderhalve dag ontdooien in de koelkast, gingen zus en ik aan de slag met het ontvliezen en fileren. Hierbij verspilden we al een hoop mooi vlees, omdat voor het fileren gewoon wat meer kennis en geduld vereist is dan wij bezitten.
Het werd geen echte jachtschotel (ovenschotel met aardappelen ed), maar bereidden het vlees anders. Ik ging er vanuit dat de opdrachtgeefster hier vrede mee zou hebben.
Na wat research besloot ik de rug apart te bereiden, omdat die wat zachter én ook een stuk sneller gaar is. De rest van het vlees werd 24 uur gemarineerd in rode wijn, laurier, kruidnagel en jeneverbes en daarna drie uur gestoofd. De rug marineerde ik in cognac en specerijen, daarna werd ‘ie kort gebakken en in de oven verder gegaard.
De stoof was goed van smaak, niet al te droog en zeker niet taai. Bij de rug was ik iets te enthousiast geweest met de cognac, want eigenlijk proefde ik niets anders dan dat. Qua smaak zal ik dus nog best eens voor een haas of ander wild kiezen.
Ik vond de hoeveelheid werk nu wel erg omslachtig voor het behaalde resultaat. Ik vind het heel leuk om lang in de keuken te staan, maar maak dan liever een heleboel verschillende gerechten of een fijne taart. En dan laat ik een slager, die de fileertechnieken veel beter beheerst dan ik, dat andere werk voortaan doen.
Wat ik wel prettig vond, was dat ik wist waar het dier vandaan kwam, namelijk de vrije natuur en dat er verder geen rare conserveringsmiddelen of toevoegingen gebruikt waren.
Bewijs:


Goede voornemens heb ik niet. En al helemaal niet over afvallen. Ik ben ooit zwaarder, maar nooit zwaar geweest. Mijn gewicht schommelt altijd een paar kilo en dat is geheel afhankelijk van de hoeveelheid koekjes die ik tot mij neem.
Het zal vast gemakkelijk praten zijn voor mij, juist omdat ik zo graag kook. Omdat ik bijna alleen verse producten gebruik, weet ik precies wat er in mijn eten gaat, waardoor ik zelf dus ook de hoeveelheid suikers, vetten en zout kan reguleren.
En ik compenseer. Altijd. Eten we een paar dagen buiten de deur of heel zwaar, dan eten we daarna een paar dagen soep of salade. Hebben we heftig geluncht, dan nemen we net zo gemakkelijk een boterham als avondeten. En sinds ik ontdekt heb dat er hele lekkere chocolade zoals deze bestaat, schop ik mezelf net iets vaker naar de sportschool.
Heb jij wel voornemens over afvallen of lijnen? Ook dan mag je van mij deze taart maken. Niet omdat hij zo ontzettend calorie-, vet- en suikerarm is, maar omdat aankomen en afvallen gaat over keuzes maken en niet over jezelf dingen ontnemen. En trouwens, ook met wat kilo’s erbij ben je prachtig.
Maak deze taart. Eet hem niet in je eentje op, maar deel uit, maak vrienden en collega’s blij. En eet ‘s avonds (en de volgende paar dagen ;-)) een salade in plaats van pasta of een volledige rijsttafel. Bijvoorbeeld deze of deze of deze. Dat is het helemaal waard. Want deze taart… tering, die is goed.
PS: Ik bedenk net dat ik wel een soort van voornemen heb. Er zijn namelijk nog een heleboel opdrachten die ik uit moet voeren vóór 14 augustus. En eentje daarvan is een zo calorie-arm mogelijke taart bedenken. Oei.
Karamel-notentaart
Dit recept is vertaald (en daarna aangepast) uit Bon Appétit magazine. Daarin werden pijnboompitten in plaats van amandelen gebruikt. Het maken van de taart kost wel wat (wacht)tijd, maar hij is het echt waard.
Voor de deegkorst:
- 130 gram roomboter
- 25 gram poedersuiker
- flinke snuf zout
- 1 eigeel
- 200 gram bloem
Vulling:
- 200 gram suiker
- 60 ml water
- 60 ml sinaasappelsap
- 100 ml slagroom
- 25 gram boter
- 2 theelepels geraspte sinaasappelschil
- 1 eetlepel honing
- 1 theelepel vanille-aroma
- flinke snuf zout
- 250 gram geroosterde noten (ik gebruikte amandelen, cashewnoten en pecannoten)
Verder:
- bakblik met een doorsnede van 24 cm
- huishoudfolie
- blindvulling (bonen/rijst)
- kwastje
- garde
Mix met een handmixer de boter, poedersuiker en het zout. Voeg de eidooier toe en mix tot alles goed gemengd en zacht is. Voeg nu ook de bloem toe, tot alles gaat binden. Strooi een beetje bloem op je werkvlak (keukenblad). Kneed het deeg hierop kort. Maak er een bol van die je plat slaat, tot een paar centimeter dik. Wikkel er huishoudfolie omheen en leg een kwartier in de vriezer (niet veel langer, want dan wordt het deeg moeilijker te verwerken).
Rol nu het deeg uit tot een diameter van 28 cm. Leg dit in het (onbeboterde) bakblik. Zorg ervoor dat het deeg goed langs alle randen zit. Prik met een vork gaatjes in de bodem en zet opnieuw in de vriezer. Dit keer een half uur.
Verwarm de oven voor op 175 graden (hete lucht). Leg een stuk bakpapier op de taartbodem en leg daarop je blindvulling. Bak in 20 minuten af in de oven. Laat buiten de oven afkoelen. Verwijder de blindvulling.

Roer de suiker en het water voor de vulling in een steelpan. Verwarm op laag vuur tot de suiker is opgenomen door het water. Zet het vuur nu halfhoog en laat de suiker koken. Als je je kwastje nat maakt, kun je de suiker van de zijkanten van de pan telkens naar beneden strijken. Schud af en toe licht met de pan. Na ongeveer 10 minuten heb je een karamel met een (amber) bruine kleur. Haal van het vuur af en voeg sinaasappelsap en slagroom toe. Let op, want de karamel is heet. Als je de rest toevoegt, kan de katamel hard worden. Klop dus met een garde goed door. Zet op laag vuur, blijf kloppen tot er geen klontjes meer in zitten en voeg ook de andere ingrediënten van de vulling toe. Als alles gemengd is, haal je de pan weer van het vuur af.
Schenk de vulling over de bodem en bak de taart in 22 minuten af. Houd de taart goed in de gaten en let erop dat de karamel niet over de vorm heen bubbelt.
Laat goed afkoelen voor het opdienen.

Tja, daar gaan we dan. Op radio, tv en internet komen allerlei jaaroverzichtjes van 2011 voorbij, dus ik doe er ook gewoon eentje. Wat was het weer een mooi, leerzaam en spannend jaar!
2011 bestond uit mooie reizen, het opzetten van Smaakmaakster, hard werken, koken, eten en genieten. Daarnaast speelde een mogelijke verhuizing (naar het buitenland?), een geboortegolf van schattige meisjes bij mijn vriendinnen en een verandering op het werk. Het was een roerig, geweldig jaar.
Ik hoop dat jullie ook een goed jaar hebben gehad. En of dat nu weg was of thuis, alleen of met geliefden of familie, ik hoop dat je genoten hebt! En was het geen leuk jaar voor je, dan vergeten we ‘m snel en dan maken we gewoon van 2012 iets geweldigs.
Een goed 2012 gewenst! Proost!
Mijn jaar in beeld.
Potver, ik heb een mooi leven.































Ik geef toe: deze foto’s geven een ietwat vertekend beeld. Van de momenten dat ik vloekend, zwetend en huilend achter de computer of in de keuken stond, zijn geen foto’s gemaakt. Maar goed, die momenten waren redelijk zeldzaam en verdring ik, want shit, als ik bovenstaande foto’s zie, dan weet ik dat ik een heel gelukkig mens mag zijn.
Mijn zusje is vijf jaar jonger dan ik. De enige periode dat ik haar niet zo leuk vond, was toen ik puberde. Dan zat ik op mijn kamer met vriendinnen en dan kwam ze binnen, omdat ze er ook bij wilde zijn. Toen vond ik haar een bemoeïerig klein kind. Maar buiten die periode was ze altijd het leukste meisje dat ik ken.
Sinds haar zeventiende woonde ze in Maastricht, Utrecht, Barcelona en Amsterdam. Al die tijd spraken we elkaar bijna dagelijks. Dat vinden we eigenlijk iets voor hele kleffe mensen. Maar zo zien wij onszelf absoluut niet. Het is ook niet zo dat we elkaar per se moeten bellen. We kunnen ook echt wel langer zonder elkaar, bijvoorbeeld als we op vakantie zijn.
Mijn zus en ik zijn best heel verschillend. Ik probeer altijd gestructureerd te zijn, ben een echte planner. Zij is meer van ‘we zien het wel’. En ja, dat botst dan dus wel eens.
We spreken elkaar ook echt niet over alles, maar vooral over niks. Ze is de enige die ik om 8 uur ‘s morgens kan bellen, niet omdat ik echt iets te vertellen heb, maar omdat ik me verveel en wil weten wat zij doet. Urenlang kletsten we vroeger op MSN: we deden dan allebei ons ding en ondertussen gaven we via de chat commentaar op tv-programma’s die we keken, dingen die we aten en vertelden we wat we die dag gedaan hadden. Het was een soort online samenwonen.

Ze is nu volwassener. En ze heeft lenzen.
Tegenwoordig woont mijn zusje in Haarlem. Dat is dichterbij dan Barcelona en minstens even leuk als de andere steden waar ze woonde. Deze week gaan we een paar dagen naar haar (hun) huis. Zij werken, wij ontspannen en zolang we de gordijnen iedere dag opendoen en de vloer niet bezaaid is met lege blikken bier en flessen wijn als zij terugkomen van hun werk, mogen wij ons gang gaan. Dat lijkt me een haalbare afspraak. Er is genoeg te doen en te zien in deze heerlijke stad, maar ik verheug me het meeste op de avonden dat we samen koken.
Want met mijn zus deel ik mijn passie voor lekker en goed eten. En zij is de enige met wie ik zo gemakkelijk in de keuken kan werken. Ik vind anderen vaak onhandig of sloom bij het koken, maar mijn zusje niet. Wij hebben aan een half woord genoeg, lezen recepten op dezelfde manier en weten de taken goed te verdelen. We werken snel, heel snel, soms een beetje té snel, waardoor we dingen vergeten, over zaken heen lezen en foutjes maken. Maar ach, gezellig is het wel.
Dat verdelen van de taken gaat tegenwoordig trouwens beter dan vroeger. Want vroeger, toen mocht mijn zus van mij alleen het bakblik invetten. Ik was nu eenmaal de oudste (en blijkbaar de meest bazige). Haar basiskennis (hotelschool, bijbaan bij een slager) is ondertussen veel beter dan die van mij, dus ik kan nog wat van haar op te steken.
We weten al een beetje wat we de komende dagen koken. Er staat een tas klaar met een bevroren haas voor uitdaging 18. Ze gaat me leren hoe ik rollades moet knopen. En alle goede flessen drank die we elkaar dit jaar cadeau gaven gaan mee, om nu leeg te drinken.
Ooit hadden we het idee om samen een nachtbakker op te zetten. Eentje waar je terecht kon na het stappen, voor de dronken trek, zeg maar. En we hebben het al zo vaak gehad over het opzetten van een klein restaurantje of lunchzaak, de menukaart zit al in ons hoofd.
Maar het gaat ‘m niet worden. Want zij komt niet hierheen en ik ga niet daarheen. Dus komende week gaan we maar gewoon genieten. Van samen eten, koken en zussen zijn.

Als een geoliede machine werken mijn zus en ik in onze mini-keuken. Zoals je kunt zien, mag ze inmiddels meer dan het bakblik invetten. Dat ding in mijn shirt is inderdaad het prijskaartje.
Cranberryclafoutis
Dit recept is belachelijk goed. Ik combineerde wat ideeën van internet (oa Epicurious) en dit kwam er uit. Toen de clafoutis een klein beetje afgekoeld was, dacht ik: ik neem alvast een hapje. Uiteindelijk at ik een kwart op… Ik vond hem later minder lekker, dus ik zou hem zo vers mogelijk eten en hem dus niet langer dan een paar uur van tevoren klaar maken.
- 150 gram gedroogde cranberry’s
- 2 eetlepels cognac
- 200 ml Port
- halve theelepel kaneel
- 75 gram suiker
- 3 eieren
- 100 gram bloem
- 250 ml melk
- 2 eetlepels gesmolten boter
- flinke snuf zout
Verder:
- garde (of handmixer)
- boter om in te vetten
- quicheschaal met een diameter van ongeveer 24 cm
Verwarm de oven voor op 180 graden (hete lucht). Breng in een steelpan de port, cranberry’s en cognac met de de kaneel aan de kook. Laat op laag vuur doorsudderen. Let er op dat de cranberry’s niet aanbranden. Zet het vuur uit wanneer al het vocht opgenomen is door de cranberry’s.
Klop ondertussen de eieren met de suiker, tot het mengsel luchtig en lichter van kleur is. Voeg de bloem, melk, gesmolten boter en het zout toe en mix goed, tot er geen klontjes meer in zitten.
Vet een quicheschaal in met boter. Verdeel de cranberry’s over de bodem en schenk het melk-eierenmengsel hier overheen. Bak in 30 minuten af. Serveer warm met een beetje poedersuiker.

Zelf ingevet: een basistechniek die ik van haar af heb gekeken. Ze zal trots op me zijn.
We aten en dronken goed, we hadden de dagen niet te vol gepland, ik heb niet teveel gestrest. Voor het eerst in mijn leven bereidde ik een kalkoen: gekruid, met vulling en met jus. Hij lukte heel erg goed. Vrienden maakten geweldige voorgerechten en taarten en familie sloofde zich uit om heerlijke gerechten te maken.
We deden spelletjes, ik vervloekte de categorie ‘liplezen’ bij Party & Co, want wie heeft ooit bedacht dat het raden van de lipgelezen zin Heerlijk, helder Heineken leuk en überhaupt mogelijk is? En hebben jullie ooit het begrip harakiri moeten tekenen voor iemand? En ik won bijna met Monopoly, maar dus net niet helemaal, alleen maar omdat ik iedere ronde op het Velperplein mét hotel kwam.

Ook kocht ik voor mijzelf een kerstcadeau: een schaal waar de kalkoen precies in paste (en waar ik de rest van mijn leven mee moet doen). De sfeer in ons huis werd bepaald door de enige, echte kerstplant. “Goh, dat is wel een hele goedkope oplossing,” aldus de buurman. Tja, die schaal moest ergens van betaald worden.

Compenseren dus…
Van de restjes kalkoen maakt ik een salade voor op brood. En ook de hoeveelheid snert die ik bereidde was groot genoeg om meerdere mensen mee te verblijden. En dus gingen er bakjes naar familieleden. En die bakjes werden met gepast enthousiasme in ontvangst genomen: “Denk je dat ik nog niet genoeg eten in huis heb?”.
En ineens bedacht ik dat het een goed idee was om op eerste kerstdag de koel- vrieskast schoon te maken! Met een geduld van niks (dat doe ik even in tien minuutjes), zat ik dus als een dolle ijs te krabben en begreep ik even niet meer hoe die plaatjes van de koelkast er ook alweer goed in gingen. Ik was er een uur mee bezig. Na de koelkast waren de keukenkastjes aan de beurt en vervolgens werden ramen gezeemd en werd er gestofzuigd en gedweild en draaiden we toch nog maar een wasje.

Al die spullen rechts staan standaard in de koelkast. Dat is handig. Vooral als je de koelkast schoon wil maken.
Oh, ik maakte een taart waarvan ik recept nog een keer ga geven, want hij was goddelijk lekker. En ik sliep voor het eerst sinds lange tijd uit. Tot kwart voor 10. Jeeh!

Inderdaad. De achtergrond van mijn telefoon bevat geen klef plaatje van (mij en) mijn vriend, maar een eetfoto. Of had je dat nog helemaal niet gezien, omdat je alleen maar naar de linker foto keek?
Ze zijn weer voorbij, we hebben het gehad, het was gezellig, het was leuk. En toch gaan we volgend jaar maar gewoon weer op vakantie. Niet omdat we onze vrienden en familie niet willen zien. Of omdat we geen zin hebben om te koken of omdat we de huiskamer niet kerstig willen maken. Nee, omdat ik op vakantie niets kan met een plots opkomende schoonmaakwoede.
Salade van (restjes) kalkoen
Deze salade is een variatie op de tonijnsalade die ik eerder op de site zette. Ik gebruikte restjes die ik in huis had en dat combineerde geweldig. Je kunt dit nog een paar dagen in de koelkast bewaren en op brood (een hele dikke laag) eten.
- restjes van een kalkoen (in reepjes geplukt)
- 2 stengels bleekselderij, schoongespoeld
- halve winterwortel. geschild
- halve rode ui, grof gehakt
- 2 eetlepels peterselie
- handvol (kastanje)champignons
- klontje boter
- 2 eetlepels mayonaise
- peper en zout
- sap van een halve limoen
Hak de bleekselderij. winterwortel, ui en peterselie fijn in een keukenmachine. Doe over in een grote schaal. Bak de champignons in een paar minuten in een klontje boter. Roer de champignons en de kalkoen door het groentemengsel. Voeg mayonaise, peper en zout naar smaak en de limoensap toe.

Zo zou die kunnen worden, of toch niet? (bron foto)
Gisteren dacht ik helemaal klaar te zijn met de kerstboodschappen. Na een half uurtje in de stad had ik echt al mijn drank, groenten en ander eetgenot in huis gehaald voor de komende paar dagen. Alleen de kalkoen moest ik zaterdagmorgen nog ophalen.
Ik juichte iets te vroeg. Want toen ik alle boodschappen had opgeborgen, ging ik weer achter mijn laptop zitten. Om filmpjes te bekijken over het bereiden van een kalkoen. En dat waren er een hoop. En daardoor zit ik nu ineens met 100.000 dilemma’s: ga ik hem vullen of niet, stop ik hem eerst nog een paar dagen in een bouillon, moet ik er een jus bij maken, welke vulling ga ik gebruiken, welke kruiden stop ik onder het vel, is een kalkoen van 4 kilo wel groot genoeg, ga ik hem eerst nog pekelen?
Ik werd er helemaal moedeloos van. Want er zijn echt honderden recepten te vinden en allemaal lijken ze wel oké en lekker. Ik heb de poelier toch maar gebeld. Om te zeggen dat ik er vandaag om kom in plaats van morgen. Zodat hij eerst nog een dag in het zout in de koelkast kan staan. En dan ga ik zaterdag toch nog maar even naar de markt om kruiden en ander vulmateriaal. Of toch niet? Verdorie, ik dacht dat ik het voor elkaar had. Maar nu heb ik toch een beetje kerststress.
Wat ik al wel zeker weet is welk bijgerecht ik maak. Er staat al een versie van dit recept op de site, maar toch wil ik hem jullie niet onthouden. Doordat je eindeloos kunt variëren met de ingrediënten, is dit het ideale kerstrecept. Want stel dat één van de ingrediënten niet meer verkrijgbaar is, dan koop je gewoon iets anders. Is er geen pompoen, dan neem je wortel, is er geen meiraap, dan laat je die weg. Is er geen gewone vastkokende aardappel, dan ga je voor een zoete, etc.
Fijne dagen allemaal!
Ovenschotel van verschillende groenten
Als bijgerecht voor 4 personen
- 100 ml slagroom
- 100 ml melk
- takje rozemarijn
- peper en zout
- kleine pompoen
- grote vastkokende aardappel
- meiraap
- pastinaak
- boter om in te vetten
- 50 gram Parmezaanse of andere geraspte kaas
Handig:
- platte, grote ovenschaal
- mandoline
Verwarm de oven voor op 200 graden. Verwarm in een pannetje de slagroom en de melk met de rozemarijn. Zet na 5 minuten het vuur af en ga nu de groenten wassen en snijden. Snijd de schil van alle groenten en snijd alles in hele dunne plakjes (met een mandoline, als je die hebt) van 1 tot 2 mm dik.
Beboter een ovenschaal. Leg hierin de plakjes groenten, trapsgewijs. Wissel de verschillende kleuren af. Probeer de laag groenten niet hoger dan 2,5 cm te maken, omdat anders de roomlaag alleen onderin de schaal zit, waardoor de bovenste laag groenten niet goed gaart.
Verwijder de rozemarijn uit het roommengsel. Snijd eventueel een paar ‘naaldjes’ fijn en voeg opnieuw toe aan de room. Voeg zout en peper naar smaak toe. Roer de kaas door de room. Schenk het roommengsel over de groenten. Zet 20 minuten in de oven. Houd goed in de gaten dat de bovenkant niet verbrandt, leg er aluminiumfolie op en bak nog 10 minuten.


