Hoe zat het ook alweer?
In juni begon ik met deze site, omdat ik wilde schrijven over de uitdagingen op het gebied van eten en drinken die anderen voor me bedachten. Het uitvoeren van die uitdagingen vóór mijn 31e verjaardag zou hét grote doel worden. Met eten bezig zijn was al mijn passie, maar ik wilde graag ontdekken of ik er meer mee wilde dan alleen wat hobbyen. Door de 30 opdrachten zou ik meer leren over bereidingen, (voor mij) nieuwe producten en ik zou creatiever worden. Bovendien (en dat was het belangrijkste) zou ik er achter komen wat ik wél en ook niet leuk vind om te doen.
Ondertussen is het project veel groter geworden dan alleen de uitdagingen. Op smaakmaakster.nl kan ik mijn lievelingsrecepten kwijt, schrijf ik nu ook over wat me verder bezighoudt en ik heb er al wat leuke mensen door leren ‘kennen’. En dan komen er weer nieuwe ideeën: over het volgen van een schrijfworkshop of het bakken met haver en het recenseren van restaurants.
Maar ondertussen moeten die uitdagingen dus ook gewoon nog uitgevoerd worden. Dus daarom ging ik deze week hard aan de slag. Ik mailde een aantal mensen die me wellicht kunnen helpen. Een fotografe die me meer kan leren over foodfotografie en -styling, een vriend die graag vist en een collega die graag mooie taartjes bakt. Want de tijd begint toch stiekem een beetje te dringen.
Ik zit namelijk op 1/3 van het uitdagingenjaar en ik heb nog maar 1/4 van de opdrachten uitgevoerd.
Gelukkig kan ik alweer bijna drie uitdagingen wegstrepen. Vorige week bereidde ik een stuk wild en vanavond staan rettich en rammenas, twee vergeten groenten, op het menu. En ook ligt er nog een stuk zelfgemaakte ijstaart in de vriezer. Dus uitdaging 12, 18 en 27 zijn, zo goed als, uitgevoerd.
Een voorlopige conclusie: ik eet graag vlees, maar de verwerking (fileren, ontdoen van vlies) is niets voor mij. Vergeten groenten zijn niet voor niets vergeten (ik schreef het al bij de postelein) en ijs maken is super leuk!
Over het ijs en de vergeten groenten later meer. Eerst het bewijs van het behalen van uitdaging 18: een jachtschotel maken van plaatselijk wild.
Haas uit de Zak van Zuid-Beveland
(vegavrienden kunnen hier ophouden met lezen en kijken)
Het plaatselijk wild kwam van een vriend die zelf jaagt. Na een uitleg over hoe het werkt met de wildstand in onze regio en hoe gereguleerd dit jagen gebeurt, vond ik het in ieder geval al minder zielig voor de haas en geloofde ik wel dat ik een ‘goed’ stuk vlees in handen zou krijgen. De haas die ik van zijn vrouw, mijn vriendin en bedenker van de opdracht, kreeg was al ontdaan van vel en ingewanden en hij was behoorlijk bevroren.
Na anderhalve dag ontdooien in de koelkast, gingen zus en ik aan de slag met het ontvliezen en fileren. Hierbij verspilden we al een hoop mooi vlees, omdat voor het fileren gewoon wat meer kennis en geduld vereist is dan wij bezitten.
Het werd geen echte jachtschotel (ovenschotel met aardappelen ed), maar bereidden het vlees anders. Ik ging er vanuit dat de opdrachtgeefster hier vrede mee zou hebben.
Na wat research besloot ik de rug apart te bereiden, omdat die wat zachter én ook een stuk sneller gaar is. De rest van het vlees werd 24 uur gemarineerd in rode wijn, laurier, kruidnagel en jeneverbes en daarna drie uur gestoofd. De rug marineerde ik in cognac en specerijen, daarna werd ‘ie kort gebakken en in de oven verder gegaard.
De stoof was goed van smaak, niet al te droog en zeker niet taai. Bij de rug was ik iets te enthousiast geweest met de cognac, want eigenlijk proefde ik niets anders dan dat. Qua smaak zal ik dus nog best eens voor een haas of ander wild kiezen.
Ik vond de hoeveelheid werk nu wel erg omslachtig voor het behaalde resultaat. Ik vind het heel leuk om lang in de keuken te staan, maar maak dan liever een heleboel verschillende gerechten of een fijne taart. En dan laat ik een slager, die de fileertechnieken veel beter beheerst dan ik, dat andere werk voortaan doen.
Wat ik wel prettig vond, was dat ik wist waar het dier vandaan kwam, namelijk de vrije natuur en dat er verder geen rare conserveringsmiddelen of toevoegingen gebruikt waren.
Bewijs:


7 reacties
Trackback e pingback
-
Dubbel feest en tja, dat was het dan… | Smaakmaakster
[...] 4 gangen voor 10 euro, geboortetraktatie bedenken, wijncursus volgen, Zeeuwse maaltijd bereiden, jachtschotel van plaatselijk wild, ijstaart maken, recepten ...


@Nell: Dank! Een persoonlijk jager, tja, daarvoor zijn we net in de verkeerde tijd geboren, denk ik. Vroeger waren alle mannen nog jagers, toch? Ik was blij met mijn haasje, ben er niet ziek van geworden, maar zal het niet snel nog eens klaarmaken (maar da’s meer vanwege de hoeveelheid werk die er in zit).
Ik vind dat je je taak goed volbracht hebt! petje af. Het haas zou bij mij waarschijnlijk vele malen ernstiger toegetakeld zijn. Alleen al het simpele feit dat je weet dat dit dier geschoten is door een professionele jager (en dus niet geleden heeft), zal je maaltijd beter doen smaken.
Ik wil ook zo’n jager …. ;-)
@Judi: Jeeh! Bedankt! En ook heel erg voor deze opdracht, want zoals je ziet, was het weer leerzaam. En daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Tot snel!
Fem,
Mooi stukje over de jacht en helemaal waar (op de kleine correctie van Robin na dan). Ik kan nu vast nog wel wat leren van jou over fileren e.d., want je hebt meer research gedaan dan ik.
Helemaal geslaagd wat mij betreft!!
X
@Robin: Bedankt voor je kritische reactie! Eigenlijk heb je natuurlijk helemaal gelijk. Ik heb er helemaal niet over nagedacht dat hazen niet te fokken zijn en wat je zegt over het gegeten voedsel, klopt ook. De enige zekerheid die ik heb, is wat er mee is gebeurd, nadat hij geschoten is. Ook vind ik het wel een prettiger idee dat het dier in de vrije natuur heeft geleefd in plaats van opgesloten heeft gezeten in een klein hokje. Dat dat voor mij geen kwalitatief beter vlees oplevert, begrijp ik. Dus eigenlijk is ieder stuk wild ‘spannend’ om te eten? Hoe is de controle daar dan op? Hmm, tijd voor nader onderzoek…
Een haas komt altijd uit de vrije natuur. Een haas is een van de weinige dieren die je niet kunt “houden”. Vossen ook niet, geloof ik.
Ik hoor wel vaker dat argument, dat in de vrije natuur betekent dat er verder geen rare conserveringsmiddelen of toevoegingen gebruikt zijn, maar euh, je weet dus helemaal niet wat ie wel gegeten heeft. Misschien heeft ie wel van ‘t landbouwplastic geknabbeld. Of net bespoten groenten van een boer. Of vervuild drinkwater. Als je “veilig” wilt eten is een gehouden dier echt veel veiliger hoor. Daarvan weet de producent tenminste echt wat het wel of niet gegeten heeft.
Vergelijk het maar met echte scharreleitjes, die van het erf van een boer of zo komen, die voor zijn plezier een paar kippen heeft lopen. Die eitjes zijn bij nader onderzoek eigenlijk altijd vervuilder dan die uit de winkel.
Waarmee ik niet wil zeggen dat je geen eitjes van de boer of haas van de poelier moet eten, maar doe het dan wel gewoon omdat het lekker is. Niet omdat het beter zou zijn.