posted by on Anders

10 comments

Mijn Smaakmaakstercarrière kent al een aantal hoogtepuntjes, maar dit is er wel eentje om te noemen…

Ik ben vermeld, ik ben vermeld, ik ben vermeld!

Claudia Reina, die het boek Onze Smultuin schreef, vroeg me een aantal weken terug of ze mijn recept voor de bietensalade mocht gebruiken in haar digitale magazine over de (moes)tuin.

“Ja!” was natuurlijk mijn antwoord.

Het E-magazine Smultuin is een vervolg op het boek. Het februarinummer van Smultuin bestaat uit tachtig pagina’s goede recepten, tips voor de (moes)tuin en mooie foto’s. En op pagina 55 staat daar ineens mijn naam. Jeeh!

De ironie is dat ik zelf geen tuin heb en dat mijn pogingen tot het kweken van ‘iets’ op het balkon totaal mislukten. Zelfs het aardbeienplantje redde het niet tot het einde van de zomer. Maar zodra ik een tuin heb, word ik natuurlijk lid van Claudia’s leerzame en mooie E-magazine.

posted by on Uitdaging 30

11 comments

Toen Menno mij begin juli mailde met ideeën voor mijn uitdagingenlijst, gaf hij me 5 suggesties:

1. Een workshop bij Rick Stein volgen (erg leuk, maar moeilijk uitvoerbaar)
2. Een huiskamerrestaurant voor één avond (heel leuk, waarom koos ik die niet?)
3. Maak en serveer haggis (nee, dank je)
4. Bereid orgaanvlees: niertjes, hart, lever en hersenen (misschien het onderzoeken waard, er staat niet dat ik het zelf op moet eten)
5. Maak een appelcider en een bijpassend diner (heel erg leuk, maar ik wil er echt maar één kiezen)

Ik vond al zijn suggesties erg interessant, maar koos uiteindelijk voor nummer 4, omdat dat een échte uitdaging zou zijn. Afgelopen 14 augustus, toen ik begon met het uitvoeren van de uitdagingenlijst, was ik in de veronderstelling dat ik deze opdracht als laatste uit zou voeren. Ik vond het eigenlijk namelijk heel eng, ontzettend vies en ook spannend. Orgaanvlees had ik nooit gegeten en ik zag ook weinig redenen om dat te doen. Maar nu, na zes maanden nieuwe dingen proberen, durf ik alles aan. De slachting van een kip heb ik aan kunnen zien, ik maak zelf bitterballen van snert én ik kan een haas ontvliezen.

Opdracht 29, orgaanvlees bereiden (niertjes, lever, hart en hersenen), leek dus ineens helemaal zo erg niet meer. Een kennis tipte me dat de Indonesische keuken recepten bevat met orgaanvlees. Vermomd als sambal goreng moesten organen best te eten zijn, zo redeneerde ik. Het Groot Indonesisch Kookboek van Beb Vuyk werd erbij gepakt. Hierin vond ik in ieder geval recepten voor hartjes (kip) en lever.

Later Googelde ik ‘kippenhartjes’ nog even. Zoekresultaat vijf was het bodybuildersforum en resultaat nummer zes het hondenforum. Blijkbaar zijn hartjes dus geschikt voor mens én dier.

De poelier zorgde voor de hartjes (stom detail: ik kreeg maagjes mee, pas toen ze ontdooid waren kwam ik daarachter en moest ik terug om ze te ruilen) en de keurslager voor de varkenslever. Dit alles was te vinden in de vriezer en niet in de vitrine (‘Dat schrikt mensen af’). Wat me ook duidelijk werd: in tijden van crisis is orgaanvlees dé oplossing als je toch per se vlees wilt eten: damn, wat is dat goedkoop.

Of het nu door de grote hoeveelheid sambal, knoflook en ui kwam waarmee ik alles bakte, of door de andere zes gerechten die we ernaast aten of door de wijn die we al gedronken hadden, ik weet het niet, maar het viel dus alles mee.

Ik verwachtte taaiheid bij de hartjes (spier!) en een vreemde smaak bij de lever én de hartjes, maar alles was zacht en best smaakvol. Het was niet vergelijkbaar met iets anders, maar wel gewoon vlezig. We hebben geen bordje vol gegeten, we hielden het bij een paar voorzichtige hapjes. Want tja, we bleven het een lastig idee vinden dat we organen aten.

Uitdaging 29 is dus al half geslaagd. Heeft iemand een goed recept voor niertjes en hersenen?

posted by on Anders, Uitdaging 30

8 comments

“Goed idee, joh, zo’n uitdagingenlijst. Dat zou ik ook wel willen”

Verschillende mensen hebben al gezegd dat ze het zo’n leuk idee vinden, die lijst met opdrachten en uitdagingen. Ook zijn er al ‘volgers’ die hetzelfde willen gaan doen. Super natuurlijk. Al geloof ik trouwens niet dat ík me vereerd moet voelen, want vóór mij waren er natuurlijk vele anderen met zo’n bucket list.

Voor iedereen die overweegt om een to-do/uitdagingen/opdrachtenlijst te maken, heb ik eigenlijk maar één belangrijke tip: zet nooit opdrachten op de lijst die vastzitten aan een bepaalde datum. Op mijn lijst heb ik drie van die opdrachten staan: de geboortetraktatie, de verjaardagstaarten voor de dochters van twee vriendinnen en het cateren van 35 mensen.

Ondertussen ondervind ik wat het probleem van deze opdrachten is. Je kunt echt niet voorspellen hoe druk je het in die week of op die dag hebt. Er kunnen altijd dingen tussenkomen waardoor je de opdracht niet optimaal kunt uitvoeren. Houd het dus bij opdrachten die je ‘altijd’ kunt doen.

De geboortetraktatie maakte ik begin november. Echt tevreden was ik niet: ik vond mijn trakatie eigenlijk niet origineel genoeg en ik had er graag meer tijd en aandacht aan besteed. Voor de opdracht van de verjaardagstaarten staan twee weekenden in maart in de agenda geblokt die ik heel hard probeer leeg te houden, omdat nog niet bekend is wanneer de verjaardagen gevierd worden. Maar bij de cateringopdracht (uitdaging 28) gaat het dus mis…

Al jarenlang gaat mijn familie begin juni met zo’n 35 man (afhankelijk van de hoeveelheid aanhang dat jaar) naar de Ardennen. Daar huren we een huis en vermaken we onszelf en elkaar van vrijdagavond tot zondagmiddag. Ontzettend gezellig en zoals het een goede boerenfamilie betaamd, gaat er in zo’n weekend behoorlijk wat eet- en drinkwaar doorheen. Nu bemoeide ik me altijd graag met het eten en dus bedacht mijn moeder de opdracht: ‘Een weekend lang 35 mensen cateren’ (nummer 28 dus). Ik zou het dit keer voor het zeggen hebben…

Deze brute hot rod barbecue wilde ik voor het familieweekend huren. Bron foto

Ik had er wel zin in en ook wel ideeën over: het moest vooral niet te moeilijk, iets vega’s (voor de eerste aanhangvega in ons midden), grote hoeveelheden, etc.

Maar helaas, ik kan de opdracht niet uitvoeren.

We zijn namelijk uitgenodigd op een bruiloft die gelijk met het Ardennenweekend valt. En aangezien ik ook heel erg uitkijk naar die bruiloft, overweeg ik niet eens om dan maar de helft van het weekend te cateren of iets dergelijks. Ik doe het goed of ik doe het niet. Er is dus maar één ding mogelijk:

De huidige opdracht 28 vervalt.

Bedenken jullie een nieuwe uitdaging voor me?

posted by on Gezond, Hoofdgerecht, Lunch, Recepten, Uitdaging 30, Vega

10 comments

Maak een Hollandse maaltijd met een moderne twist (uitdaging 16)

Deze opdracht werd me gegeven door collega J. Dus toen ik haar afgelopen dinsdag trots vertelde dat ik snertbitterballen had gemaakt, dacht ik dat ik er klaar mee was. Ze keek me echter zo streng aan, dat ik ging twijfelen en begon te sputteren dat ik het ook niet zo goed wist…

Bitterballen zijn natuurlijk een snack en geen maaltijd. Maar wat was nu modern? Alle ingrediënten waren er toch vroeger ook al? En een nieuwe bereidingswijze? Wat is dat dan? Moet ik het gewoon anders presenteren? Ik bedacht dat ik misschien toch meer uit de opdracht moest halen. “Gewoon iets vernieuwends, dat je de ingrediënten anders gebruikt of iets toevoegt.”

Dus vanmiddag maakte ik na boerenkoolkoekjes (mislukt) en de snertbitterballen (vorige week al een hype op Facebook) toch ook nog maar hutspotburgers. En ze waren goed! En lekker! Maar ze verdienen een betere naam. Want hutspotburger, tja, dat klinkt vast niet heel aantrekkelijk.

Ik werd geïnspireerd door een recept dat ik online vond (anders was ik nooit op die cornflakes gekomen) en gaf daar een eigen draai aan. Het had de ingrediënten van hutspot, maar smaakte zoeter, lekkerder, kruidiger en veel beter (en vooral moderner natuurlijk). Dit recept is echt het proberen waard. Wij aten het als lunch, maar je kunt het ook prima ‘s avonds verorberen met een lekkere salade erbij.

Klaar! Toch, J?

(Ik weet nog niet wat ik moet schrijven over de snertbitterballen, dus daar kom ik later nog op terug)

Koekjes van wortel en zoete aardappel

Om het nog meer op hutspot te laten lijken, kun je stukjes rookworst en spekjes (of klapstuk) toevoegen. Ik vond dat zelf niet echt nodig, omdat onderstaande versie vullend genoeg is en het natuurlijk ook vetter wordt door het (gebakken) vlees.

Voor 6 stuks:

  • 1 zoete aardappel, geschild en in blokjes van 1 x 1 cm gesneden
  • 1 winterwortel (met ongeveer hetzelfde volume als de aardappel), geschild en in blokjes van 1 x 1 cm gesneden
  • 2 sjalotjes, gesnipperd
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 50 gram cornflakes, vermalen
  • 2 eieren, losgeklopt
  • 2 eetlepels fijngesneden peterselie
  • peper en zout

Kook in wat water de aardappel en wortel in ongeveer 8 minuten tot ze zacht zijn. Giet af. Fruit ondertussen de sjalotten in de olie. Vermeng de vermalen cornflakes, eieren, peterselie en peper en zout.

Stamp de aardappel en de wortel grof met een stamper voor stamppot. Vermeng met het cornflakesmengsel. Vorm burgers van gelijke grootte (6 stuks) en laat in de koelkast minstens 15 minuten opstijven.

Verhit een eetlepel olijfolie in een pan. Bak hierin op middelhoog vuur de burgers 5 minuten aan beide kanten, tot ze bruin zien.

posted by on Hoofdgerecht, Recepten, Snel, Uitdaging 30

5 comments

Uitdaging 15: Een simpele vissaus bedenken die overal bij past, zonder room

Dat werd mijn missie van afgelopen zaterdag. Ik ben niet zo’n visbereider én ik maak nooit sauzen, dus ook dit was weer een mooie uitdaging. Ik wilde drie verschillende dingen proberen: een saus op basis van tomaten (voor de meer Mediterrane smaak), een koude saus die ook lekker is bij bijvoorbeeld friet en een saus van bouillon, gebonden met een roux. En door dat laatste ontstond een plotselinge fascinatie voor iets nieuws: hoe maak ik een goede roux?

Dus die roux, dat werd ineens mijn grootste uitdaging. Het lijkt namelijk heel simpel: je smelt boter, daarbij doe je dezelfde hoeveelheid bloem, dat verwarm je en je hebt een roux. Daarbij doe je je andere ingrediënten en klaar is je soep of saus. Maar zo simpel is het natuurlijk niet.

1. Want wat is de verhouding bloem: boter = 1:1? Gaat het hier over volume of over het gewicht?

2. Verwerk je alles warm of niet?

3. Hoe droog/dik/dun/bruin moet zo’n roux eigenlijk worden?

Uiteindelijk vond ik de antwoorden:

1. Niemand weet het! Er wordt gesproken over de verhouding boter: bloem = 1:1 of 6:5, maar uiteindelijk zeggen chefs ook: ‘Ik doe het een beetje op gevoel’

2. Als de roux warm is en je bouillon koud (of andersom), is je binding beter, gebruik ze dus nooit allebei koud (of warm), maar altijd eentje warm en eentje koud

3. Zoals je zelf wilt. Wil je een witte saus, dan houd je de roux licht, wil je een donkere saus (of soep) dan maak je hem donkerder. De verhouding van je roux tov je saus of soep kun je helemaal aanpassen door meer of minder bouillon toe te voegen. Zorg er wel voor dat de bloemsmaak uit je roux is, door alles even door te laten sudderen.

De saus met de roux maakte ik uiteindelijk twee keer om te experimenteren met hoeveelheden en verhoudingen en ik was de tweede keer erg tevreden over het resultaat.

Ik kocht zalm, tonijn en kabeljauw en bereidde ze zo simpel mogelijk (gril, oven). Voor de smaak- en combinatietest van de sauzen werd ook een vriend uitgenodigd. Uiteindelijk waren we het niet helemaal eens over wat nu de ultieme combinatie was: we vonden namelijk alles erg smaakvol.

En dus:

3 sauzen die je met een heleboel vissoorten kunt combineren zonder room

De eerste ‘saus’ op de foto is mayonaise

Frisse dillesaus

  • 100 ml crème fraîche
  • theelepel mosterd
  • 2 eetlepels fijngehakte dille
  • 3 eetlepels komkommer, in hele kleine blokjes gesneden
  • 2 eetlepels citroensap
  • peper en zout

Roer de ingrediënten door elkaar. Laat tot gebruik in de koelkast staan.

Mediterrane tomatensaus

  • sjalot, gesnipperd
  • teen knoflook, fijngesneden
  • eetlepel olijfolie
  • 3 tomaten in blokjes
  • blikje tomatenpuree
  • 150 ml witte wijn
  • 3 eetlepels fijngehakte kruiden (peterselie, basilicum)
  • peper en zout

Verwarm de olie in een steelpan. Fruit hierin de sjalot en de knoflook op laag vuur. Voeg na een minuut of 4 de tomaten, puree en de witte wijn toe. Laat ongeveer een kwartier inkoken. Voeg de kruiden toe en breng op smaak met peper en zout. Laat nog een minuut of 5 op laag vuur staan.

Witte vissaus met kruiden

  • 25 gram boter
  • 30 gram bloem
  • 500 ml koude visbouillon (van blokje of uit potje) (ik hield hiervan 125 ml over)
  • 2 eetlepels fijngehakte peterselie
  • 2 eetlepels fijngehakte dille

Smelt de boter in een steelpan op laag vuur. Voeg de bloem toe. Schep de bloem en de boter samen goed door met een spatel. Doe dit zeker drie minuten lang. Voeg daarna de helft van bouillon toe. Klop dit goed door met een garde. Als de bouillon door de roux is opgenomen en gemengd is, voeg je meer bouillon toe. Als je de saus dik genoeg vindt, voeg je de kruiden en peper en zout naar smaak toe. Laat nog een kwartier op zacht vuur staan. Roer heel regelmatig door en voeg bouillon toe wanneer je de saus dunner wilt maken.

posted by on Anders, Bijgerecht, Gezond, Lunch, Salade, Snel, Uitdaging 30, Vega

14 comments

Waar ik me de komende tijd niet meer druk over ga maken:

  • Of er genoeg bezoekers op mijn site komen
  • Dat niet alle bezoekers reageren
  • Hoeveel tweets ik per dag zou moeten versturen
  • Dat ik op Twitter minder volgers dan gevolgden heb
  • Of anderen mijn recepten wel goed vinden
  • Dat sommige mensen heel veel spel- en stijlfouten op hun blog maken
  • En dat ik die ook maak
  • Dat ik soms maar twee stukjes per week schrijf
  • Welke ingrediënten er voor meer reacties/lezers zorgen
  • Dat ik vaak veel te veel woorden gebruik voor iets wat je ook veel korter kan zeggen (zie je, daar konden zeker 4 woorden af)
  • Dat mijn foto’s minder mooi zijn door gebrek aan daglicht, een studio én inzicht
  • Dat er sites zijn die letterlijk recepten overnemen zonder bronvermelding
  • Dat ik al twee keer een saladerecept heb gemaakt, dus dat het nu tijd zou zijn voor iets zoets
  • Dat ‘chocoladetaart’ veel meer lezers trekt dan ‘bietensalade’

Toen ik begon met de site deed ik dit voor mezelf. Ik wilde leren, ik wilde ontdekken, ik wilde noteren. Ik wilde nieuwe ingrediënten en andere bereidingswijzen leren kennen én er achter komen of mijn passie voor goed eten een hobby moest blijven.

Maar ondertussen ben ik me dus te veel bezig gaan houden met dingen die helemaal niks meer met die eigenlijke doelen te maken hebben. Ik heb heel veel plezier in het bijhouden van de site, maar ga ook steeds krampachtiger om met allerlei zaken die er echt niet toe doen.

Hiernaast heb ik nog steeds mijn drukke baan en een heel leuk sociaal leven en dat werd bijna niet meer te combineren met Smaakmaakster. En dus heb ik een keuze gemaakt: mijn lievelingsrecepten zijn op de site gearchiveerd (doel 1) en vanaf vandaag ga ik me vooral richten op de opdrachten die ik nog uit moet voeren. En af en toe zal ik nog een goed recept plaatsen. Maar dan wel alleen als het origineel én echt heel lekker is.

Want het internet staat al vol met een heleboel goede (en minder goede) recepten. En ik heb echt nog maar 7 maanden de tijd voor het halen van 21 doelen. Dus ik moet gewoon keihard aan de bak, waardoor ik helemaal geen tijd meer heb om me druk te maken over bovenstaande onzin.

Dus ik blijf gewoon schrijven, koken en plezier maken, maar dan wel met iets minder regelmaat, onzekerheid en stress.

Hasta la pasta!

Bietensalade (klik hier voor chocoladetaartrecepten)
Mijn zusje wist niet dat je bieten rauw kunt eten. In grote stukken is dat ook geen aanrader, maar als je ze heel fijn snijdt, kan dat best. Ik vind dit echt een prima lunchgerecht. Het is snel klaargemaakt, gezond, fris én heel erg lekker.

Als lunch voor 1 persoon of als bijgerecht voor 2:

  • 1 rode biet, geschild en heel klein gesneden (of geraspt)
  • halve appel, geschild en klein gesneden
  • halve bosui, in kleine ringetjes
  • eetlepel fijngesneden bieslook
  • 2 eetlepels limoensap
  • 2 eetlepels crème fraîche
  • peper en zout

Meng de bovenste vier ingrediënten. Meng de onderste drie in een apart bakje. Serveer samen.

posted by on Bijgerecht, Gezond, Hoofdgerecht, Lunch, Recepten, Salade, Vega

1 comment

Omdat ik voor uitdaging 27 nog twee vergeten groenten* klaar moest maken, kocht ik in een opwelling op de markt twee dingen die ik nog nooit eerder bereid had. De eerste was een rettich en de tweede een rammenas.

Kijk, daar zijn ze.

Thuis struinde ik het internet af om te kijken wat ik ermee kon. Allereerst moest ik weten wat de smaak zou zijn en hoe je ze kon bereiden. Daarna bekeek ik een aantal recepten, waar ik uit haalde wat ik lekker zou vinden.

Rettich, door Klary Koopmans ook wel een reusachtige albino wortel genoemd is eigenlijk een witte rammenas. Deze zou vooral in het voorjaar verkrijgbaar moeten zijn. Rammenas groeit in het najaar, maar ik vond dus beide exemplaren in januari bij mijn groenteboer op de markt.

De smaak van de zwarte rammenas en de rettich lijken op die van radijs. Niet gek, want het is familie. Rammenas en rettich smaken alleen minder scherp, ze zijn iets milder dan radijs.

Rammenas verwerk je geschild en rauw. Ik noteerde dat de zwarte versie een klein beetje scherper van smaak was en ook iets sneller verkleurde na het schillen. Vanwege dat laatste zette ik hem direct in het water. Ook was de witte versie iets minder stevig en compact, hij leek meer vocht te bevatten. Omdat het beide stevige wortels zijn, gaat het snijden gemakkelijk. De verschillen vond ik echt minimaal. Ik zou de één zo vervangen voor de ander.

Het resultaat vond ik verrassend lekker. De salade was fris en niet scherp, vullend en je kon er lekker op knagen. En dat is mooi, want nu heb ik niet alleen een uitdaging die ik weg kan strepen, maar ik heb ook nog eens een groente ontdekt die ik vaker ga gebruiken!

* Overigens heb ik voor de vergeten groenten opdracht het begrip vergeten groenten een beetje naar mijn hand gezet. Op internet circuleren allerlei lijstjes, maar wat nu precies dé vergeten groenten zijn, is me niet duidelijk. Pastinaak wordt bijvoorbeeld overal genoemd, terwijl dat steeds vaker gebruikt wordt. Ik heb gekozen voor groenten die ik zelf nog nooit gebruikt had en waarvan ik dacht dat weinig mensen wisten wat ze ermee moesten.

Rammenas-rettichsalade
Omdat daikon, de Aziatische naam van de witte rammenas of rettich (kijk, Robin zegt het), gecombineerd wordt met (hoe kan het ook anders) Aziatische ingrediënten, besloot ik daar ook voor te gaan. Ik maakte mijn favoriete Vietnamese dressing. Ik bakte er wat biefstuk bij, zodat het wat meer een avondmaal werd. De volgende dag at ik het restje als lunch, dit keer zonder biefstuk en dat was ook prima.

Voor 2 personen:

Voor de dressing:

  • kwart rode peper, zonder zaden en zaadlijsten, fijngesneden
  • sap van een halve limoen
  • 1 eetlepel vissaus
  • 1 eetlepel arachideolie
  • 1 theelepel bruine suiker

Voor de salade:

  • 10 cm zwarte rammenas, geschild
  • 10 cm witte rammenas (rettich), geschild
  • 2 bosuitjes, in ringetjes
  • 2 tengels Chinese bieslook (knoflookbieslook)
  • handjevol verse koriander

Eventueel:

  • 150 gram biefstuk in reepjes
  • 50 ml sojasaus
  • 2 eetlepels olie

Zorg ervoor dat de biefstuk op kamertemperatuur is. Marineer hem 5 minuten in de sojasaus. Meng ondertussen in een kleine kom de ingrediënten voor de dressing. Snijd de rammenas en de rettich in dunne plakjes, evt. met een mandoline. Snijd daarna de plakjes in reepjes. Meng in een grote schaal met de bosui en de bieslook.

Verwarm de olie in een pan. Bak daarin de biefstuk in een paar minuten.

Voeg de dressing en de biefstuk aan de groenten. Serveer direct.

posted by on IJs, Recepten, Uitdaging 30, Vega, Zoet

3 comments

Lieve J,

Ik weet dat je mijn blog regelmatig leest, dus misschien zie je dit vandaag wel…

Gefeliciteerd met je verjaardag! Hoe is het om 31 te zijn? Ben je al verwend vandaag? Ik hoop dat je een hele fijne dag hebt.

De ijstaart waar je om vroeg had ik twee weken geleden natuurlijk al gemaakt. Dat was echt een leuke en leerzame uitdaging. Het bleek heel gemakkelijk om zelf ijs te maken en ik wil er nu dus echt vaker mee aan de slag. Bedankt daarvoor! Je vroeg of de recepten op mijn site kwamen. Dus ja, bij deze…

Maak er een heel mooi jaar van! Tot snel!

X

Vandaag is de verjaardag van vriendin J. Ze is dol op ijs en bedacht voor mij de uitdaging: een ijstaart maken van zelfgemaakt ijs. Natuurlijk had ik weleens ijsjes gemaakt in van die plastic vormpjes, maar roomijs had ik bijvoorbeeld nog nooit gemaakt, dus dit was een echte uitdaging. Ik maakte het mezelf ook weer moeilijker, door aan haar opdracht ‘zonder ijsmachine’ toe te voegen.

De dag na Kerst kwam J, samen met twee andere vriendinnen, eten. J. vertelde me van tevoren welke ijssmaken ze lekker vond en daarmee ging ik aan de slag. Ik maakte drie verschillende soorten ijs, omdat ik graag de verschillen (qua techniek en basisingrediënt) tussen de drie wilde weten. De één maakte ik met Griekse yoghurt en aardbeien, de andere met magere yoghurt en chocolade en de derde was een roomijs waar eieren en vanille in gingen. De ijssoorten maakte ik apart van elkaar. Na een paar uur in de vriezer (en telkens omscheppen) schepte ik ze in lagen in een taartvorm en voegde er allerlei onhandige dingen aan toe zoals een koeklaag  en een plakje chocolade aan de bovenkant.

Tijdens het maken bedacht ik al dat ik het zo leuk vond, dat ik vaker ijs wilde maken. Maar dan met spannendere smaken en andere technieken. Ik bestelde direct The perfect scoop van mijn held David Lebovitz.

Vooral de yoghurtversies waren erg simpel. De straciatella zal ik de volgende keer anders maken door gesmolten chocolade over het ijs te schenken en daarna te breken. Het omscheppen van het ijs (om ijskristallen te voorkomen) kost wat tijd, maar is echt nodig.

De volgende keer maak ik ringen in plaats van lagen, zodat de ijssoorten niet heel erg door elkaar gaan. Ook denk ik dat een combi van twee ijssoorten voldoende is. De taart op de foto onderaan is een kleine versie van de drie lagentaart die ik maakte. Ik was nog niet zo tevreden. Met aardbeitjes erop was hij mooier geweest. De koeklaag die ertussen zit, voegde niks toe en zorgde ervoor dat de lagen niet aan elkaar hechtten, dus die zou ik er ook niet meer tussen doen. Zeur, zeur, zeur. De smaken waren echter wel heerlijk én het was echt niet moeilijk om ijs te maken (ook het roomijs niet), dus ik ga dit zeker weer een keer proberen.

Het ijs is vers het lekkerst. Begin ongeveer 4 uur voor je het wilt eten.

Super simpel straciatellaijs

Euhm, dit recept haalde ik van internet, maar ik weet niet meer precies van waar…

  • 100 gram slagroom
  • 50 gram poedersuiker
  • 150 ml (magere) yoghurt
  • 50 gram pure hagelslag

Klop de slagroom met de poedersuiker lobbig (iets dikker, maar niet helemaal stijf). Meng de slagroom met de yoghurt. Doe in een (plat) bakje en zet in de vriezer. Roer het na een uur goed door en voeg de hagelslag toe. Roer ieder uur even voorzichtig om.

Aardbeien-yoghurtijs

  • 300 gram Griekse (stijl) yoghurt
  • 60 gram fijne kristalsuiker
  • 50 gram bevroren aardbeien in stukjes

Roer de suiker door de yoghurt tot de suiker opgenomen is. Roer de stukjes aardbei erdoor. Zet in de vriezer en roer ieder uur om.

Vanille roomijs

Recept van David Lebovitz.

  • 50 gram suiker
  • snuf zout
  • 150 ml melk
  • halve vanilleboon
  • halve theelepel kaneel
  • 150 ml slagroom
  • 2  eidooiers
  • ijsklontjes (om snel te kunnen koelen)

Verwarm de melk met de suiker en het zout, met daarin de vanilleboon en het kaneel op middelhoog vuur. Zet het vuur uit als de melk begint de koken. Laat 15 minuten staan. Klop ondertussen de eidooiers tot een lichter dikker mengsel ontstaat. Klop in een aparte kom ook de slagroom lobbig. Verwarm de melk opnieuw op middelhoog vuur, voeg de eidooiers toe en blijf goed kloppen tot het mengsel dikker is, in een minuut of vijf. Als je niet blijft kloppen, stolt het ei, mislukt je ijs en dat is niet de bedoeling. Voeg de slagroom toe en meng.

Zet een bak ijsklontjes klaar of doe ijsklontjes in de gootsteen. Zet hierin de pan met het roommengsel. Roer goed door. Als het ijs koud is, zet je het nog minstens 4 uur in de vriezer. Roer het ijs elk half uur om met een spatel.

 

Maple syrup scones

jan
2012
06

posted by on Recepten, Snel, Vega, Zoet

6 comments

Dit is Heidi Swanson.

Kennen jullie haar?

Heidi heeft een blog met de naam 101 cookbooks. Ik heb al verschillende keren recepten van haar bereid en ik ben echt fan van haar werk.

Heidi en ik verschillen nogal van elkaar.

10 redenen waarom ik soms meer zoals Heidi zou willen zijn:

  1. Heidi noemt haar blog geen blog, maar een recipe journal, hoeveel stijlvoller kan het worden?;
  2. Al Heidi haar recepten stralen uit dat ze gezond en bio-eco-dier-mens-vriendelijk/verantwoord zijn;
  3. Heidi gebruikt regelmatig noten, zaden en granen die ik niet ken (en de mensen van de enige biowinkel in mijn stad ook niet);
  4. Zelfs haar baksels lijken super healthy;
  5. Heidi maakt cocktails, die ze (vermoed ik) weg nipt ipv achterover slaat;
  6. Heidi schrijft dat ze het druk heeft, maar op haar foto’s ziet ze eruit alsof mega zen is en alle stress eruit yoga’t en mediteert;
  7. Alle foodfoto’s van Heidi hebben een zweem van romantiek en zachtheid over zich (ze heeft vast voor alle ramen vitrages hangen);
  8. Heidi schrijft over de zonnestralen, de natuur en de bloei van planten ipv over hoe dronken ze dit weekend was of hoe stom het is dat ze vergeet dat ze haar haar al heeft gewassen;
  9. Ze woont in één van de meest fantastische steden op aarde: San Francisco (en heeft daardoor dus de beschikking over geweldig eten);
  10. Heidi heeft twee (eigenlijk drie) prachtige kookboeken op haar naam staan.

Toen ik deze week iets wilde doen met de havervlokken (rolled oats) die ik had liggen, kwam ik automatisch terecht op de site van Heidi. Haver is zo’n ingrediënt dat Heidi dus gewoon stiekem ergens in stopt. Bijvoorbeeld in haar maple syrup scones. Het recept was simpel, ik had alle ingrediënten in huis en op de foto’s zagen haar scones er weer heel erg goed uit. Hier wilde ik mijn haver wel voor gebruiken.

En ja hoor, de scones werden bijzonder Heidi: erg smakelijk, zacht, licht én er zat dus haver in, dus ze waren ook vast heel gezond.

Verder waren ze heel erg smaakmaakster: de vierkantjes waren niet echt vierkant en ik las het recept niet goed waardoor ik het ei erin in plaats van erop deed (en toch waren ze briljant), de foto’s zijn niet zo lekker belicht en een beetje geel. En ik at er drie. Dat is vast ook niet zoals Heidi het bedoeld heeft.

Haar kookboeken Super Natural Every Day en Super Natural Cooking heb ik ondertussen besteld. Niet omdat ik ze echt nodig heb (want ik krijg genoeg inspiratie van haar online recipe journal), maar als bedankje voor de geweldige recepten die ze me al jaren geeft. En met de hoop dat ik dan ook een beetje super natural every day word.

Maple syrup scones

In het originele recept werd het ei dus alleen maar gebruikt om de bovenkant te bestrijken. Ik deed het ei, zonder er bij na te denken, door en ze waren heel erg lekker. Na wat onderzoek zag ik dat er recepten voor scones bestaan mét ei (soms zelfs 2 eieren) en recepten zonder ei. Ik ben ondertussen zo blij met mijn ontdekking van scones (zie ook het andere recept) dat ik zeker nog ga variëren met de verhoudingen en ingrediënten, dus ook een versie zonder ei zal ik een keer proberen.

Verwacht geen hele luchtige (gerezen) scones. De scones blijven wat plat en stevig. Door de hoeveelheid bakpoeder of ei aan te passen, zal dit uiteraard veranderen.

Voor 9 scones:

  • 250 gram tarwebloem
  • 50 gram havervlokken
  • anderhalve theelepel bakpoeder
  • flinke snuf zout
  • 150 gram ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 50 ml maple syrup
  • 40 ml melk
  • ei, losgeklopt
  • bloem (voor het bestuiven van je werkvlak)
  • eetlepel melk (voor het bestrijken)
  • eetlepel grove kristalsuiker
  • 100 ml creme fraiche
  • 1 eetlepel maple syrup

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius (hete lucht). Meng de bloem, haver, bakpoeder en zout in een grote kom. Doe de roomboterblokjes erbij en mix met een handmixer tot het gemengd is (er mogen nog vlokjes in blijven zitten). Mix daarna de maple syrup, de melk en het ei erdoor, tot alles net gebonden is.

Bestuif je werkblad met een klein beetje bloem en kneed het deeg nog een paar keer door. Vorm een vierkante plak van ongeveer 1,5 cm dik. Snijd deze plak in 9 vierkantjes en bestrijk elke scone met een beetje melk. Strooi daar nog de grove kristalsuiker overheen. Bak in het midden van de oven in 18-20 minuten af.

Meng de crème fraîche met de maple syrup. Serveer dit (evt. samen met een beetje jam) bij de scones.

Plaatselijk wild

jan
2012
05

posted by on Uitdaging 30

7 comments

Jagen

Hoe zat het ook alweer?

In juni begon ik met deze site, omdat ik wilde schrijven over de uitdagingen op het gebied van eten en drinken die anderen voor me bedachten. Het uitvoeren van die uitdagingen vóór mijn 31e verjaardag zou hét grote doel worden. Met eten bezig zijn was al mijn passie, maar ik wilde graag ontdekken of ik er meer mee wilde dan alleen wat hobbyen. Door de 30 opdrachten zou ik meer leren over bereidingen, (voor mij) nieuwe producten en ik zou creatiever worden. Bovendien (en dat was het belangrijkste) zou ik er achter komen wat ik wél en ook niet leuk vind om te doen.

Ondertussen is het project veel groter geworden dan alleen de uitdagingen. Op smaakmaakster.nl kan ik mijn lievelingsrecepten kwijt, schrijf ik nu ook over wat me verder bezighoudt en ik heb er al wat leuke mensen door leren ‘kennen’. En dan komen er weer nieuwe ideeën: over het volgen van een schrijfworkshop of het bakken met haver en het recenseren van restaurants.

Maar ondertussen moeten die uitdagingen dus ook gewoon nog uitgevoerd worden. Dus daarom ging ik deze week hard aan de slag. Ik mailde een aantal mensen die me wellicht kunnen helpen. Een fotografe die me meer kan leren over foodfotografie en -styling, een vriend die graag vist en een collega die graag mooie taartjes bakt. Want de tijd begint toch stiekem een beetje te dringen.

Ik zit namelijk op 1/3 van het uitdagingenjaar en ik heb nog maar 1/4 van de opdrachten uitgevoerd.

Gelukkig kan ik alweer bijna drie uitdagingen wegstrepen. Vorige week bereidde ik een stuk wild en vanavond staan rettich en rammenas, twee vergeten groenten, op het menu. En ook ligt er nog een stuk zelfgemaakte ijstaart in de vriezer. Dus uitdaging 12, 18 en 27 zijn, zo goed als, uitgevoerd.

Een voorlopige conclusie: ik eet graag vlees, maar de verwerking (fileren, ontdoen van vlies) is niets voor mij. Vergeten groenten zijn niet voor niets vergeten (ik schreef het al bij de postelein) en ijs maken is super leuk!

Over het ijs en de vergeten groenten later meer. Eerst het bewijs van het behalen van uitdaging 18: een jachtschotel maken van plaatselijk wild.

Haas uit de Zak van Zuid-Beveland
(vegavrienden kunnen hier ophouden met lezen en kijken)

Het plaatselijk wild kwam van een vriend die zelf jaagt. Na een uitleg over hoe het werkt met de wildstand in onze regio en hoe gereguleerd dit jagen gebeurt, vond ik het in ieder geval al minder zielig voor de haas en geloofde ik wel dat ik een ‘goed’ stuk vlees in handen zou krijgen. De haas die ik van zijn vrouw, mijn vriendin en bedenker van de opdracht, kreeg was al ontdaan van vel en ingewanden en hij was behoorlijk bevroren.

Na anderhalve dag ontdooien in de koelkast, gingen zus en ik aan de slag met het ontvliezen en fileren. Hierbij verspilden we al een hoop mooi vlees, omdat voor het fileren gewoon wat meer kennis en geduld vereist is dan wij bezitten.

Het werd geen echte jachtschotel (ovenschotel met aardappelen ed), maar bereidden het vlees anders. Ik ging er vanuit dat de opdrachtgeefster hier vrede mee zou hebben.

Na wat research besloot ik de rug apart te bereiden, omdat die wat zachter én ook een stuk sneller gaar is. De rest van het vlees werd 24 uur gemarineerd in rode wijn, laurier, kruidnagel en jeneverbes en daarna drie uur gestoofd. De rug marineerde ik in cognac en specerijen, daarna werd ‘ie kort gebakken en in de oven verder gegaard.

De stoof was goed van smaak, niet al te droog en zeker niet taai. Bij de rug was ik iets te enthousiast geweest met de cognac, want eigenlijk proefde ik niets anders dan dat. Qua smaak zal ik dus nog best eens voor een haas of ander wild kiezen.

Ik vond de hoeveelheid werk nu wel erg omslachtig voor het behaalde resultaat. Ik vind het heel leuk om lang in de keuken te staan, maar maak dan liever een heleboel verschillende gerechten of een fijne taart. En dan laat ik een slager, die de fileertechnieken veel beter beheerst dan ik, dat andere werk voortaan doen.

Wat ik wel prettig vond, was dat ik wist waar het dier vandaan kwam, namelijk de vrije natuur en dat er verder geen rare conserveringsmiddelen of toevoegingen gebruikt waren.

Bewijs:

Bron foto bovenaan